KIKO TA PASANDO

E uniko kaminda ku bo ta haña tur informashon kompletamente gratis. Klik anto lesa. Manda tur loke bo ke pa wordu publika i invitashon pa kubri rueda di prensa na e Email: kikotapasando@outlook.com

KIKO TA PASANDO
NOTISIA POLISIAL

Hoge Raad: beslissing gerechtshof dat de KNVB Vitesse moet toelaten tot de competities betaald voetbal blijft in stand

Hoge Raad: beslissing gerechtshof dat de KNVB Vitesse moet toelaten tot de competities betaald voetbal blijft in stand

17 juli 2026

De Hoge Raad heeft vandaag beslist in de zaak van de KNVB tegen voetbalclub Vitesse. De KNVB had besloten om de proflicentie van Vitesse in te trekken. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft dat besluit in een door Vitesse aangespannen kort geding in september 2025 geschorst en de KNVB bevolen om de club per direct weer toe te laten tot de competities betaald voetbal.

Deze uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand, doordat de Hoge Raad vandaag het cassatieberoep van de KNVB tegen deze uitspraak heeft verworpen.

De Hoge Raad is cassatierechter. Dat betekent dat wordt beoordeeld of het hof in zijn uitspraak de rechtsregels juist heeft toegepast, de uitspraak voldoende begrijpelijk heeft gemotiveerd en de regels voor de procedure goed heeft gevolgd.

Een kort geding is een procedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechter te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen partijen alsnog naar de rechter gaan om de zaak in de gewone, meer uitgebreide, procedure (de ‘bodemprocedure’) definitief te laten beslissen.

De zaak

Vitesse is lid van de KNVB. De licentiecommissie en de beroepscommissie zijn organen van de KNVB. Op 10 juli 2025 heeft de licentiecommissie besloten tot onvoorwaardelijke intrekking van de proflicentie van Vitesse, waardoor de club niet meer mocht deelnemen aan de door de KNVB georganiseerde competities betaald voetbal. Vitesse stelde beroep in tegen die beslissing, maar de beroepscommissie van de KNVB heeft op 31 juli 2025 dat beroep afgewezen. Volgens beide commissies is bij Vitesse sprake van een patroon van misleiding, omzeiling en ondermijning van het licentiesysteem, dat Vitesse ook nog tijdens de (beroeps)procedure heeft voortgezet.

Vitesse heeft daarop in kort geding als spoedmaatregel geëist dat de rechter de besluiten van de licentiecommissie en de beroepscommissie schorst en de KNVB beveelt om Vitesse per direct toe te laten tot de competities betaald voetbal. In eerste instantie heeft de kortgedingrechter deze vordering van Vitesse afgewezen.

In hoger beroep heeft het gerechtshof Vitesse alsnog gelijk gegeven, kort na de start van seizoen ‘25/’26. Volgens het hof is het waarschijnlijk dat bij een definitieve beoordeling in een bodemprocedure de besluiten van de licentiecommissie en van de beroepscommissie vernietigd zullen worden, en wegen de belangen van Vitesse om voorlopig te kunnen blijven deelnemen aan het betaald voetbal zwaarder dan de belangen van de KNVB bij handhaving van de intrekking van de proflicentie.

De KNVB heeft tegen de uitspraak van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

Advies advocaat-generaal (AG)

De AG heeft op 1 mei jl. de Hoge Raad geadviseerd(verwijst naar een andere website) het cassatieberoep te verwerpen.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de KNVB verworpen.

De Hoge Raad heeft vooropgesteld dat de rechter zich in het algemeen terughoudend moet opstellen bij de beoordeling of een orgaan van een rechtspersoon, zoals in dit geval de licentiecommissie en de beroepscommissie van de KNVB, bij het nemen van een besluit alle in aanmerking komende belangen naar redelijkheid en billijkheid heeft afgewogen en daarbij de nodige zorgvuldigheid in acht heeft genomen. Aan zo’n orgaan komt namelijk een zekere beoordelings- en beleidsruimte toe. Hoe terughoudend de rechter in een concrete zaak moet zijn, is volgens de Hoge Raad afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In kort geding moet de rechter zijn beslissing afstemmen op de waarschijnlijke uitkomst van de bodemprocedure, maar dat betekent niet dat hij om die reden extra terughoudend moet zijn, aldus de Hoge Raad.

Het oordeel van het hof komt volgens de Hoge Raad kort gezegd op het volgende neer. De aan Vitesse opgelegde sanctie van onvoorwaardelijke intrekking van de proflicentie staat, gelet op de verstrekkende gevolgen daarvan voor Vitesse en gelet op de bij Vitesse betrokken belangen, niet in redelijke verhouding tot de aan Vitesse gemaakte verwijten en de door Vitesse begane overtredingen en de belangen van de KNVB bij het bestraffen daarvan. Naar het oordeel van de Hoge Raad geeft dat oordeel van het hof geen blijk van onvoldoende terughoudendheid of van miskenning van de aan de licentiecommissie en de beroepscommissie toekomende beleids- en beoordelingsruimte. De Hoge Raad kan maar beperkt controleren of het hof voldoende terughoudend is geweest, omdat het oordeel van het hof nauw verweven is met de weging van alle feiten en omstandigheden rond Vitesse en de Hoge Raad als cassatierechter die feiten en omstandigheden niet zelf volledig opnieuw beoordeelt. Het oordeel van het hof is volgens de Hoge Raad ook voldoende begrijpelijk, mede omdat het een oordeel in kort geding betreft.

Met de uitspraak van de Hoge Raad is een einde gekomen aan deze procedure in kort geding.

Publicatie op rechtspraak.nl

ECLI:NL:HR:2026:1300

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Discover more from KIKO TA PASANDO

Subscribe now to keep reading and get access to the full archive.

Continue reading