Uitspraak onderzoek Outpost

 

Uitspraak onderzoek Outpost

Het Gerecht acht in de zaken van de zes verdachten in het onderzoek Outpost wettig en
overtuigend bewezen:
-dat zij tijdens twee nachtdiensten in september 2020 zonder toestemming en gebleken noodzaak
samen zes erven en woningen hebben betreden en uit vijf woningen geld, drugs en andere
goederen hebben meegenomen en dat zij een poging daartoe hebben gedaan in een zesde woning;
-dat zij daarmee samen misbruik hebben gemaakt van de bevoegdheden die samenvallen met
hun functie van politieambtenaar;
-dat zij met betrekking tot de acties in/bij twee van de desbetreffende woningen samen
onwaarheden hebben vermeld in twee processen-verbaal en daarvoor hebben getekend.
De verweren die zijn aangevoerd zijn door het Gerecht verworpen. Het Gerecht gaat ervan uit
dat er sprake was van een motief en planmatig handelen.
De verdachten hebben met hun handelen een ernstige inbreuk gemaakt op het vertrouwen dat
de maatschappij in de politie mag hebben. Daarbij hebben ze met hun handelen schade
toegebracht aan het imago van het politiekorps en het vertrouwen van hun
medepolitieambtenaren beschaamd.
Bij het bepalen van de straf hecht het Gerecht waarde aan het verschil in rollen tussen de
verdachten, hun persoonlijke omstandigheden en het moment waarop zij voor het eerst (een deel
van) de verweten gedragingen hebben bekend.

Dit heeft geresulteerd in oplegging van het volgende:
-verdachte T. : gevangenisstraf van 36 maanden onvoorwaardelijk met aftrek van voorarrest en
ontzetting uit het recht tot het bekleden van het ambt van politieambtenaar voor de tijd van 8
jaren.
-verdachte O. : gevangenisstraf van 36 maanden onvoorwaardelijk met aftrek van voorarrest en
ontzetting uit het recht tot het bekleden van het ambt van politieambtenaar voor de tijd van 8
jaren.
-verdachte D. : gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een
proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact en ontzetting
uit het recht tot het bekleden van het ambt van politieambtenaar voor de tijd van 7 jaren.
-verdachte B. : gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een
proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact en ontzetting
uit het recht tot het bekleden van het ambt van politieambtenaar voor de tijd van 5 jaren.
-verdachte J. : gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een
proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact en ontzetting
uit het recht tot het bekleden van het ambt van politieambtenaar voor de tijd van 5 jaren.
-verdachte R. : gevangenisstraf van 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
Werkstraf van 240 uren. Ontzetting uit het recht tot het bekleden van het ambt van
politieambtenaar voor de tijd van 5 jaren.
Het Gerecht veroordeelt de verdachten hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij S. van
340 NAf, aan de benadeelde partij B. van 300 NAf en aan de benadeelde partij T. van 220 NAf.
Voor het gedeelte van de bedragen van de vorderingen die het Gerecht niet heeft toegewezen
wegens onvoldoende onderbouwing, kunnen zij zich wenden tot de burgerlijke rechter. Het
Gerecht legt ook de schadevergoedingsmaatregel op.

Verdachten en het OM hebben 14 dagen de tijd voor het instellen van hoger beroep tegen deze
beslissingen van het Gerecht.

Share this page to Telegram

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Contact us



Connecting...
created by TelegramWordpress.com
error: Content is protected !!
%d bloggers like this: