Bodemprocedure bij het Europese Hof wordt voortgezet

Bodemprocedure bij het Europese Hof wordt voortgezet

Zoals bekend, op 24 maart 2017 hebben 11 Statenleden een klacht ingediend bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Inzet van het geding is de beslissing van Kabinet-Koeiman om de Staten per 11 mei 2017 te ontbinden waardoor de zittingsduur van de op 5 oktober 2016 gekozen Staten tot amper 7 maanden beperkt zal worden. De 11 Statenleden achten dat het ontbinden van de Staten zo kort na de verkiezingen terwijl een andere meerderheid gevormd was een misbruik van het ontbindingsrecht en een doorkruising van het stemrecht.

Aangezien alle overheidsbevoegdheden, dus ook de ontbindingsbevoegdheid, aan het verbod van willekeur onderhevig hebben de betrokken Statenleden zich ten principale verzet tegen deze machtsmisbruik. Daartoe hebben zij onder anderen een beroep gedaan op het Europese Hof. Vanwege de gebruikelijke duur van zaken die bij het Europese Hof dienen, hebben zijn daarnaast een beroep gedaan op Rule 39 om het ontbindingsbesluit op te schorten hangende de behandeling van de zaak. Dit laatste verzoek is op 29 maart afgewezen.

Daarmee is echter niet gezegd dat de zaak is afgedaan. De bodemprocedure wordt voortgezet. Het is dus niet juist dat de zaak niet-ontvankelijk is verklaard.

Over de ontvankelijkheidsvraag moet het Hof nog besluiten. Een belangrijke vraag daarbij is of de beschikbare nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput. Volgens de vaste jurisprudentie van het Europese Hof, de regel dat nationale rechtsmiddelen dienen te worden uitgeput geldt evenwel niet wanneer die er niet zijn, de uitkomst onzeker is dan wel anderszins niet effectief zijn. Wat dit betreft is het van belang om te onderstrepen dat volgens het gezamenlijk advies van rechters Van der Poel en de Boer van het Gemeenschappelijk Hof en ook rechter Wit van het Constitutioneel Hof van Sint-Maarten, de rechter naar de huidige stand van het recht niet bevoegd is in kwestie betreffende het staatsrecht en met name de vraag of een ontbindingsbesluit ingetrokken kan worden. In hun advies van 21 oktober 2015 aan de gouverneur van Sint-Maarten staat namelijk het volgende:

“Nu het hier zuivere staatsrechtelijke interpretatievragen betreft van een soort die bij de huidige stand van het recht geen van de twee rechtelijke instanties waarvan wij deel uitmaken kunnen worden voorgelegd, hebben wij met het oog op het algemeen belang ingestemd met uw verzoek. Het spreekt echter voor zich dat wij ons uitsluitend zullen richten op de juridische aspecten van de vraagstukken die aan de orde zijn.”

Een van de vragen die de drie rechters beantwoordden was of een landsbesluit tot ontbinding van de Staten en het houden van nieuwe verkiezingen op vergelijkbare wijze als andere landsbesluiten kan worden gewijzigd, aangepast of ingetrokken op een latere tijdstip of dat er juridische bezwaren zijn. Hiermee staat het vast dat volgens die drie rechters, waaronder de (toenmalige) President van het Gemeenschappelijk Hof, het geen enkele zin zou hebben om de onderhavige kwestie aan de lokale rechter voor te leggen.

Tegen deze achtergrond zullen de 11 Statenleden de bodemprocedure bij het Europese Hof voortzetten teneinde ten principale een uitspraak te krijgen om het toelaatbaar is dat de regering naar willekeur de Staten mag ontbinden. Het mag niet zo zijn dat een regering die de meerderheid verliest, ongeacht hoe kortgeleden er verkiezingen waren en ondanks dat een andere coalitie beschikbaar is, de Staten naar believen mag ontbinden. Dat is ondemocratisch!

Namens de 11 Statenleden
Dr R.S.J. Martha
LINDEBORG – Counsellors at Law

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Contact us



Connecting...
created by TelegramWordpress.com
error: Content is protected !!
%d bloggers like this: