Regering van Curaçao reageert op berichtgeving over vergadering Vermogensgerechtigden CBCS
Algemene Zaken en Minister President
Regering van Curaçao reageert op berichtgeving over vergadering Vermogensgerechtigden CBCS
Geplaatst op 08 03 2026
Willemstad – Zondag 8 maart 2026, In de media is begin van vorige week verslag gedaan van het verloop van de Vergadering van Vermogensgerechtigden van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS), die op 26 februari jl. op Curaçao is gehouden. Ook heeft de minister van Financiën van Sint Maarten, mevrouw Marinka Gumbs, op 3 maart jl. in de Staten van Sint Maarten de minister van Financiën van Curaçao, de heer Charles Cooper, ervan beschuldigt zich niet te hebben gehouden aan vermeende afspraken die met zijn voorganger zijn gemaakt, de heer Javier Silvania. De Regering van Curaçao acht het in dit verband van belang om de juiste informatie aan het publiek te verstrekken om een verkeerde beeldvorming in de media te voorkomen.
Het is een algemeen bekend feit dat de minister van Financiën van Sint Maarten vorig jaar getracht heeft om een persoon uit Sint Maarten te laten benoemen als voorzitter van de Raad van Commissarissen van de CBCS. Deze poging bleef echter onsuccesvol, omdat het niet voldeed aan de wettelijke eisen voor de benoeming van commissarissen binnen de CBCS. De statuten van de CBCS gaan bij de benoeming van commissarissen uit van een aanbeveling van de Raad van Commissarissen van de CBCS zelf aan de ministers van Financiën van Curaçao en Sint Maarten, waarop de regeringen van die landen een besluit kunnen nemen.
Tijdens de Vergadering van Vermogensgerechtigden van de CBCS van 26 februari jl., waarbij de regering van Curaçao werd vertegenwoordigd door minister van Financiën Charles Cooper, is door de minister van Financiën van Sint Maarten, mevrouw Marinka Gumbs, geëist dat in de volgende benoemingsronde het voorzitterschap van de Raad van Commissarissen van de CBCS aan Sint Maarten wordt toegekend. Daarbij heeft zij aangegeven dat zij voor de benoeming van de voorzitter een afspraak had met de voormalige minister van Financiën van Curaçao. Echter dit is nergens schriftelijk vastgelegd, terwijl de voormalige minister van Financiën van Curaçao, de heer Javier Silvania, heeft verklaard dat van een dergelijke afspraak geen sprake is geweest tijdens zijn ministerschap.
Een situatie waarin Sint Maarten als kleinste aandeelhouder (circa 20%) het voorzitterschap zou bekleden en tevens de helft van de commissarissen zou benoemen is niet acceptabel voor Curaçao, die een economisch belang van 80% heeft in de CBCS. Voorts kan door deze oververtegenwoordiging van Sint Maarten in de Raad van Commissarissen, onder anderen door haar recht om de helft van de gewone commissarissen te benoemen en haar verplichte instemming bij de benoeming van een voorzitter in de Raad van Commissarissen, jarenlang sprake zijn van een politieke impasse tussen Curaçao en Sint Maarten voor wat betreft de benoeming van leden van de Raad van Commissarissen. Dat is tot nu toe ook jarenlang de ervaring geweest. Door het ontbreken van consensus tussen de landen is een groot deel van de commissarissen sinds 10-10-10 niet door de regeringen maar door de President van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie benoemd.
Deze structurele blokkade in de vorming van een goed functionerende Raad van Commissarissen voor de CBCS, en de daarmee gepaard gaande bestuurlijke en politieke impasses, vormen een duidelijke belemmering voor het effectief functioneren van de gezamenlijke centrale bank en hebben zelfs geleid tot de conclusie in een verklaring van 13 februari jl. van de Staten van Curaçao dat de gezamenlijke centrale bank voor Curaçao en Sint Maarten een onsuccesvolle vorm van sinds 10-10-10 opgelegde samenwerking is binnen het Koninkrijk.
Deze situatie is onhoudbaar, terwijl Curaçao zoals gezegd circa 80% van het economisch belang in de CBCS vertegenwoordigt. Daar komt bij dat Curaçao ook verreweg het grootste aandeel heeft in de financiële sector waarop de CBCS binnen de monetaire unie toezicht houdt. Dit legt een bijzondere verantwoordelijkheid op de regering van Curaçao voor de stabiliteit en het goed functioneren van de CBCS als monetaire autoriteit en prudentieel toezichthouder op de financiële sector.
Dat gezegd hebbende, stelt de Regering vast dat de ontstane situatie uitsluitend betrekking heeft op de bestuurlijke inrichting van de samenwerking tussen de landen en geen enkele invloed heeft op de stabiliteit van de Caribische gulden, noch op de effectiviteit en continuïteit van het toezicht door de CBCS op en het functioneren van het financiële stelsel. Het is voor de regering van Curaçao van belang dat dit ook in de toekomst zo blijft.
De regering treedt spoedig in overleg met het Parlement van Curaçao om haar visie op de vervolgstappen van de regering voor wat betreft dit thema te verkennen.

