Uitspraak vaststelling van de Landsverordening herziening Oostpunt

 

Uitspraak vaststelling van de Landsverordening herziening Oostpunt
Waar gaat de zaak over?
Na een civiele procedure en een periode van onderhandelingen is tussen de eigenaren van
Oostpunt en het Eilandgebied Curaçao in 2010 een vaststellingsovereenkomst tot stand
gekomen. Daarin zijn onder meer afspraken gemaakt over onderzoeken naar
ontwikkelmogelijkheden van Oostpunt. Vervolgens is een concept-landsverordening opgesteld,
die eind 2012 ter inzage heeft gelegen. Na diverse aanpassingen is op 19 januari 2017 de
Landsverordening herziening Oostpunt vastgesteld. Eisers zijn het niet eens met de wijze
waarop deze landsverordening tot stand gekomen is en ook niet met de
ontwikkelmogelijkheden die deze landsverordening volgens hen toestaat. De wetgever en de
eigenaren van Oostpunt vinden dat de Landsverordening herziening Oostpunt zorgvuldig tot
stand is gekomen en passende ontwikkelingen mogelijk maakt.
Wat is de uitspraak van het Gerecht?
Het Gerecht verklaart sommige beroepen niet-ontvankelijk en sommige beroepen ongegrond.
Dat betekent dat de Landsverordening herziening Oostpunt blijft gelden.
Waarom zijn sommige beroepen niet-ontvankelijk?
Alleen belanghebbenden kunnen beroep instellen bij de Lar-rechter. Iemand is bij de vaststelling
van een ontwikkelingsplan belanghebbende als hij of zij daardoor rechtstreeks in zijn of haar
belang wordt getroffen. Een natuurlijk persoon wordt rechtstreeks in zijn of haar belang
getroffen als hij of zij gevolgen van enige betekenis van het ontwikkelingsplan ondervindt. Het
Gerecht vindt bij een van de eisers niet aannemelijk dat hij gevolgen van enige betekenis
ondervindt, omdat hij op een te grote afstand van Oostpunt woont. Rechtspersonen kunnen ook
belanghebbenden zijn. Dan moet gekeken worden naar de belangen die zij krachtens hun
doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden behartigen. Van sommige eisers
beschikt het Gerecht niet over de informatie om dit te kunnen beoordelen. Van andere eisers
vindt het Gerecht dat zij gelet op hun doelstellingen niet rechtstreeks in hun belang worden
getroffen of dat zij niet meer actief zijn en dus om die reden niet als belanghebbende kunnen
worden aangemerkt.
Hoe zit het met de rechtsbescherming tegen de vaststelling van een ontwikkelingsplan?
Uit artikel 13, derde lid, van de Landsverordening grondslagen ruimtelijke
ontwikkelingsplanning volgt dat tegen de vaststelling van een ontwikkelingsplan beroep
openstaat bij de Lar-rechter. Maar omdat het in dit geval gaat om een landsverordening en de
wetgever afwegingen heeft gemaakt bij de vaststelling daarvan, heeft de Lar-rechter beperkte
toetsingsmogelijkheden. De rechter mag niet in de afweging van de wetgever treden, behalve als
het resultaat daarvan in strijd zou komen met de artikelen 3 tot en met 21 van de Staatsregeling
(de ‘klassieke grondrechten’) of met internationaal recht met rechtstreekse werking. De Larrechter biedt ondanks de beperkte toetsingsmogelijkheid dus wel rechtsbescherming, zowel bij
het Gerecht in eerste aanleg als in hoger beroep bij het Hof. Verder bestaat de mogelijkheid om
voorafgaand aan de vaststelling van een ontwikkelingsplan voor iedereen om tegen het
ontwerp-ontwikkelingsplan schriftelijke bezwaren in te dienen en voor belanghebbenden om
tegen de ontwerp-bestemmingsvoorschriften schriftelijke bezwaren in te dienen. Die procedure
staat in artikel 11 van de Landsverordening Ruimtelijke Ontwikkelingsplanning Curaçao
(EROC). Naar het oordeel van het Gerecht is dit artikel van toepassing, ook al gaat het hier om
de totstandkoming van een landsverordening.
Is de Landsverordening herziening Oostpunt in strijd met het EVRM en of internationale
(milieu)verdragen?
Het Gerecht vindt van niet. De artikelen 6 en 13 van het EVRM zien kort gezegd op het recht op
een eerlijk proces en op het recht op toegang tot de rechter. Deze artikelen vereisen echter geen
effectief nationaal rechtsmiddel tegen formele wetgeving, zoals de Landsverordening herziening
Oostpunt. Verder wijst het Gerecht op wat zij heeft gezegd over (de systematiek van)
rechtsbescherming bij de vaststelling van een ontwikkelingsplan. Er is ook geen strijd met
artikel 8 EVRM. Dat artikel kan in het geding zijn indien de overlast zo is dat die een betrokkene
in ernstige mate in zijn gezondheid treft of hem belet in zijn woongenot en zijn privé- of
gezinsleven. Dat hebben eisers niet aannemelijk gemaakt. De artikelen in de internationale
verdragen die eisers hebben genoemd, zijn zo geformuleerd dat die niet zonder nadere
uitwerking in nationale regelgeving direct toepasbaar zijn. Daar kunnen eisers zich dus niet op
beroepen. En voor zover al sprake zou zijn van zogenoemde directe werking, is het Gerecht van
oordeel dat de Landsverordening herziening Oostpunt met deze artikelen niet in strijd is. Dat
komt door de tekst die is opgenomen in de Landsverordening herziening Oostpunt. Daarin staat
kort gezegd dat ontwikkelingen van de gronden te Oostpunt slechts kunnen plaatsvinden, als er
passende voorwaarden worden gesteld en passende maatregelen worden getroffen die
effectieve bescherming van de omgeving in overeenstemming met internationale verdragen
waarborgen.

Share this page to Telegram

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Contact us



Connecting...
created by TelegramWordpress.com
error: Content is protected !!
%d bloggers like this: