Karta pa gobernador ku a bai awe tardi

IN HANDEN

 

Aan de Gouverneur van Curaçao

Fort Amsterdam

Alhier

 

Willemstad 28 juli 2020

 

Excelentie,

 

Naar aanleiding van ons onderhoud van heden heb ik de eer u als volgt te berichten.

 

Zoals blijkt uit de brief die ik u heb overhandigd, het is onjuist om te veronderstellen dat de Staten thans niet voltallig is en dat er een vacature bestaat die door de heer Shaheen Elhage opgevuld zou kunnen worden. Ik heb u dienaangaande op artikel 126 van het Kiesreglement gewezen maar heb van u begrepen dat u daar geen acht op slaat. 

U betrok de stelling dat dat indien de Staten leden niet aan het onderzoek van de geloofsbrieven van de heer Elhage mee werken u zich naar de Koninkrijksregering zal wenden opdat deze de naar uw mening geëigende maatregelen treft.

 

Veroorloof mij u te verzoeken om niet na te laten de Koninkrijksregering een afschrift van bovengenoemde schrijven te doen toekomen en mijn standpunt woordelijk over te brengen. Voor uw gemak herhaal ik die hierbij:

 

  1. Het voornemen van de voorzitter van de Staten is in strijd met de wet. Er is namelijk thans geen sprake van een vacature in de Staten. Volgens de Staatsregeling bestaat de Staten uit 21 leden. Op 17 juli jl. hebben de Staten de geloofsbrieven van mevrouw Alcalá-Walle goedgekeurd, waardoor zij tot de Staten in toegelaten en dus de vacature die ontstaan is door het heengaan van de heer Millerson niet langer bestaat;
  2. Overeenkomstig artikel 126, eerste lid van de Kiesreglement heeft de voorzitter van de Staten hiervan mededeling gedaan aan de Gouverneur, het hoofdstembureau en aan betrokkene;
  3. Artikel 126, tweede lid van het Kiesreglement schrijft voor dat betrokkene, d.w.z. mevrouw Alcalá-Walle, binnen vier weken na dagtekening van die kennisgeving aan de Gouverneur het verzoek moet doen tot afleggen van de eed c.q. verklaring en belofte voorgeschreven door artikel 47 van de Staatsregeling;
  4. Ingevolge artikel 126, derde lid, bepaalt de Gouverneur de datum en uur waarop de eed c.q. verklaring en belofte zal plaatsvinden;

 

  1. Artikel 126, vierde lid van het Kiesreglement bepaalt dat, indien de toegelatene binnen vier weken geen gehoor geeft aan de oproep van de Gouverneur om de eed c.q. verklaring en belofte te komen afleggen, er hiervan door en namens de Gouverneur onverwijld kennis gegeven wordt aan de voorzitter van de Staten en de voorzitter van het hoofdstembureau; 
  2. Volgens dezelfde bepaling wordt de vacature waarin betrokkene verkozene is verklaard geacht opnieuw te zijn opengevallen op de eerste dag na afloop van de termijn van vier weken;
  3. Het voorgaande betekent dat, aangezien de termijn van vier weken nog niet is verstreken, de Gouverneur niet aan de voorzitter van de Staten en het hoofdstembureau rechtsgelding heeft kunnen meedelen dat mevrouw Alcalá-Walle geen gehoor heeft gegeven aan de Gouverneur om de eed c.q. verklaring en belofte te komen afleggen. Er is dus thans geen sprake van een vacature dat moet worden opgevuld;
  4. Aangezien er op dit moment er geen sprake is van een vacature kan geen gehoor worden geven aan een oproep tot een vergadering van de Staten, tenzij de voorzitter het onderzoek van de geloofsbrieven van de heer Elhage van de agenda haalt. Aangezien de voorzitter weigert zich daartoe te verbinden en de betrokken leden er geen vertrouwen in hebben de wet door haar gerespecteerd zal worden zullen zij dus niet aan de oproep tot vergadering gehoor te geven.

 

Een afschrift hiervan zal ik doen toekomen aan de Staten, de Raad van Advies, Raad van State, en aan de Vertegenwoordiger van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

 

Hoogachtend,

 

_______________

Gilmar Pisas

Fractieleider MFK

 

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

error: Content is protected !!
%d bloggers like this: