TARIEVEN GEREGULEERDE BRANDSTOFFEN STIJGEN, ELEKTRICITEIT DAALT EN WATER STIJGT LICHT

 

TARIEVEN GEREGULEERDE BRANDSTOFFEN STIJGEN, ELEKTRICITEIT DAALT EN WATER STIJGT LICHT

WILLEMSTAD – Vanaf dinsdag 1 juni 2021 stijgt het gereguleerde tarief van benzine, diesel
en kookgas (LPG) op Curaçao. Het tarief van elektriciteit daalt met ingang van dinsdag 1 juni
2021 en het tarief van water stijgt licht. Dit meldt het Bureau Telecommunicatie en Post
(BT&P) in haar maandelijkse persbericht hierover. BT&P houdt toezicht op de
prijsontwikkelingen van olieproducten en van nutsvoorzieningen.
Tariefberekening brandstofproducten
De tariefopbouw van Mogas 95, Gasolie LSD, LPG 20 en LPG 100 kent de elementen
1. Aankoopprijs, 2. Importbelasting LSD, 3. Waarborging brandstofvoorziening (1a)
4. Waarborging brandstofvoorziening (1b) 5. Marge Curoil, 6. Accijnzen, 7. Overschot/Tekort
(Recovery), 8. Kruissubsidie, 9. Groothandel O.B. 6%, 10. Dealer marge, en 11. Kleinhandel
O.B. 6%. Voor sommige elementen geldt – al dan niet tijdelijk – het nultarief.
Het groothandelstarief omvat de eerste negen elementen terwijl het kleinhandelstarief alle
elementen omvat.
De aankoopprijs, waarmee de berekening begint, wordt maandelijks voor de volgende maand
bepaald aan de hand van de beschikbare brandstofvoorraad aan het einde van de vorige
maand. Dus: de aankoopprijzen die worden gehanteerd voor de maand juni 2021 zijn in
beginsel gebaseerd op de beschikbare brandstofvoorraad per eind april 2021. In het geval de
door Curoil verstrekte voorraadinformatie ontoereikend is, wordt uitgegaan van recente
internationale prijsnoteringen. Deze aankoopprijzen worden tevens getoetst aan de
internationale prijsnoteringen. Via het element ‘Overschot/Tekort’ worden vanwege deze
vertraging steeds achteraf de verschillen tussen de gereguleerde aankoopprijs en de werkelijke
inkopen in een bepaalde maand verrekend.
De eindgebruikerstarieven voor zowel Mogas 95 en Gasolie LSD stijgen voornamelijk als
gevolg van een stijging van de aankoopprijzen, welke stijgingen in lijn zijn met de relevante
internationale prijsnoteringen. Vanwege de doorlopende uitputting van de financiële buffer
voor LPG, op basis waarvan de prijzen sinds augustus 2020 gelijk gehouden konden worden,
dient thans overgegaan te worden tot een verhoging van de prijzen voor LPG.
Tariefberekening water en elektriciteit
De tariefopbouw voor water en elektriciteit kent twee componenten: het basistarief en de
brandstofclausule. De brandstofclausule voor elektriciteit bestaat uit twee elementen: inkoop
van elektriciteit en brandstofkosten.
De ‘inkopen’ zijn gebaseerd op de prijs van energie die derden leveren, zoals windenergie en
zonne-energie, en de brandstofkosten betreffen de kosten van energieopwekking door
Aqualectra zelf. Ook de brandstofclausule voor water bestaat uit twee elementen, zijnde
‘inkopen’ gebaseerd op de prijs van water dat door een derde partij wordt geleverd en
elektriciteitskosten voor de waterproductie door Aqualectra zelf.
Echter, iedere maand varieert de inzet van de verschillende productiemiddelen, ook wel
genoemd ‘de productiemix’. De hoogte van de brandstofclausule wordt daarom maandelijks
door BT&P bepaald aan de hand van Aqualectra’s prognose van wat de productiemix zal
zijn, in dit geval voor de maand juni 2021. Als een maand later blijkt dat de component te
hoog of te laag lag, wordt deze gecorrigeerd. In dit geval betreft dat dus de maand april 2021.
Het basistarief voor zowel water als elektriciteit wordt een keer per jaar bepaald door BT&P.
Dit tarief omvat alle overige (vaste) kosten voor de productie van elektriciteit en water en alle
kosten voor de distributie en levering daarvan, zoals personeelskosten, onderhoudskosten,
afschrijvingen etc.
De elektriciteitstarieven dalen voornamelijk als gevolg van lagere gemiddelde
brandstofkosten en een lagere correctiefactor over april die in de tarieven van juni is
verwerkt. De lichte stijging van de watertarieven is voornamelijk het resultaat van lagere
elektriciteitskosten voor de productie van water en een hogere correctiefactor over de maand
april die in de tarieven van juni is verwerkt.
Goedkeuring en vaststelling
Het BT&P adviseert de Raad van Ministers (RvM) over de nieuwe tarieven. Pas nadat de
RvM het voorstel goedkeurt, stelt de Minister van Economische Ontwikkeling, die tevens
belast is met energiezaken, de tarieven vast. Dat zijn dan de maximale tarieven die een
maand lang gehanteerd mogen worden. Met deze procedure, die internationale en lokale
factoren in aanmerking neemt, bewaakt toezichthouder BT&P op een onafhankelijke,
transparante manier de continuïteit en de billijkheid van de levering van brandstof, water en
elektriciteit aan de lokale bevolking.
De exacte prijsaanpassingen zijn te vinden op http://www.btnp.org.


