Conclusies advocaten-generaal (AG’s) Van Kampen en Paridaens over de digitale betekening van gerechtelijke mededelingen in strafzaken
Conclusies advocaten-generaal (AG’s) Van Kampen en Paridaens over de digitale betekening van gerechtelijke mededelingen in strafzaken
In strafzaken is het sinds 2020 mogelijk om gerechtelijke mededelingen – waaronder de dagvaarding en de kennisgeving van bij verstek gewezen uitspraken – op elektronische wijze te betekenen. De stukken worden in een dergelijk geval in de MijnOverheid-Berichtenbox van de verdachte geplaatst. Indien de verdachte inlogt in zijn MijnOverheid-omgeving door middel van zijn DigiD (met tweefactorauthenticatie) geldt de betekening wettelijk als in persoon aan de verdachte uitgereikt. Dat heeft gevolgen voor de termijn waarbinnen hoger beroep moet worden ingesteld.
In een groot aantal van de zaken waarin advocaten-generaal Van Kampen en Paridaens vandaag conclusie nemen, is het hoger beroep te laat ingesteld, maar wordt gesteld dat een ander voor de verdachte heeft ingelogd in zijn MijnOverheid-omgeving (met de inloggegevens van de verdachte) en de verdachte geen weet had van de ontvangst van de gerechtelijke mededeling. Aangevoerd wordt dat in zo’n geval geen sprake is van een betekening ‘in persoon’ of dat sprake is van een verschoonbare overschrijding van de termijn voor het instellen van hoger beroep.
Conclusies AG
De advocaten-generaal bespreken in hun respectievelijke conclusies twee verschillende benaderingswijzen die relevant zijn voor de rechtspraktijk. Deze twee benaderingswijzen worden met deze conclusies aan de Hoge Raad voorgelegd.
AG Van Kampen neemt op grond van de wetgeschiedenis en de tekst van art. 36f lid 2 Sv (betekening in persoon door elektronische overdracht) als uitgangspunt dat een digitale inlog een betekening in persoon oplevert, ook als iemand anders voor de verdachte (en met diens inloggegevens) heeft ingelogd. Deze AG meent – onder bespreking van onder meer de Europese rechtspraak – evenwel dat onder bijzondere omstandigheden de termijnoverschrijding verontschuldigbaar moet worden geacht. Afhankelijk van de (bijzondere) omstandigheden van het geval kan het zo zijn dat de verdachte in eerste aanleg bij verstek is veroordeeld en hij (achteraf bezien) geen afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn aanwezigheid te worden berecht, in welk geval hem het recht op een ‘fresh determination’ (in de vorm van een behandeling van zijn zaak in hoger beroep) niet kan worden ontzegd.
AG Paridaens neemt eveneens als uitgangspunt dat een digitale inlog een betekening in persoon oplevert. Echter, nu art. 36f lid 2 Sv voor een digitale betekening in persoon uitdrukkelijk vereist dat “degene voor wie de gerechtelijke mededeling bestemd is, zich toegang verschaft” tot MijnOverheid, meent zij dat door of namens de verdachte ten overstaan van de rechter moet kunnen worden betwist dat de verdachte degene is geweest die zich toegang heeft verschaft tot MijnOverheid als bedoeld in art. 36 lid 2 Sv. Daarbij zal dan voldoende moeten worden aangevoerd waardoor het tegen de achtergrond van de inhoud van het dossier en ondanks de technische waarborgen waarmee de elektronische betekening is omgeven, aannemelijk wordt dat het in het betreffende geval niet de verdachte, maar een ander is geweest die zich ongemerkt door de inlog toegang heeft verschaft tot MijnOverheid. De rechter beoordeelt vervolgens dat door of namens de verdachte aangedragen scenario op zijn aannemelijkheid en aan de hand daarvan oordeelt hij of al dan niet sprake is van een betekening in persoon als bedoeld in art. 36f lid 2 Sv.
Uitspraak Hoge Raad
De uitspraak van de Hoge Raad is voorlopig bepaald op 5 januari 2027.
Publicatie op rechtspraak.nl
Voor de benaderingswijze van AG Van Kampen zie met name de conclusie die is gepubliceerd onder ECLI:NL:PHR:2026:1005(verwijst naar een andere website).
Voor de benaderingswijze van AG Paridaens zie met name de conclusie die is gepubliceerd onder ECLI:NL:PHR:2026:1004(verwijst naar een andere website).
Een conclusie bevat een onafhankelijke analyse van en oordeel over een zaak waarover de Hoge Raad moet beslissen. Daarbij gaat het om voorlichting en advisering van de Hoge Raad. In een conclusie wordt een zaak vaak uitvoeriger en vanuit een breder perspectief besproken dan in de uitspraak van de Hoge Raad. Daarmee dient de conclusie niet alleen de kwaliteit van de rechtspraak in de concrete zaak, maar ook de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Een conclusie wordt meestal genomen door een van de advocaten-generaal in het parket, namens de procureur-generaal. De advocaten-generaal zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud van hun conclusies.
