Het Hof doet uitspraak in onderzoek Hanenberg
Het Hof doet uitspraak in onderzoek Hanenberg
Willemstad – Het Gemeenschappelijk Hof heeft vandaag uitspraak gedaan in het onderzoek Hanenberg en drie verdachten, verbalisanten van KPC respectievelijk VKC, veroordeeld voor medeplegen van doodslag en een dubbele poging daartoe. Vanwege de bijzondere omstandigheden van deze zaak volstaat het Hof met voorwaardelijk opgelegde taakstraffen en voorwaardelijke ontzetting uit het ambt.
Op 27 september 2021 vond een gewapende overval plaats en de verbalisanten hebben de achtervolging in gezet. Toen de auto met de drie inzittenden, die werden verdacht van de gewapende overval, tot stilstand kwam, wilden de verbalisanten over gaan tot aanhouding van deze drie personen. Op het moment dat de tot stilstand gebrachte auto opeens wegreed, hebben de verbalisanten meerdere keren met hun dienstwapens geschoten in de richting van de auto waarin deze drie personen zaten. Eén van de afgevuurde kogels heeft het lichaam van een van de inzittenden van achteren doorboord, ten gevolge waarvan hij is overleden. De andere twee inzittenden zijn niet door kogels geraakt en zijn even later alsnog aangehouden.
Het Hof begrijpt dat het niet de bedoeling van de verbalisanten was om iemand van het leven te beroven. Maar door op deze manier al rennend op een wegrijdende auto te schieten hebben de verbalisanten wel bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er iemand zou komen te overlijden en daarom oordeelt het Hof dat sprake is van voorwaardelijk opzet. Ook oordeelt het Hof dat sprake was van een gezamenlijk optreden en daarom is niet meer van belang wie het dodelijke schot heeft gelost.
De verbalisanten waren bevoegd om gebruik te maken van hun dienstvuurwapen maar het Hof oordeelt -anders dan het Gerecht- dat de wijze waarop de verbalisanten dat hebben gedaan niet proportioneel was. Er zijn dertien schoten kort achter elkaar gelost waarvan acht schoten de auto hebben geraakt onder andere op de kofferbak en de achterruit van de auto. Om het doel van het aanhouden van de inzittenden te bereiken hadden de verbalisanten minder vaak en gericht op het onderste gedeelte en/of de banden van de auto schieten kunnen schieten.
Het Hof weegt in zijn oordeel mee dat politieambtenaren keuzes in hun werk vaak in een fractie van een seconde en onder stressvolle en gevaarlijke omstandigheden moeten maken. Juist om die reden is het van het grootste belang dat politieambtenaren regelmatig en op de juiste wijze worden getraind in het gebruik van het dienstvuurwapen. Tijdens de behandeling van de zaak is duidelijk geworden dat er geen sprake was van deze regelmatige training.
Bij het bewaken van de kwaliteit en inzetbaarheid van goed getrainde politieambtenaren is voor (de leiding van) het politiekorps een belangrijke taak weggelegd. Dit orgaan is er immers (ook volgens de wet) voor verantwoordelijk dat zijn werknemers (en de samenleving) worden beschermd, door politieambtenaren optimaal te begeleiden, faciliteren en te controleren bij het op peil houden van hun vaardigheden.
Dat het politiekorps hierin is tekortgeschoten, neemt echter niet weg dat ook op de verdachten zelf de plicht en verantwoordelijkheid rusten zich voortdurend te bekwamen in hun taak zoals dat ook is vastgelegd in de Ambtsinstructie voor de politie. Het Hof oordeelt dat de verbalisanten strafbaar zijn maar deze omstandigheden rechtvaardigen volgens het Hof wel een sterk gematigde straf. Het Hof veroordeelt de verbalisanten tot een voorwaardelijke taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke ontzetting uit hun ambt.
Het Hof heeft daarnaast aan de nabestaanden schadevergoeding toegekend. Het gaat in deze zaak om ernstige feiten. Er is aan de nabestaanden onherstelbaar leed toegebracht, hetgeen zij op invoelbare wijze tijdens zitting over hebben gebracht. Dat de andere twee inzittenden van de auto niet zijn geraakt, is een gelukkige omstandigheid die ook anders had kunnen uitpakken. Naast het onherstelbaar leed van de nabestaanden door het verlies van hun zoon en kleinzoon, begrijpt het Hof dat er bij de nabestaanden sprake is van onbegrip en ongeloof over het verloop van het (politie-)onderzoek, hetgeen het vertrouwen en het geloof in de politie heeft aangetast.
De verdachte en het openbaar ministerie hebben 14 dagen de tijd om cassatie bij de Hoge Raad in te stellen.
Het vonnis zal binnenkort worden gepubliceerd via http://www.rechtspraak.nl


