Vandaag heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao in de zogeheten Lacerta-zaak de voormalige directeur van de Refineria di Korsou (RdK) veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden.
Vandaag heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao in de zogeheten Lacerta-zaak de
voormalige directeur van de Refineria di Korsou (RdK) veroordeeld tot een gevangenisstraf van
36 maanden. Twee andere ex-medewerkers van RdK en een externe consultant zijn elk
veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden.
Het Gerecht acht bewezen dat de vier mannen zich schuldig hebben gemaakt aan het vragen van
minstens vijf miljoen dollar aan steekpenningen aan het bedrijf Count/AOT, dat meedeed in het
aanbestedingstraject om de nieuwe strategische partner van RdK te worden. De vier verdachten
hebben daartoe, buiten het officiële aanbestedingsteam om, verschillende privé ontmoetingen
georganiseerd met de vertegenwoordigers van dit bedrijf, die zij geheim hebben gehouden voor
RdK.
De vier verdachten hebben zodoende misbruik gemaakt van de hoge posities die twee van hen
binnen RdK innamen, enkel en alleen om hun eigen financiële belangen te dienen. Een
omkopingsschandaal van deze omvang schaadt het imago van het Land Curaçao, waardoor
toekomstige investeerders kunnen worden afgeschrikt.
Tegen de directeur van de raffinaderij was door de officier van justitie een gevangenisstraf van
vijf jaar geëist en tegen de anderen een gevangenisstraf van vier jaar. Het Gerecht heeft de straf
gematigd, onder meer vanwege de gevolgen die deze zaak voor de verdachten heeft en het feit
dat de steekpenningen uiteindelijk niet zijn uitbetaald.
De verdachten hebben ter terechtzitting aangevoerd dat zij onschuldig waren aan omkoping
omdat zij juist de vertegenwoordiger van Count/AOT in Curaçao wilde ontmaskeren, dan wel
zijn betrouwbaarheid wilden onderzoeken. Een van hen heeft aangevoerd dat hij zelfs van dit
ontmaskeringsplan niet op de hoogte was.
Het Gerecht hecht geen geloof aan deze verklaringen. Niet alleen heeft men dit
“ontmaskeringsplan” op geen enkel moment besproken binnen RdK, hetgeen zeer voor de hand
had gelegen. Ook na afloop is RdK onjuist en onvolledig geïnformeerd. Ook in de
correspondentie tussen de verdachten blijkt niet dat hun handelen plaatsvond in het kader van
een dergelijk plan. Het Gerecht vindt daarom deze uitleg van de gebeurtenissen volstrekt
ongeloofwaardig en concludeert dat het voorstel dat de verdachten op 23 augustus 2018 hebben
gedaan geen onderdeel vormt van een enig ontmaskeringsplan, maar gaat over wat er in dat
voorstel letterlijk staat vermeld, namelijk het vragen om miljoenen dollars aan steekpenningen,
in ruil voor het krijgen van een overeenkomst tussen RdK en Count/AOT.

