Hoge Raad: zonder vergunning exploiteren van online kansspelen leidt niet tot nietigheid van de kansspelovereenkomsten
Hoge Raad: zonder vergunning exploiteren van online kansspelen leidt niet tot nietigheid van de kansspelovereenkomsten
Het gelegenheid geven om via internet deel te nemen aan kansspelen (online gokken) zonder de voor de exploitant vereiste vergunning op grond van de Wet op de kansspelen (Wok), heeft niet tot gevolg dat de tussen de exploitant en deelnemers gesloten kansspelovereenkomsten nietig zijn. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld naar aanleiding van prejudiciële vragen van de rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland.
De zaken
Het gaat om twee zaken waarin de rechtbanken moeten beslissen of deelnemers aan online kansspelen die daarmee geld hebben verloren, recht hebben op terugbetaling door de exploitanten van de kansspelen. Het exploiteren van kansspelen is verboden als daarvoor geen vergunning is verleend op grond van de Wet op de kansspelen (Wok). Beide deelnemers hebben forse bedragen verloren bij exploitanten van online kansspelen zonder vergunning. De deelnemers stellen zich op het standpunt dat de overtreding van de Wok door de exploitanten tot gevolg heeft dat de met de deelnemers gesloten kansspelovereenkomsten niet geldig zijn. De rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland hebben hierover prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld. De vragen gaan over artikel 3:40 van het Burgerlijk Wetboek; daarin is bepaald dat een overeenkomst nietig of vernietigbaar kan zijn als deze in strijd is met de wet, de openbare orde of de goede zeden.
Een prejudiciële vraag is een rechtsvraag van een rechter aan de Hoge Raad over de uitleg van een rechtsregel. Daaraan kan behoefte bestaan als de Hoge Raad over die vraag niet eerder heeft beslist. Het gaat om vragen die zich voordoen in een concrete zaak die bij een rechtbank of hof in behandeling is. Aan de mogelijkheid tot het stellen van prejudiciële vragen is een aantal voorwaarden verbonden: zo moet een antwoord op een vraag nodig zijn voor het nemen van een beslissing in de zaak en dezelfde vraag moet aan de orde zijn in vergelijkbare zaken.
Conclusie advocaat-generaal (AG)
De AG nam zijn conclusies in beide(verwijst naar een andere website) zaken op 28 november 2025(verwijst naar een andere website).
Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelt dat uit de tekst en het stelsel van de Wok niet kan worden afgeleid dat overeenkomsten met exploitanten van kansspelen die daarvoor geen vergunning hebben, nietig zijn. Ook de wetsgeschiedenis van de Wok bevat naar het oordeel van de Hoge Raad geen aanwijzing dat de wetgever nietigheid of vernietigbaarheid heeft beoogd van overeenkomsten die zijn gesloten met overtreding van de Wok. Het had voor de hand gelegen dat indien de wetgever die nietigheid zou hebben beoogd, daaraan wel aandacht was besteed in de tekst of de wetsgeschiedenis van de Wok, aldus de Hoge Raad. Dat is niet gebeurd, ook niet bij latere wijzingen van de Wok, zoals in 2021 door de Wet kansspelen op afstand, waarmee het online exploiteren van kansspelen met vergunning mogelijk is gemaakt.
Er is volgens de Hoge Raad evenmin grond om aan te nemen dat overeenkomsten met een exploitant van online kansspelen zonder vergunning, vanwege het ontbreken van de vergunning in strijd zijn met de openbare orde of de goede zeden. Hierbij is van belang dat Nederland geen categorisch verbod op kansspelen kent en dat kansspelovereenkomsten op zich niet ontoelaatbaar worden geacht. Verder worden met het verbod in de Wok weliswaar gewichtige maatschappelijke belangen beschermd, maar de Wok voorziet al uitdrukkelijk in sancties van strafrechtelijke en bestuursrechtelijke aard.
De Hoge Raad oordeelt dan ook dat overeenkomsten die zijn aangegaan met een exploitant van online kansspelen die handelt in strijd met het verbod van de Wok, niet nietig of vernietigbaar zijn op grond van artikel 3:40 van het Burgerlijk Wetboek. Dat neemt niet weg dat zulke overeenkomsten onder omstandigheden vernietigd kunnen worden wegens bijvoorbeeld dwaling of aanleiding kunnen geven tot een vordering tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad.
Hoe verder?
De rechtbanken zullen de zaken nu voortzetten met inachtneming van de antwoorden van de Hoge Raad. Deze antwoorden zijn ook van belang voor rechters die in vergelijkbare zaken moeten beslissen.