 

TARIEVEN GEREGULEERDE BRANDSTOFFEN STIJGEN, ELEKTRICITEIT DAALT EN WATER STIJGT LICHT

WILLEMSTAD – Vanaf dinsdag 1 juni 2021 stijgt het gereguleerde tarief van benzine, diesel
en kookgas (LPG) op Curaçao. Het tarief van elektriciteit daalt met ingang van dinsdag 1 juni
2021 en het tarief van water stijgt licht. Dit meldt het Bureau Telecommunicatie en Post
(BT&P) in haar maandelijkse persbericht hierover. BT&P houdt toezicht op de
prijsontwikkelingen van olieproducten en van nutsvoorzieningen.
Tariefberekening brandstofproducten
De tariefopbouw van Mogas 95, Gasolie LSD, LPG 20 en LPG 100 kent de elementen
1. Aankoopprijs, 2. Importbelasting LSD, 3. Waarborging brandstofvoorziening (1a)
4. Waarborging brandstofvoorziening (1b) 5. Marge Curoil, 6. Accijnzen, 7. Overschot/Tekort
(Recovery), 8. Kruissubsidie, 9. Groothandel O.B. 6%, 10. Dealer marge, en 11. Kleinhandel
O.B. 6%. Voor sommige elementen geldt – al dan niet tijdelijk – het nultarief.
Het groothandelstarief omvat de eerste negen elementen terwijl het kleinhandelstarief alle
elementen omvat.
De aankoopprijs, waarmee de berekening begint, wordt maandelijks voor de volgende maand
bepaald aan de hand van de beschikbare brandstofvoorraad aan het einde van de vorige
maand. Dus: de aankoopprijzen die worden gehanteerd voor de maand juni 2021 zijn in
beginsel gebaseerd op de beschikbare brandstofvoorraad per eind april 2021. In het geval de
door Curoil verstrekte voorraadinformatie ontoereikend is, wordt uitgegaan van recente
internationale prijsnoteringen. Deze aankoopprijzen worden tevens getoetst aan de
internationale prijsnoteringen. Via het element ‘Overschot/Tekort’ worden vanwege deze
vertraging steeds achteraf de verschillen tussen de gereguleerde aankoopprijs en de werkelijke
inkopen in een bepaalde maand verrekend.
De eindgebruikerstarieven voor zowel Mogas 95 en Gasolie LSD stijgen voornamelijk als
gevolg van een stijging van de aankoopprijzen, welke stijgingen in lijn zijn met de relevante
internationale prijsnoteringen. Vanwege de doorlopende uitputting van de financiële buffer
voor LPG, op basis waarvan de prijzen sinds augustus 2020 gelijk gehouden konden worden,
dient thans overgegaan te worden tot een verhoging van de prijzen voor LPG.
Tariefberekening water en elektriciteit
De tariefopbouw voor water en elektriciteit kent twee componenten: het basistarief en de
brandstofclausule. De brandstofclausule voor elektriciteit bestaat uit twee elementen: inkoop
van elektriciteit en brandstofkosten.
De ‘inkopen’ zijn gebaseerd op de prijs van energie die derden leveren, zoals windenergie en
zonne-energie, en de brandstofkosten betreffen de kosten van energieopwekking door
Aqualectra zelf. Ook de brandstofclausule voor water bestaat uit twee elementen, zijnde
‘inkopen’ gebaseerd op de prijs van water dat door een derde partij wordt geleverd en
elektriciteitskosten voor de waterproductie door Aqualectra zelf.
Echter, iedere maand varieert de inzet van de verschillende productiemiddelen, ook wel
genoemd ‘de productiemix’. De hoogte van de brandstofclausule wordt daarom maandelijks
door BT&P bepaald aan de hand van Aqualectra’s prognose van wat de productiemix zal
zijn, in dit geval voor de maand juni 2021. Als een maand later blijkt dat de component te
hoog of te laag lag, wordt deze gecorrigeerd. In dit geval betreft dat dus de maand april 2021.
Het basistarief voor zowel water als elektriciteit wordt een keer per jaar bepaald door BT&P.
Dit tarief omvat alle overige (vaste) kosten voor de productie van elektriciteit en water en alle
kosten voor de distributie en levering daarvan, zoals personeelskosten, onderhoudskosten,
afschrijvingen etc.
De elektriciteitstarieven dalen voornamelijk als gevolg van lagere gemiddelde
brandstofkosten en een lagere correctiefactor over april die in de tarieven van juni is
verwerkt. De lichte stijging van de watertarieven is voornamelijk het resultaat van lagere
elektriciteitskosten voor de productie van water en een hogere correctiefactor over de maand
april die in de tarieven van juni is verwerkt.
Goedkeuring en vaststelling
Het BT&P adviseert de Raad van Ministers (RvM) over de nieuwe tarieven. Pas nadat de
RvM het voorstel goedkeurt, stelt de Minister van Economische Ontwikkeling, die tevens
belast is met energiezaken, de tarieven vast. Dat zijn dan de maximale tarieven die een
maand lang gehanteerd mogen worden. Met deze procedure, die internationale en lokale
factoren in aanmerking neemt, bewaakt toezichthouder BT&P op een onafhankelijke,
transparante manier de continuïteit en de billijkheid van de levering van brandstof, water en
elektriciteit aan de lokale bevolking.
De exacte prijsaanpassingen zijn te vinden op http://www.btnp.org

 

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

error: Content is protected !!
%d bloggers like this: