De installatiezitting van mr. S.A. (Sigmar) Carmelia als president van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Toespraak “Samen beschermen wij de rechtsorde” by Amalin L.A.C. Flanegin, concerning the installation of mr. Sigmar Carmelia as President of the Joint Court of Justice on 16 October 2026.
Toespraak “Samen beschermen wij de rechtsorde” Ter gelegenheid van de buitengewone zitting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie ter gelegenheid van de installatie van de heer mr. S .A. Carmelia als nieuwe president van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Procureur-generaal van Aruba Amalin L.A.C. Flanegin Curaçao, 16 oktober 2026 2 Edelgrootachtbare
Heer/Vrouwe Edelgrootachtbaar College, Excellenties, Geachte aanwezigen, Mijn toespraak geef ik niet in ons dushi Papiamento, maar in de Nederlandse taal zodat iedereen mij kan volgen. Allereerst wil ik onze nieuwe President de heer mr Sigmar Carmelia hartelijk feliciteren en hem vooral veel succes, wijsheid en geduld toewensen met uw nieuwe uitdaging. Als een Landskind wordt hiermee de Caribisering van ons Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius, Saba voortgezet. Ook aan uw familie, uw echtgenote en lieve dochters, masha pabien met uw benoeming. Geduld wens ik u toe, omdat wij nu in een ingewikkelde, uitdagende tijd leven. Een tijd die gekenmerkt wordt enerzijds door de lokale problematiek van onze landen zoals de toename van problemen op het gebied van geestelijke gezondheidszorg terwijl er nog geen voldoende en tijdige zorg beschikbaar is , toename van vuurwapengeweld en ook de beperkte capaciteit bij diverse diensten, eveneens in de justitie keten. Hierdoor kunnen burgers vaak ontevreden raken en zich oneerlijk behandeld voelen met als gevolg minder vertrouwen in de overheid en in de rechtsorde. Anderzijds op internationaal vlak lezen wij dagelijks bepaalde “headlines” in het nieuws: van de lege schappen in de Albert Heijn door een veiligheidsincident, waarschijnlijk een hacking, tot natuurrampen en nieuwe door de mens zelf veroorzaakte conflicten, maar ook een dreiging van Artificial Intelligence enz. Het is beter om deze ontwikkelingen als uitdagingen te duiden. Die wij eigenlijk niet zouden willen meemaken, maar die wij wel samen moeten aangaan. Met “wij” 3 bedoel ik hier niet alleen de rechterlijke macht, maar ook de twee andere machten die de trias politica vormen én vooral de gehele samenleving van onze (ei)landen. De rechterlijke macht is onderdeel van de trias politica zoals bepaald in onze Staatsregelingen/Constitution, de Grondwet van Nederland, evenals de uitvoerende en de wetgevende macht. Deze drie machten houden elkaar in evenwicht. 1 De rechterlijke macht is een belangrijk instituut in de democratische rechtsorde.2 Ook de wereldmacht de Verenigde Staten van Amerika (VS) kent een trias politica als belangrijk beginsel in hun Constitution. Opmerkelijk is echter wel dat uit een memo van 1971 van Lewis Powell waarin hij de aanval op de “Free Enterprise” beschreef en wilde beteugelen, is voortgekomen een Project 2025: Mandate for Leadership dat de uitvoerende macht in de VS steeds meer lijkt te willen versterken ten opzichte van de twee andere machten. Het gevolg hiervan is wel een disbalans. In navolging van mr. Tjeenk Willink, in zijn boek “Het tij tegen”, gebruik ik ook de democratische rechtsorde en niet de democratische rechtsstaat. De democratische rechtsstaat wordt volgens mr. Tjeenk Willink vaak gezien als het “institutionele arrangement” waarin periodiek verkiezingen worden gehouden . Onderdeel van dit systeem is dat de politieke macht geweldloos wordt overgedragen, de meerderheid beslist en een rechter zonder vooringenomenheid oordeelt. 3 Hij vindt echter dat het niet alleen daarover moet gaan, maar ook over de dynamische waarden die ten grondslag moeten liggen aan die afspraken , zoals de ruimte voor verscheidenheid die de democratie biedt en de gelijkheid voor het recht die de rechtvaardigheid dient. In een democratische rechtsorde bevinden de burgers en de overheid zich binnen dezelfde normatieve context. 4 Dit betekent dan ook dat niet alleen de burger zich dient te gedragen conform onze waarden, maar ook de overheid. 1 De rechter grijpt de macht, En andere misvattingen over de democratische rechtsstaat, Geert Corstens en Reindert Kuiper, 2021 ISBN 978 90 446 4615 3, blz.38 2 Ik gebruik “rechtsorde” in plaats van het begrip rechtsstaat in navolging van de heer mr. Herman D. Tjeenk Willink in zijn boek Het tij tegen, De democratische rechtsorde als fundament, mr. Herman D. Tjeenk Willink, 2023 ISBN 978 90 446 5315 1, blz. 15 e.v.. 3 2023 ISBN 978 90 446 5315 1, blz. 13 4 2023 ISBN 978 90 446 5315 1, blz. 14 4 Het gevolg van deze zienswijze is dan ook dat de burger en de overheid gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het onderhouden , het in stand houden, van de democratische rechtsorde. Ik wil mij hier niet beperken tot enkel de burger als persoon, maar ook de instellingen, bedrijven, NGO’s, leden van de pers, en vele andere organisatie s die een rol/functie in de maatschappijen van onze landen bekleden, behoren volgens mij de democratische rechtsorde te beschermen. In een maatschappij waar het drie machten systeem een belangrijk beginsel is, behoort dat de burgers de besluiten van de uitvoerende macht kunnen laten toetsen door de rechter. Uitspraken van de rechter in eerste aanleg kunnen door de burger die met de uitspraak oneens is, inhoudelijk getoetst worden in hoger beroep. Hetzelfde geldt voor de besluiten van het openbaar ministerie, genomen in de uitvoering van zijn wettelijke taken . In deze procedures zijn de inhoudelijke juridische argumenten relevant. Wat steeds vaker , jammer genoeg, voorkomt is dat ook internationale instituten – zoals het Internationaal Strafhof- aangevallen worden. Daarnaast vinden steeds meer ook andere aanvallen plaats, zittend achter een computer zonder enige inhoudelijke discussie te voeren. Misinformatie en zelfs desinformatie worden verspreid. In onze samenleving moeten wij samen ervoor waken dat in plaats van een rechtsorde te behouden en te koesteren, wij zelf een wanorde veroorzaken waarin de waarheid niet langer relevant is, doch enkel onze eigen perceptie van een waarheid die wij telkens herhalen, ten onrechte een feit lijkt te worden. Een rechter verricht verantwoordelijk werk waaraan hoge eisen worden gesteld. Om rechter te kunnen worden wordt een strenge selectieprocedure doorlopen. Deze strenge selectieprocedure dient een kandidaat ook te doorlopen om officier te kunnen worden. De rechter en de officier moeten na hun benoeming hun kennis blijven behouden nadat zij als rechter/officier werkzaam zijn. Misinformatie of desinformatie alsmede de voortdurende aanvallen op onze relevante organen kunnen ertoe leiden, dat potentiële kandidaten voor een opleiding tot rechter of officier van justitie, daarvan kunnen afzien. 5 Dit gevolg moeten wij niet willen en moeten wij juist voorkomen door te benadrukken dat deze functie s een waardevolle bijdrage lever en aan de democratische rechtsorde en dat het daarom zeker relevant is om d eze functies te bekleden, ook in onze ’Small state islands”. Of, zoals op Linkedin door het openbaar ministerie Nederland aan sollicitanten de volgende oproep wordt gedaan: “Samen beschermen we de rechtsstaat. Zet vandaag de stap naar het OM” 5. Hetzelfde geldt uiteraard ook voor de stap naar de zittende magistratuur. Ik doe aan u allen als leden van onze samenleving in/op de verschillende (ei)landen een oproep om samen onze waardevolle rechtsorde in het algemeen belang te beschermen en te blijven verdedigen met man en macht. Nogmaals meneer de President, masha masha pabien!
TOESPRAAK Jane Jansen Hierbij open ik deze buitengewone zitting ter gelegenheid van de installatie van mr. Sigmar Carmelia als President van het Hof. Een bijzonder woord van welkom aan
Z.E. Gouverneur de heer De Kort
Statenvoorzitters :mevrouw Wescot-Williams, de heer Sneek, en de heer Brownbill
Ministers van Justitie: de heer Dowers en de heer Hato
Gezaghebber de heer Soliano
Ondervoorzitter van de Raad van Advies, mevrouw Vicento
Voorzitter v/d Algemene Rekenkamer, de heer Felida
Ombudsman, de heer Concincion
President van de Hoge Raad der Nederlanden mevrouw De Groot
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, de heer Bleichrodt
Voorzitter afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, mevrouw Uylenburg
President v/h College van Beroep voor het bedrijfsleven mevrouw Schoneveld
President v/h Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, de heer Tangenberg
President v/h Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, de heer Bongers
President v/h Hof van Justitie van Suriname, de heer Rasoelbaks
Directeur-Generaal Koninkrijksrelaties, mevrouw Wolfensberger o Famia y amistadnan di Sigmar Carmelia,
Zeer geachte genodigden Un bon bini!
Dames en heren, Achter deze groene tafel ziet u naast mij en voor u van links naar rechts: De Procureur-Generaal van Curaçao, Sint Maarten en de BES, de heer Schoop en de Procureur-Generaal van Aruba mevrouw Flanegin De nieuwe President van het Hof de heer Carmelia De vicepresident van de vestiging Sint-Maarten, de heer Veerman en De vestigingsgriffier van de vestiging Curaçao, mevrouw De Lanoy Ik ben Jane Jansen, Vice-President van de vestiging Aruba. Ik ben in anciënniteit de oudste aanwezige rechterlijk bestuurslid en daarom aan mij de eer om de voorzitter te zijn van de deze bijzondere zitting, de installatie zitting van Sigmar Carmelia. De rol van voorzitter van de installatiezitting van een nieuwe President berust normaal gesproken bij de aftredende President. Maar zoals u weet is de voormalige President, de heer De Kort, afgelopen jaar afgetreden en is nu de Gouverneur van Curaçao. Om die reden kan hij vandaag niet de voorzitter zijn. Maar wij zijn verheugd dat hij er vandaag bij is. Voordat ik overga tot de installatie van Carmelia geef ik het woord aan de Procureur-Generaal, de heer Schoop voor het requisitoir.
Dank u. Het woord is nu aan de griffier voor het voorlezen van het Koninklijk Besluit tot benoeming.
Dank u. Ik verleen akte van de voorlezing. Daarmee is mr. Carmelia als de 26 ste President van dit Hof geïnstalleerd. Hij is de 5 e President in de huidige organisatiestructuur van het Gemeenschappelijk Hof, die sinds 10/10/10 bestaat.
Anders dan de twee andere staatsmachten maakt onze rechtspraak deel uit van een rechterlijke organisatie die de vier landen omvat. De structuur van de rechterlijke organisatie bestaat pas 16 jaar en weerspiegelt zowel de historische ontwikkeling van het Koninkrijk als de keuze om de rechtspraak te organiseren binnen een gemeenschappelijk kader , waarin samenwerking tussen de landen centraal staat en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht institutioneel wordt gewaarborgd. In de nieuwe structuur is ook een bestuur van het Hof geïntroduceerd , bestaande uit vijf leden: de president, drie vice-presidenten en een directeur bedrijfsvoering. Dit bestuur draagt de verantwoordelijkheid voor de algemene leiding, de organisatie en de bedrijfsvoering van het Hof. Het vormt daarmee het bestuurlijke hart van de rechterlijke organisatie in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Bij de aankondiging van het aftreden van de voormalige President eind afgelopen jaar zijn wij op zoek gegaan naar een nieuwe President. De rechtspraak kent een uitgebreid selectieprocedure voor deze verantwoordelijke functie binnen de rechterlijke organisatie. De selectieprocedure bestaat uit gesprekken met vertegenwoordigers van diverse geledingen van de organisatie. Een assessment test is ook onderdeel van de procedure. Na de voordracht van de selectiecommissie moeten de rechters (de leden van het Hof) zoals bij Rijkswet is voorgeschreven stemmen op de voorgedragen kandidaten. De beschreven procedure in combinatie met de stemming door de leden van het Hof voorziet de voorgedragen kandidaat van het mandaat en intern draagvlak om deze belangrijke functie te bekleden. De rest van het verhaal is bekend. Sigmar Carmelia is bij Koninklijk Besluit op 4 mei 2026 benoemd tot President van ons Gemeenschappelijk Hof. Sigmar is bij velen van u bekend. Ook geniet Sigmar – begrijp ik – binnen de gemeenschap van Curaçao ruime bekendheid door zijn rol als persrechter en woordvoerder van het Hof. Ik zal hem – nader- aan u voorstellen.
Sigmar Alberto Carmelia is in Curaçao geboren op 11 januari 1977. Na de afronding van de middelbare school heeft hij zijn Propedeuse Rechten behaald aan de University of Curaçao. In 1997 is Sigmar naar Nederland afgereisd om aan de Radboud Universiteit de studie Nederlands Recht te volgen. Na het behalen van zijn bul in 2001 is hij niet direct naar Curaçao teruggekeerd. Zo heeft Sigmar van 2001 tot 2004 in Nederland gewerkt als Juridisch adviseur bij de College voor de Rechten van de Mens in Utrecht. Daarna is hij teruggekeerd naar Curaçao en was hij tot 2012 werkzaam als advocaat bij Advocatenpraktijk Mr. Ornelio Martina NV. In 2012 begon Sigmar de RAIO-opleiding bij het Hof. Hij heeft zowel in Curaçao als in Nederland, bij de Rechtbank Gelderland, standplaats Arnhem zijn opleiding gevolgd. In 2015 werd Sigmar benoemd tot lid van het Hof en sindsdien is hij werkzaam geweest in de strafrechtspraak in eerste aanleg en hoger beroep, en de civiele rechtspraak in eerste aanleg en hoger beroep. Daarnaast heeft hij verschillende nevenfuncties binnen ons Hof bekleed. Zo was hij vanaf 2014 tot een maand geleden persrechter van het Hof. Hij is nu nog voorzitter van de Commissie van Toevoeging in strafzaken en de ‘liason’ rechter van de “Focal point Superior Courts Network”. Sigmar ta casa cu Taisa Carmelia Martis y cu e tin dos juw muher, Zinah (6 ana) I Zailey (5 ana). Sigmar heeft verschillende hobbies, ‘kippen houden’, zijn Harley Davidson rijden en tafeltennissen. Mi ta comprende cu Sigmar a hunga ping-pong na alto nivel y cu e a jega di representa Korsow na differente torneo international di ping-pong. Tafeltennisspelers heb ik gelezen, hebben een ijzeren concentratie (focus), hoge stressbestendigheid en veel geduld. Dit zijn eigenschappen die Sigmar in de functie van President goed van pas zullen komen. Vooral dat laatste: Hopi Pasenshi! Sigmar is door zijn achtergrond en zijn werkzaamheden op alle vestigingen van het Hof goed bekend met de lokale context. Hij is goed op de hoogte van de specifieke omstandigheden, cultuur, gewoonten en gevoeligheden van de eilanden.
Al collega heb ik Sigmar leren kennen als een toegankelijk en betrokken persoon. Tambe un persona ‘Justo i recto’. ‘Justo i recto’ kun je vertalen als rechtschapen, een ouderwets woord voor wat nu wordt aangeduid met integriteit. Integriteit staat hoog in het vaandel bij de rechtspraak. Iedere rechter moet voor zijn beëdiging een driedubbele integriteitstoets afleggen: de eed dat hij niemand iets heeft gegeven of heeft beloofd om de functie te krijgen, dat hij nooit een gift zal aannemen die verband heeft of kan houden met een aan hem voorgelegd of te leggen geschil en ten slotte dat hij zijn functie met eerlijkheid en onzijdigheid zal uitoefenen, zonder aanziens des persoons. Vroeger moest de rechter ook de eed afleggen dat hij zich moest gedragen als een ‘braaf’(moedig) rechterlijk ambtenaar. Of in een land sprake is van gerechtigdheid hangt niet in de eerste plaats af van mooie rechtsregels maar veeleer van persoonlijke eigenschappen van de individu zoals de moed om te spreken waar onrecht geschiedt en de moed om te weigeren mee te werken aan onrecht. Ter voorbereiding op deze introductie heb ik mijn licht opgestoken bij een aantal collega’s. Een van hen vatte treffend samen wie Sigmar is: Ik citeer. “Sigmar ta un persona inteligente i realmente down to earth. Esey ta hacie aksesibel pa hopi hende. Esei tambe ta refleha bek den sala di Korte. Den su toga e ta manera un spada skerpi, pero djei mes streng i na mes momentu kompasivo na e sospechoso, atento na e victima i scerpi pa cu Ministerio Publico. Cu otro palabra; husto i rekto. E trabow cu Sigmar semper ta un trabow den ekipo. Kaminda komo griffier bo ta wordo considera un parti clave di e proseso. Uno su tekortkomingnan no ta wordo mira komo desventaha of un peso p’e, mas bien como un oportunidat pa instrui, guia I yuda halsa nivel di e trabou Un hende cu determinacion, Esey ta Sigmar. Cu e pone un meta su dilanti, no tin un hende cu por pare. Su lema semper ta”Ban Pé”!
Een andere collega schreef het volgende: Een kennis die in 2015 samen met haar moeder de installatiezitting van Sigmar als rechter op televisie heeft gevolgd zei: ”Voor ons voelde het alsof hij onze Obama was. Sigmar abo ta nos Obama! “. Deze uitlating weerspiegelt een diep gevoel van trots en herkenning. Barack Obama schreef geschiedenis als de eerste president van kleur van de Verenigde Staten. Sigmar schrijft vandaag ook geschiedenis. Sigmar is authentiek, warm en straalt rust uit. Hij hecht groot belang aan het betrekken van collega’s bij veranderingen en het gesprek met elkaar. Hij beschouwt het goede voorbeeld geven als fundament voor gezag; ‘lead by example’. Bij zijn sollicitatie heeft Sigmar te kennen gegeven in de rol van President zich onder andere te willen inzetten voor verbinding tussen de Landen, de toegankelijkheid en de verdere professionalisering van de rechtspraak en het aantrekken van veelbelovende lokale talenten. Dit zijn thema’s die essentieel zijn voor het waarborgen van een onafhankelijke en kwalitatief sterke rechtspraak en bovendien onmisbaar om het vertrouwen van de burger te behouden. Het verwezenlijken hiervan vergt bovendien Curashi! De verwachting is dat Sigmar Carmelia deze eervolle functie op uitstekende wijze zal vervullen en dat het vertrouwen in de rechtspraak bij hem in goede handen is! Bij de installatie van Maurits de Kort heeft de aftredende president, Mevrouw Saleh hem saamhorigheid gewenst. Union! Dat is ook mijn wens voor Sigmar. Ik wens je saamhorigheid toe: tussen de vestigingen van het Hof, het Hof en de Landen, het Hof en de Nederlandse rechtscolleges, Union binnen het bestuur, en tussen de collega’s van het Hof. Ik wens je alle moed (Curashi) en wijsheid toe bij het realiseren van je doelen. “Ban Pe”! Dank voor uw aandacht.
De procureurs generaal komen nu aan het woord en vervolgens de deken van de orde van advocaten van Curaçao. Daarna zal Sigmar Carmelia zijn installatierede houden. Ik geef nu het woord aan de Procureurs-Generaal, mevrouw Flanegin en de heer Schoop.
Dank u. Ik geef het woord aan de Deken van de Orde van Advocaten van Curacao, de heer Tromp.
Dank u. Ik geef tot slot het woord aan Sigmar Carmelia voor zijn installatierede. Sigmar, masha masha pabiën.
Requisitoir en voordracht ter gelegenheid van de installatie van de heer meester Sigmar Carmelia tot President van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Curaçao, 16 oktober 2026. Guillano L.C. Schoop, procureur-generaal van Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba ___________________________________________________________________________
Requisitoir. (Dank u wel) Mevrouw de Voorzitter, Het is mij een eer en een waar genoegen om, mede namens de procureur-generaal van Aruba, vanmiddag te mogen rekwireren tot de installatie van de heer meester Sigmar Carmelia tot President van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Waarvan akte… Dank u. Voordracht. Excellenties, geachte president, overige hoogwaardigheidsbekleders, geachte aanwezigen, dames en heren, Waar mijn collega, de procureur-generaal van Aruba, zojuist vanuit een meer formeel en (juridisch-) inhoudelijk perspectief het woord heeft gevoerd, wil ik het vandaag over een iets andere boeg gooien. Dat is overigens geen toeval, maar geheel volgens afspraak. Wij hadden immers van tevoren afgesproken dat zij het meer formele en inhoudelijke gedeelte voor haar rekening zou nemen, terwijl ik mij zou wagen aan een wat luchtiger beschouwing. Een taakverdeling waar ik mij, zoals u zult gaan begrijpen, uitstekend in kon vinden. Bij een gelegenheid als deze wordt doorgaans uitvoerig stilgestaan bij de juridische loopbaan van de nieuwe president, zijn verdiensten voor de rechtspraak, zijn deskundigheid en de grote verantwoordelijkheden die hem te wachten staan.
Allemaal terecht, uiteraard. Maar ik wil vandaag een andere kant van onze nieuwe president belichten. Een kant die wellicht niet iedereen kent. En ik meen dat ik mij dat kan veroorloven. Ik ken onze nieuwe president namelijk al bijna veertig jaar. Onze kennismaking vond dan ook niet plaats op de universiteit, in een rechtszaal of bij een juridische bijeenkomst. Daar waren we veertig jaar terug nog te jong voor. Onze eerste ontmoetingen vonden plaats aan een tafeltennistafel. Wij speelden destijds allebei competitief tafeltennis. Weliswaar voor verschillende teams, maar wij hebben meerdere keren tegenover elkaar gestaan. Wie die wedstrijden heeft gewonnen, zal ik vandaag maar in het midden laten. Het is tenslotte een feestelijke dag. Wat ik mij wel herinner, is dat wij destijds allebei probeerden de ander met een goed geplaatste bal uit positie te brengen. Dat is misschien ook wel een aardige voorbereiding op een loopbaan in de rechtspleging. Al wordt van een rechter natuurlijk verwacht dat hij juist níét uit positie te brengen is. Dames en heren, Wanneer je iemand bijna veertig jaar kent, maak je niet alleen kennis met zijn professionele kwaliteiten. Je komt soms ook dingen over die persoon te weten die niet op zijn CV staan. En laat ik nu over zo’n stukje informatie beschikken. Ik wil u daarom uitnodigen om eerst even te luisteren naar een kort geluidsfragment. [GELUIDSFRAGMENT AFSPELEN] Ik kan mij voorstellen dat dit geluidsfragment bij sommigen onder u geen enkele herkenning oproept. Anderen zullen het wellicht hebben herkend, maar zelfs degenen die het herkennen, zullen zich waarschijnlijk afvragen wat dit fragment in hemelsnaam te maken heeft met de installatie van de president van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Ik vermoed dat er in deze zaal maar een handjevol mensen is die het verband onmiddellijk heeft gelegd. Eén daarvan, is de president zélf natuurlijk.
Ik zal u niet langer in het ongewisse laten. Het fragment wat u net hebt gehoord, is afkomstig uit de Papiamentstalige vertolking van de beroemde musical Jesus Christ Superstar. Maar wat heeft deze musical nu met onze president te maken? Welnu, toen onze president nog op de basisschool zat, werd door leerlingen van de Kolegio Chaya Willems een uitvoering van Jesus Christ Superstar verzorgd. Ons president was ook leerling bij de Kolegio Chaya Willems. En wie denkt u dat daarin de hoofdrol van Jezus vertolkte? Inderdaad. Onze pas geïnstalleerde president van het Hof. Voor degenen die denken dat ik dit verhaal ter gelegenheid van vandaag heb verzonnen: ik heb gelukkig ook beeldmateriaal die ik via een bron dicht bij de president heb weten te bemachtigen. Kijkt u maar even mee. [KORT VIDEOFRAGMENT AFSPELEN] Mar’e boso sa tur loke ami sa…. Wisten jullie maar, wat ik allemaal weet… Wist de president toen al wat wij pas nu te weten? Namelijk dat hij een keer president van het Hof zou worden? Geachte aanwezigen, Wie had destijds kunnen vermoeden dat die jonge leerling, die daar Jezus vertolkte, vele jaren later president van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie zou worden? Achteraf bezien zou je bijna kunnen zeggen dat die schoolmusical een profetisch karakter had. Want wanneer wij de rol van toen vergelijken met de functie van vandaag, blijken er opmerkelijke overeenkomsten te bestaan. Laat ik beginnen met het meest zichtbare: de toga. In de musical droeg onze president een witte toga. Vandaag draagt hij een zwarte. De kleur is veranderd, maar de toga is gebleven. En daarmee kom ik meteen bij een tweede opmerkelijke overeenkomst. Jezus werd door zijn discipelen aangesproken als ‘Meester’. Onze president heeft na zijn schooltijd rechten gestudeerd en mag zich sindsdien ook meester noemen. Wat dat betreft is de voorspelling dus in ieder geval uitgekomen. Maar er zijn meer overeenkomsten. Jezus had twaalf discipelen. Onze president heeft een aanzienlijk groter gezelschap van rechters en medewerkers om zich heen. En waar de discipelen hun meester volgden, zal onze president vermoedelijk ontdekken dat rechters niet altijd even gemakkelijk te leiden zijn. Dat ligt ook voor de hand. Rechters zijn immers opgeleid om zelfstandig te denken, kritisch te zijn en hun eigen oordeel te vormen. En dat is maar goed ook. De kunst voor onze president zal dus zijn om leiding te geven aan collega’s die beroepshalve niet gewend zijn zich zomaar iets te laten voorschrijven. Jezus werd voortdurend door mensen benaderd die hulp zochten, raad nodig hadden of een probleem opgelost wilden zien. Ook de president van het Hof zal merken dat velen een beroep op hem zullen doen. Collega’s die advies willen. Medewerkers die een oplossing zoeken. En soms mensen die vinden dat een probleem eigenlijk gisteren al opgelost had moeten zijn. En dan komen wij bij een van de bekendste aspecten van het optreden van Jezus: de wonderen. Jezus kon met vijf broden en twee vissen een menigte voeden. Van onze president wordt dat uiteraard niet verwacht. Althans niet letterlijk. Maar ik kan mij voorstellen dat de president de komende jaren regelmatig verzoeken zal krijgen waarbij hij zich afvraagt of men misschien toch op een wonder rekent. De roep naar meer rechters, minder achterstanden en snellere procedures en dat met een beperkte begroting. Als het de president allemaal lukt, hoeven wij over het profetische karakter van de musical eigenlijk niet meer te discussiëren. Maar, dames en heren, er is ook een serieuzere kant aan deze vergelijking. Jezus werd niet alleen gevolgd om wat hij zei, maar vooral om wat hij deed. Mensen keken naar zijn handelen. Zijn optreden had betekenis voor anderen. Hij werd geacht het goede voorbeeld te geven. Voor de president van het Hof geldt hetzelfde. Zijn voorbeeldfunctie reikt verder dan de beslissingen die hij neemt. Collega’s, maar ook anderen, zullen kijken naar de wijze waarop hij leidinggeeft, hoe hij met mensen omgaat, hoe hij luistert, hoe hij omgaat met kritiek en hoe hij reageert wanneer de omstandigheden moeilijk worden. Het gezag van een president berust immers niet alleen op de functie die hij bekleedt. Het berust ook, en misschien wel vooral, op het vertrouwen dat hij weet te wekken. De president kennende, weet ik dat hij, net als hij dat altijd al heeft gedaan, voortdurend zal trachten het goede voorbeeld te zijn en te geven. En er is nog een overeenkomst waar ik vandaag bij wil stilstaan: de eenzaamheid van het leiderschap. President, neemt u het aan van de PG van Aruba en van mij; we zijn immers ervaringsdeskundigen. Jezus kende momenten waarop hij zich moest terugtrekken en waarop hij er, ondanks de mensen om hem heen, uiteindelijk alleen voor stond. Een president van het Hof wordt omringd door deskundige collega’s en toegewijde medewerkers, maar dat betekent niet dat hij de verantwoordelijkheid voor moeilijke beslissingen altijd kan delen. Er zullen momenten komen waarop belangen botsen, verwachtingen uiteenlopen en geen enkele oplossing iedereen tevreden zal stellen. Momenten waarop hij zal moeten vertrouwen op zijn kennis, zijn ervaring, zijn rechtsgevoel en zijn intuïtie en uiteindelijk zelf de knoop zal moeten doorhakken. Dat is de keerzijde van het vertrouwen dat vandaag in hem wordt uitgesproken. Maar gelukkig staat onze president er niet helemaal alleen voor. Want achter de president staat ook een gezin, te weten zijn echtgenote en hun twee kinderen. En ik wil vandaag ook even bij hen stilstaan en wat woorden tot hen richten. Want hoewel wij hier vandaag de installatie van een nieuwe president vieren, betekent deze benoeming ook voor de thuisfront het begin van een nieuwe periode. Een periode waarin zij ongetwijfeld zullen delen in zijn trots en voldoening, maar waarin zij ook offers zullen moeten brengen. Beste familie van Sigmar, Allereerst wil ik jullie, als echtgenote en kinderen van Sigmar, van harte feliciteren met zijn benoeming tot president van het Hof. Weet dat er momenten zullen zijn waarop het werk meer van hem zal vragen dan de gebruikelijke werktijden. Momenten waarop hij thuis wordt gemist, waarop zijn gedachten nog bij het werk zijn, of momenten waarop hij, ook al is hij fysiek aanwezig, in gedachten nog bezig is met een moeilijk vraagstuk. En juist dan zal de steun van jullie als echtgenote en kinderen van onschatbare waarde zijn. Want vandaag heeft het Hof een nieuwe president gekregen, maar jullie houden bovenal dezelfde echtgenoot en vader. En ik weet dat Sigmar, papa, ondanks alle 6 verantwoordelijkheden die hem wachten, altijd voldoende tijd en aandacht voor jullie zal blijven houden. Want hoe belangrijk het presidentschap ook is, er is één functie die hij nooit uit het oog mag en zal verliezen: die van echtgenoot en vader. En die functie kent geen benoemingstermijn, geen vervanging en al helemaal geen mogelijkheid van hoger beroep. Geachte president, staat u mij toe om te tutoyeren. Bijna veertig jaar geleden stonden wij tegenover elkaar aan een tafeltennistafel. Vandaag sta ik hier tegenover je, maar gelukkig niet als tegenstander. Ik sta hier als iemand die jou inmiddels best lang kent en die jou bij deze bijzondere gelegenheid, mede namens alle medewerkers van de Openbare Ministeries van Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van harte wil feliciteren met je benoeming. De witte toga van destijds heeft plaatsgemaakt voor een zwarte. De rol die je toen speelde, is inmiddels vervangen door een functie met echte, grote verantwoordelijkheden. En hoewel wij van jou geen wonderen verwachten, hopen wij wel dat je met wijsheid, geduld, menselijkheid en overtuiging leiding zult geven aan het Hof. Verder spreek ik de hoop uit dat de goede samenwerking tussen het Hof en de Openbare Ministeries van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba ook onder jouw presidentschap zal blijven voortduren. En mocht je op enig moment denken dat de verwachtingen wel erg hooggespannen zijn, bedenk dan dit: je hebt ooit de hoofdrol gespeeld in Jesus Christ Superstar. Je weet dus uit ervaring hoe het is om met buitengewoon hoge verwachtingen te moeten omgaan. Señor Presidente. Tantu Prokuradó General di Aruba komo ami ta deseabo hopi, hopi éksito, sabiduria, pasenshi i perseveransia den bo funkshon nobo. Nos ta spera ku, apesar di e responsabilidat grandi i e peso ku e funkshon aki ta trese kuné, bo lo no pèrdè nunka e plaser i satisfakshon ku bo ta sinti den loke bo ta hasi i sa ku semper bo por konta ku nos sosten. Un biaha mas: masha, masha pabien i tur kos bon! Geachte aanwezigen, dames en heren, dank voor uw aandacht.
Toespraak van de Deken van de Orde van Advocaten Curaçao Installatie van mr. Sigmar Carmelia als President van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie Edelgrootachtbare heer President, Excellenties, Edelachtbaren, Mijnheer de Procureur-Generaal, Geachte confrères en collega’s, Geachte overige aanwezigen, Inleiding Vandaag vieren wij de installatie van de nieuwe Presi-dent van ons Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Deze installatie vindt plaats in een tijd die veel vraagt van iedereen die verantwoordelijkheden draagt binnen onze rechtsstaat. Wereldwijd staan de rechtsstaat en de democratie on-der aanzienlijke druk. Ook op onze zes eilanden, onge-acht hun verschillende staatskundige status, herken-nen advocaten de uitdagingen van deze tijd. Onze beroepsgroep, de advocatuur, vormt vaak een eerste aanspreekpunt voor burgers met vragen, zor-gen of problemen. Daardoor krijgen wij de signalen rechtstreeks mee. In onze dagelijkse praktijk zien wij een trend:
Zorgen over criminaliteit en over het vertrou-wen in de rechtsstaat en democratie.
• AI die informatie toegankelijker maakt, maar mensen soms ook ten onrechte bevestigt in hun onjuiste overtuigingen.
• Polarisatie en fanatisme die de ruimte voor nu-ance, dialoog en respect voor andere opvattin-gen verkleinen.
• De mogelijkheid om op sociale media, verscho-len achter een pseudoniem, ongefundeerde uit-spraken over iemands werk en persoon te doen en te verspreiden, zonder rekening te houden met de gevolgen voor diens reputatie, familie en inkomen. Het contrast tussen de uitdagingen van deze tijd en de feestelijke viering waarvoor wij hier allemaal bijeen zijn, heeft mij, zoals dit vaker het geval is, aan het den-ken gezet over de persoon achter de functie. Ook het vijftigjarig jubileum van de Orde van Advoca-ten Curaçao geeft aanleiding tot die reOlectie. Vooral de gesprekken met onze voorgangers tijdens de voorbe-reiding daarvan hebben mij doen nadenken over wat het betekent om verantwoordelijkheid te dragen. Die gesprekken gingen over de advocatuur, maar de vragen die zij opriepen, gelden voor iedereen die binnen onze samenleving een functie vervult. Want iedere verantwoordelijkheid die aan een functie verbonden is, wordt uiteindelijk door een mens gedra-gen. Iemand met eigen overtuigingen, ambities, twij-fels en tekortkomingen. • Wat moet zo iemand beseffen wanneer hij een functie op zich neemt?
• Hoe gaat hij om met wat hem wordt toever-trouwd?
• En wat geeft hem richting, vooral wanneer het moeilijk wordt? Deze vragen gelden voor iedereen die binnen onze sa-menleving een functie vervult, en dus ook voor ons al-len in deze zaal. Of iemand nu een land bestuurt, recht-spreekt, een cliënt bijstaat, een team leidt of zich inzet voor een vereniging: steeds zijn er anderen die op hem rekenen en die de gevolgen van zijn handelen onder-vinden. Bij het nadenken over deze vragen vond ik inspiratie in drie beelden: • De volksliederen van onze eilanden • De legende van een Romein; en tot slot • Het zogenoemde ‘gebed van de advocaat’, ofwel de ‘Lawyer’s Prayer’, waarvan de betekenis vooral ligt in de essentiële kwaliteiten van een goede beroepsuitoefening die het verwoordt. Sta mij toe mijn bevindingen met u te delen. Het eerste beeld: onze volksliederen In de volksliederen van onze eilanden klinkt liefde en verbondenheid. • Aruba zingt: “nos baranca tan stima.” • Curaçao: “Nos bida lo ta poko pa duna nos pais” • Sint Maarten: “I love thy Paradise.” • Bonaire: “Dushi Boneiru nos Tera stimá.” • Sint Eustatius: “Never, never I’ll forget you.” • Saba: “O jewel most precious!” Die woorden laten horen hoe dierbaar onze eilanden ons zijn. Zij herinneren ons eraan dat wij deel uitma-ken van iets dat groter is dan wijzelf: een samenleving die er vo ́ o ́ r ons was en die ook na ons verder moet kun-nen.
Het tweede beeld: Cincinnatus Daarmee kom ik bij mijn tweede beeld: de legende van de Romein Lucius Quinctius Cincinnatus. Cincinnatus was in 460 vo ́ o ́ r Christus consul geweest en bekleedde daarmee een van de hoogste bestuurlijke functies van de Romeinse Republiek. In die functie had hij zowel politieke als militaire bevoegdheden. Na zijn consulaat trok hij zich terug en leidde hij een eenvou-dig leven als boer, ofwel kunukero, zoals wij dat in het Papiamentu en het Papiamento zeggen. Een jaar of twee na zijn consulaat ontstond een ern-stige militaire crisis. Een naburig volk had een Ro-meins leger omsingeld. Een heel leger dreigde verloren te gaan, met grote gevolgen voor de veiligheid van Rome. Er was dringend behoefte aan iemand die snel en met vergaande bevoegdheden kon optreden. Volgens de legende werd Cincinnatus op zijn land op-gezocht door vertegenwoordigers van de Romeinse senaat. Rome had hem opnieuw nodig. Ditmaal niet als consul, maar als dictator; een tijdelijk ambt van ge-bruikelijk zes maanden dat de Romeinen in die tijd kenden, met vergaande bevoegdheden. Cincinnatus aanvaardde de opdracht uit plichtsgevoel tegenover Rome. Hij liet zijn werk op het land achter, bracht een leger op de been en trok naar de ingesloten soldaten. Met zijn strategie wist hij de strijd in het voordeel van de Romeinen te keren. De vijand gaf zich over. De soldaten waren bevrijd. Bij zijn terugkeer werd Cincinnatus met grote eer ont-vangen. Hij had zijn macht nog maanden kunnen be-houden. Anderen zouden in zijn schoenen, of in dit ge-val zijn sandalen, die macht hebben willen behouden.
Maar voor Cincinnatus was zijn opdracht volbracht. Na slechts zestien dagen legde hij vrijwillig zijn dictator-schap neer. Hij gaf zijn bevoegdheden terug, keerde te-rug naar zijn land en hervatte zijn leven als boer. Het verhaal van Cincinnatus heeft door de eeuwen heen velen geı̈nspireerd. Een van de bekendste voor-beelden is George Washington, die na de Amerikaanse onaOhankelijkheidsoorlog vrijwillig zijn militaire bevel neerlegde en terugkeerde naar zijn landgoed Mount Vernon in Virginia. Het derde beeld: het gebed van de advocaat Zo belanden wij bij het derde en laatste beeld: het ge-bed van de advocaat, ofwel de Lawyer’s Prayer, geı̈n-spireerd door de Engelse jurist en staatsman Thomas More. Bij Cincinnatus zagen wij iemand die zijn macht kon loslaten. More brengt ons bij een andere vraag: kunnen wij bij het vervullen van onze functie trouw blijven aan ons geweten? More was Lord Chancellor onder koning Hendrik VIII, een van de hoogste ambten van Engeland. Toen van hem werd verlangd de koning als hoofd van de Engelse Kerk te erkennen, weigerde hij. Die erkenning ging te-gen zijn geloof en geweten in. Uiteindelijk kostte zijn weigering hem zijn leven. Het leven en dood van More heeft uiteindelijk het vol-gende gebed geı̈nspireerd: Heer, geef dat ik bekwaam mag zijn in het pleidooi, nauwkeurig in de analyse, streng in de studie, openhartig jegens mijn cliën-ten en eerlijk jegens mijn wederpartij. Sta naast mij in de rechtszaal, opdat ik vandaag, om een punt te winnen, niet mijn ziel verlies. Let u op de vorm, want die laat zich vertalen naar elk ambt in deze zaal. Vervangt u “pleidooi” door “vonnis” en “cliënten” door “rechtzoekenden”, en u heeft het ge-bed van de rechter. Vervangt u die woorden door “re-quisitoir” en “samenleving”, en u heeft dat van de ofOi-cier van justitie. Door “akte” en “partijen”, en u heeft dat van de notaris. De laatste regel hoeft in geen enkele versie te worden aangepast: om een punt te winnen, niet je ziel verlie-zen. De persoon achter de functie in de praktijk Wat betekenen deze drie beelden nu voor ons dage-lijks werk? Een functie aanvaarden verandert onze verhouding tot anderen. Mensen die ons eerder nauwelijks aan-spraken, weten ons ineens te vinden. Onze woorden krijgen meer gewicht. Sommigen benaderen ons met meer respect, anderen juist met wantrouwen. Soms voordat wij ook maar één beslissing hebben geno-men. Dat heeft ook invloed op onszelf. Waardering kan ons aanmoedigen, maar ons ook doen geloven dat wij al-tijd gelijk hebben. Kritiek kan ons helpen, maar ons ook onmiddellijk in de verdediging doen schieten. Juist dan moeten wij blijven beseffen waarvoor wij die functie hebben aanvaard en wie op ons rekenen. Onze eilanden en hun bevolking moeten erop kunnen vertrouwen dat wij onze verantwoordelijkheid zorg-vuldig dragen. Dat krijgt betekenis in concrete hande-lingen: een dossier goed voorbereiden, een afspraak nakomen, iemand werkelijk aanhoren en een beslis-sing begrijpelijk uitleggen. Ook wanneer niemand meekijkt of ons ervoor bedankt. Een functie geeft ons bevoegdheden, invloed en soms aanzien. Daar kunnen wij aan gehecht raken. Zozeer zelfs dat wij moeilijk meer kunnen onderscheiden wat de functie nodig heeft en wat wij zelf graag willen be-houden. Daar raakt het verhaal van Cincinnatus ons. Hij her-kende dat zijn opdracht was volbracht en handelde daarnaar. Kunnen wij dat ook? Kunnen wij ruimte ma-ken voor een opvolger en aanvaarden dat het werk na ons anders wordt voortgezet? Functies eindigen. Termijnen lopen af en verantwoor-delijkheden worden overgedragen. Daarom moeten wij ook tijdens het vervullen van onze functie blijven weten wie wij zonder die functie zijn. Die zelOkennis hebben wij dagelijks nodig. Wij werken onder hoge druk, met volle agenda’s en beperkte mid-delen. Via WhatsApp en sociale media vervaagt de grens tussen werk en privé. Er lijkt altijd nog iets te zijn waarop wij moeten reageren. Hoe blijven wij onder die omstandigheden zorgvuldig, aanspreekbaar en trouw aan ons geweten? Met de toenemende druk die wij allemaal voelen, is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zeker als ie-mand negatief over ons spreekt of ons onrechtvaardig behandelt, alleen maar omdat wij ons werk doen. Dat kan hard aankomen. Hoe reageren wij dan? Soms moeten wij reageren, voor onszelf opkomen of een grens stellen. Maar juist als iets ons persoonlijk raakt, moeten wij opletten hoe wij de invloed en bevoegdheden van onze functie gebruiken. Wij mogen die niet misbruiken om iemand terug te pakken om-dat hij ons heeft gekrenkt. Juist dan moeten wij ons afvragen: handel ik vanuit mijn verantwoordelijkheid, of vanuit mijn boosheid? Ons geweten wordt ook aangesproken wanneer wij een fout moeten erkennen die ons slecht uitkomt. Wanneer wij moeten toegeven dat wij iets niet weten. Of wanneer een snelle oplossing ons voordeel biedt, maar ten koste gaat van de zorgvuldigheid die een an-der van ons mag verwachten. Daarvoor moeten wij bereid zijn onszelf te onder-zoeken. Ik wil u, en mijzelf, daarom drie vragen voor-houden: 1. Spreek ik vaker over de tekortkomingen van an-deren dan over die van mijzelf? 2. Wanneer ik feedback krijg, neem ik die serieus in overweging of schiet ik meteen in de verdedi-ging? 3. Durf ik kritisch naar mijn eigen handelen te kij-ken, of vind ik dat ik het al goed genoeg doe? Ervaring ontslaat ons niet van de noodzaak om te blij-ven leren. Een titel evenmin. Soms vraagt dat ook dat wij zelf een verbetering in gang zetten. De Orde van Advocaten op Aruba heeft bijvoorbeeld onlangs haar gedragsregels aangepast en daarin onder meer per-manente studie verplicht gesteld, vooruitlopend op wetgeving. Dat laat zien dat wij niet voor iedere ver-betering hoeven te wachten totdat een ander die voor ons regelt. En zorgvuldig werken vraagt dat wij voor onszelf zor-gen. Rust nemen, bewegen en tijd maken voor het le-ven buiten onze functie. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan wanneer er nog dossiers liggen en ande-ren op ons wachten. Maar vermoeidheid en overbelas-ting werken door in ons geduld, ons oordeel en de manier waarop wij anderen behandelen. Ook onze eigen grenzen herkennen en bewaken hoort bij het dragen van verantwoordelijkheid. Tot slot De gesprekken met onze voorgangers in dit jubileum-jaar van de Orde hebben mij aan het denken gezet. De installatie van vandaag geeft die vragen opnieuw bete-kenis. De drie beelden herinneren ons eraan voor wie wij onze functie vervullen, dat die functie ons tijdelijk is toevertrouwd en dat wij daarbij trouw moeten blijven aan ons geweten. Mijnheer de President, ik feliciteer u van harte met uw installatie. U en ons allen wens ik toe dat wij, ongeacht de druk of wat er over ons wordt gezegd, onszelf aan het einde van de dag recht in de spiegel kunnen aankij-ken. Omdat wij zorgvuldig en naar eer en geweten heb-ben gehandeld. Dat wij ons werk doen zonder onze ziel te verliezen.
Masha danki. Roald Tromp Deken
Rede door mr. Sigmar Carmelia bij zijn installatie als president van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Curaçao, vrijdag 16 oktober 2026.
Excellenties, beste collega’s, familie en vrienden, dames en heren, Nogmaals bon biní op deze buitengewone zitting! Dat zeg ik ook tegen alle mensen die via de livestream meekijken. Naast alle aanwezigen hier, waren er veel meer belangstellenden die mijn installatie in deze zaal hadden willen bijwonen. Helaas heeft de capaciteit dat niet toegelaten. Aan iedereen die meekijkt zeg ik: ook jullie horen er vandaag bij. Jullie betrokkenheid betekent veel voor mij! Want het is voor mij een grote eer en een voorrecht om vandaag tijdens deze buitengewone zitting als de 26ste president van het Hof te worden geïnstalleerd. Op 30 juni vorig jaar nam mijn loopbaan een bijzondere wending, toen onze voormalige president bekendmaakte dat hij Gouverneur van Curaçao zou worden. Sindsdien werd steeds vaker in mijn richting gekeken als mogelijke opvolger. Collega’s van alle vestigingen van het Hof, officieren van justitie, advocaten, leden van de pers, familie, vrienden en ook mensen op straat die ik niet kende stelden de vraag of ik de volgende president van het Hof zou worden. Ik kreeg appjes, telefoontjes, mailtjes. Een collega uit Nederland die vandaag speciaal voor deze zitting is overgekomen belde mij en vroeg: “Spreek ik met de nieuwe president van het Hof?” Zelfs thuis hield die vraag de gemoederen bezig. Mijn vrouw vertelde mij dat onze jongste dochter Zailey vroeg wanneer papa presidente di trabou zou worden. Toen ik mij op een dag gereed maakte om in pak naar een receptie te gaan, zei onze oudste dochter Zinah: “Papa a keda bunita. Papa a keda manera un presidente.” De signalen waren dus duidelijk, ook binnen mijn eigen gezin! Na mijn voordracht in de Hof-vergadering, in de Rijksministerraad, na mijn beëdiging en rond deze installatiezitting waren en zijn de vele felicitaties uit alle hoeken van ons Koninkrijk hartverwarmend! Dank daarvoor! Deze installatie komt op een betekenisvol moment in mijn loopbaan: op 1 november aanstaande ben ik 25 jaar werkzaam als jurist. Sinds ik in 2004 advocaat werd, heb ik geen enkele installatiezitting van het Hof in Curaçao gemist. Zo was ik ook aanwezig bij de installatie van mijn voorgangers: mevrouw Lisbeth Hoefdraad in 2007, de heer Evert Jan van der Poel in 2013, mevrouw Eunice Saleh in 2017 en de heer Mauritsz de Kort in 2022. Tijdens deze laatste twee installatiezittingen had ik de eer en het voorrecht om zelf ook als rechter op het podium te zitten. Toen meneer Jaime Saleh, de oudst nog levende oud-president van het Hof in 1979 werd geïnstalleerd, zat ik nog op de kinderopvang. Ons Hof schrijft vandaag geschiedenis. Niet zozeer omdat ik zojuist geïnstalleerd ben tot de 26ste president van het Hof, en de vijfde sinds 10 oktober 2010. Ik ben geïnstalleerd door de vice-president van onze vestiging in Aruba, Jane Jansen. Dit is voor mij dan ook een mooie uiting van de gemeenschappelijkheid van ons Hof, die mij zeer na aan het hart ligt! Masha danki, Jane, en vestiging Aruba!
3 Dames en heren, Na deze inleidende woorden wil ik het graag met u over een meer fundamenteel thema hebben. Namelijk over wat wij nodig hebben om goed te kunnen leven? Dat is een grote vraag. Wat heb je daarvoor nodig? Liefde, natuurlijk. Maar ook zuurstof en voldoende eten en drinken. Ik noem dit omdat het vandaag Wereldvoedseldag is: een dag waarop we stilstaan bij het belang van voldoende en gezond voedsel voor iedereen. Dat verdient onze blijvende aandacht, zeker zolang er nog mensen zijn die honger lijden. Daarnaast hebben we iets nodig dat minder tastbaar is, maar even wezenlijk: recht en rechtvaardigheid. Beide zijn onmisbaar voor een gezonde, bloeiende samenleving. Zoals voedsel ons lichaam voedt en zuurstof ons in leven houdt, zo geven recht en rechtvaardigheid onze samenleving de kracht om te functioneren en zich te ontwikkelen. Een rechtvaardige samenleving ontstaat echter niet vanzelf. Zij vraagt om voortdurende aandacht, zorg en inzet. Zoals voedsel zorgvuldig moet worden verbouwd, geoogst, verwerkt en verdeeld, zo moet ook het recht worden onderhouden en ontwikkeld. Het moet in de praktijk worden toegepast en voor iedereen toegankelijk zijn. De waarden die daaraan ten grondslag liggen, krijgen we vaak al thuis mee: eerlijkheid, respect voor anderen en verantwoordelijkheid voor ons handelen. Dat geldt ook voor mij. Dat ik vandaag dit ambt mag aanvaarden, heb ik mede te danken aan mijn ouders en aan wat zij mij vanaf mijn geboorte in 1977 hier op Curaçao hebben meegegeven.
Mijn vader werkte bij de raffinaderij en mijn moeder als werkster. Zij werkten hard en stonden altijd voor ons klaar. Iedere ochtend stond mijn vader om vijf uur op om ons klaar te maken voor school. Ook herinner ik me hoe we samen met mijn moeder met de bus op pad gingen om in Punda en Otrobanda schoolspullen te kopen bij Van Dorp Eddine en La Bonanza en bij boekhandel Sint Augustinus in Pietermaai. Ook bracht mijn moeder mij na schooltijd vaak naar de leeszaal in Pietermaai en bij Brion Plein. De serie van Pietje Puk was mijn favoriet. Twee weken nadat ik 18 werd, behaalde ik mijn rijbewijs en mocht ik met de auto van mijn vader mijn broer en zus naar school brengen en ze na afloop weer ophalen. Mijn vader ging dan met de bus naar zijn werk. Iedere donderdag en zaterdag bracht hij de Vigilante en Extra voor mij zodat ik de rechtbankverslagen kon lezen van de strafzaken die op woensdag en vrijdag waren behandeld. Soms moest ik hem ’s avonds ophalen van zijn werk. Als ik zaterdag de auto wilde hebben, moest ik heel vroeg opstaan om hem naar zijn werk te brengen om vervolgens met mijn moeder boodschappen te gaan doen. Het zijn herinneringen aan eenvoudige momenten, die voor mij steeds meer betekenis hebben gekregen. In alles wat zij deden, lieten mijn ouders ons voelen dat onze toekomst ertoe deed. Zij gaven ons niet alleen wat we nodig hadden om naar school te gaan, maar ook het vertrouwen om te leren, te groeien en onze eigen weg te vinden. Als kind vond ik dat vanzelfsprekend. Pas later besefte ik hoeveel liefde, discipline en toewijding achter die dagelijkse zorg schuilgingen.
Met hun dagelijkse inzet leerden zij ons wat zorg, toewijding en verantwoordelijkheid betekenen. Niet door grote woorden, maar door het gewoon te doen. Die lessen draag ik nog altijd met mij mee, als mens en in mijn werk. Hun betrokkenheid is er nog steeds. Mijn vader houdt de kranten goed bij en wist precies welke zaken ik in behandeling had, of ik een tafeltenniswedstrijd heb gewonnen of verloren en wil nog altijd weten waar ik als president zoal mee bezig ben. En mijn moeder vraagt met belangstelling of ik zelf nog zaken behandel. In die vertrouwde vragen herken ik dezelfde liefde en aandacht waarmee zij ons hebben grootgebracht. De zorg van mijn ouders gaf mij de voeding en de kracht om te groeien, ook in de sport. Na de basisschool Kolegio Chaya Willems doorliep ik het VWO aan het Radulphus College. Aanvankelijk wilde ik arts worden, maar mijn moeder bracht mij op een ander spoor, omdat zij niet wilde dat ik naar Nederland ging. Zij zei: “Waarom word je geen advocaat? Dan kun je hier op Curaçao studeren.” Die woorden vormden het begin van een keuze die bepalend zou worden voor mijn verdere leven. Ik behaalde mijn propedeuse Antilliaans recht op Curaçao en vertrok een jaar later toch naar Nederland om mijn studie voort te zetten in Nijmegen. Mijn moeder zei toen dat ik altijd terug kon komen als het niet zou bevallen. Toen het in oktober, 2 – 3 maanden na mijn aankomst in Nederland vroeg donker werd, de bladeren van de bomen vielen en het koud begon te worden, belde ik mijn moeder en zei dat ik naar huis wilde gaan. Toen zei ze echter: “Blijf gewoon, probeer het.” Ik begreep er niets van, maar achteraf ben ik zo blij dat ik ben gebleven!
Hartje winter van dat jaar had ik mijn eerste bijbaan via Randstad uitzendbureau te pakken. Net als Pietje Puk mocht ik als postbode brieven en kerstkaarten rondbrengen in Hatert en omgeving. Daarna volgenden er vele bijbaantjes, van ingevroren broodjes inpakken bij Duet (leverancier van Bakkerij Bart) tot portier bij ABN AMRO Bank Keizer Karelplein. Inmiddels was het zomer 1999 en de nieuwe beursalen uit Curaçao kwamen hun bankrekeningen openen. Een studente die mij 2 jaar eerder had opgevangen riep: “Hey, Taisa, kom kennis maken met Sigmar, hij studeert ook rechten!” De rest is geschiedenis! Later ontmoette ik haar op de rechtenfaculteit en samen begonnen wij met studie en heel hard werken te bouwen aan onze toekomst samen. In vier jaar behaalde ik mijn doctoraal. Na mijn studie ging ik aan de slag als juridisch adviseur bij de Commissie gelijke behandeling in Utrecht. Uiteindelijk bleef ik bijna zeven jaar in Nederland. Het waren jaren waarin ik niet alleen kennis opdeed, maar ook als mens groeide en mijn horizon verbreedde. Curaçao bleef mijn thuis, maar ook Nijmegen kreeg een blijvende plek in mijn hart. Nog altijd voel ik mij er thuis. In 2004 keerde ik terug naar Curaçao, waar ik aan de slag ging als advocaat. Na acht jaar in de advocatuur besloot ik in 2012 de opleiding tot rechter te volgen. In het kader van die opleiding liep ik een eindstage als kantonrechter bij de rechtbank Gelderland. Ik kan met trots melden dat één van mijn opleiders uit Arnhem, Antoinette, samen met haar man Willy vandaag hier aanwezig is. Sinds 2015 mag ik als lid van ons Hof rechtspreken. In 2019 mocht ik een stage lopen in de Strafkamer van de Hoge Raad in Den Haag.
Vandaag mag ik een volgende stap zetten en als president verantwoordelijkheid dragen voor het Hof en de rechtspraak in onze landen. In al die jaren heb ik mijn werk met hart en ziel gedaan. Als advocaat zag ik het als mijn taak om de belangen van mijn cliënten helder naar voren te brengen en de rechter uit te dagen tot een zo zorgvuldig mogelijke afweging. Als rechter draag ik zelf de verantwoordelijkheid voor die afweging: door goed te luisteren, alle relevante omstandigheden te wegen en tot een gemotiveerd oordeel te komen. Dat werk staat niet op zichzelf. Een gezonde rechtsstaat vraagt om de inzet van verschillende instituties, ieder vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid. Regering en parlement geven via democratische besluitvorming vorm aan onze wetgeving. De rechter past het recht toe, beslecht geschillen en biedt rechtsbescherming. Met respect voor elkaars positie en voor de onafhankelijkheid van de rechter dragen we samen bij aan een rechtvaardige samenleving. Om bij het thema van vandaag te blijven: een rechtsstaat heeft voortdurend voeding nodig. Wetten en rechterlijke uitspraken zijn daarbij onmisbaar, maar ook respect, vertrouwen en verantwoordelijkheidsgevoel voeden onze samenleving. De voedingsbodem daarvoor wordt al vroeg gelegd: thuis en op school. In de opvoeding geven we kinderen waarden en normen mee. Op school leren zij samen te leven, rekening te houden met anderen en om te gaan met verschillen. Zoals goede voeding bijdraagt aan een gezonde ontwikkeling, zo draagt een opvoeding waarin eerlijkheid, respect en verantwoordelijkheid centraal staan bij aan een gezonde rechtsstaat. Een rechtvaardige samenleving vraagt daarom om de
zorg en inzet van ons allemaal. Als Hof willen wij onze inzet voor het recht delen met iedereen in onze samenlevingen. Dat doen we onder meer door gastcolleges te geven op scholen, op de universiteit en door open dagen te organiseren. Met de jaarlijkse Summer Court bieden wij lokaal juridisch talent de gelegenheid om gedurende enkele weken kennis te maken met het werk van het Hof. Zo laten we zien wat we doen, waarom dat ertoe doet en welke mogelijkheden er zijn om met hun talent bij te dragen aan de rechtspraak in onze regio. Daarbij wil ik nadrukkelijk oog hebben voor onze diversiteit. Ons Koninkrijk kent een rijkdom aan talen, culturen en tradities. Ook onze zes Caribische eilanden hebben elk hun eigen geschiedenis en manier van leven. Die verscheidenheid vormt een waardevolle voedingsbodem voor onze gemeenschappelijke rechtscultuur. Het is aan het Hof om recht te doen aan die verschillen en tegelijkertijd de waarden te bewaken die ons verbinden: gelijkwaardigheid, rechtszekerheid en toegang tot een onafhankelijke rechter. Welke taal we ook spreken — Papiaments, Engels, Spaans of Nederlands — iedereen moet zich gehoord en beschermd kunnen voelen. En om bij het thema van vandaag te blijven: of we nu graag johnny cakes eten, saco, kabritu stobá of een broodje kroket, onze smaken mogen verschillen. Aan tafel hoeft niet iedereen hetzelfde te kiezen om toch samen een maaltijd te kunnen delen. Zo is het ook met onze rechtsstaat. Een gemeenschappelijke rechtscultuur laat ruimte voor verschillen en biedt tegelijk een stevige basis voor iedereen. Juist daarin schuilt onze kracht. Zo is het Hof van alle eilanden en vóór alle eilanden. Het brengt verschillende tradities en perspectieven binnen ons Koninkrijk samen. Vanuit die verscheidenheid zal ik de eenheid en gemeenschappelijkheid van ons Hof blijven bewaken en uitdragen. Bij de uitvoering van ons meerjarenplan hecht ik aan heldere en verbindende communicatie, zowel binnen onze organisatie als met de samenleving. Daarbij zal ik nauw samenwerken met de vice- presidenten en onze directeur bedrijfsvoering. Uiteraard ook met de Beheerraad en de Personeelsraad. Inspraak vanuit het personeel is onontbeerlijk om tot gebalanceerde besluiten te komen. Ook het belang van een hechte samenwerking met onze kwaliteitscommissie dient hier te worden genoemd. Zo heeft de kwaliteitscommissie zich de afgelopen jaren beziggehouden met een tolkenpilot. Deze pilot zorgde ervoor dat bij iedere zitting een tolk aanwezig is, zodat de rechtszoekende zich altijd goed kan uiten. Dit vergroot de toegankelijkheid tot de rechter. Ook heeft de kwaliteitscommissie beleid gemaakt voor de verbetering van de publicatie van onze uitspraken, wat inmiddels is geïmplementeerd. Ook de samenwerking met de regeringen van de landen is van groot belang. Hun steun is onmisbaar om de voorwaarden te scheppen voor goede en toegankelijke rechtspraak. Het belang van een goede samenwerking met de advocatuur, het openbaar ministerie, het notariaat, de deurwaarders, de pers en andere ketenpartners is vanzelfsprekend. Onder het presidentschap van mijn voorganger hebben Saba en Sint Eustatius een eigen Court House gekregen, wat heeft bijgedragen aan de zichtbaarheid van het Hof en de toegankelijkheid tot de rechter op deze eilanden. In Curaçao krijgt onze terugkeer naar het Stadhuis in Punda steeds meer vorm. De sloopwerkzaamheden zijn inmiddels afgerond en naar verwachting gaan de bouwwerkzaamheden binnenkort van start. Ook op Bonaire, Aruba en Sint Maarten werken we aan passende huisvesting. Daarmee investeren we in een goede werkomgeving voor onze medewerkers en in toegankelijke, toekomstbestendige rechtspraak voor de samenleving. Daarnaast zal ik mij actief inzetten voor onze relaties en netwerken. Binnen het Koninkrijk onderhouden we waardevolle contacten met onder meer de Hoge Raad, de Raad van State, Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven, de rechtbanken en Hoven, de SSR en de Raad voor de Rechtspraak. In de regio onder meer met het Hof in Suriname en met het Caribbean Court of Justice. Het doet mij dan ook deugd dat de vertegenwoordigers van de meeste van de rechtscolleges vandaag aanwezig zijn. Ook door jullie voel ik mij zeer gesteund. Dank daarvoor. Samen vormen wij een zeer hechte rechtsfamilie, een woord dat gisteren een paar keer is genoemd. Daarbuiten blijven wij in verbinding met het Europese Hof voor de Rechten van de Mens via het Superior Courts Network. Die uitwisseling voedt onze kennis, verbreedt onze blik en versterkt de kwaliteit van onze rechtspraak. We leren van onze collega’s in de Cariben, elders in het Koninkrijk en wereldwijd. Tegelijkertijd dragen wij met onze eigen kennis en ervaring bij aan die samenwerking. Zo verrijken we elkaar en blijven we ons ontwikkelen. De toekomst van het Hof wordt in de eerste plaats gedragen door mensen. Als relatief kleine organisatie hebben wij nieuw juridisch talent nodig: mensen die zich samen met ons willen inzetten voor de zes samenlevingen die wij dienen. Daarom blijven wij werken aan de verdere Caribisering van het Hof. We willen lokaal talent de ruimte bieden om zich te ontwikkelen, ervaring op te doen en door te groeien binnen onze organisatie. Ook nieuwe collega’s uit Nederland blijven van harte welkom. Jullie kennis, ervaring en perspectieven dragen bij aan kruisbestuiving en aan de kwaliteit en diversiteit van ons Hof.
Door te investeren in mensen creëren we een vruchtbare voedingsbodem voor de rechtspraak van morgen. Zo geven we talent de kans om wortel te schieten en te groeien, en zorgen we ervoor dat het Hof ook in de toekomst zijn belangrijke taak kan blijven vervullen. Dames en heren, Wereldvoedseldag herinnert ons aan het belang van een stevige basis. Zeker in relatief kleine gemeenschappen als de onze is het belangrijk om onze eigen kracht te ontwikkelen én de samenwerking te blijven zoeken. Door kennis te delen, talent kansen te bieden en elkaar te ondersteunen, kunnen we samen meer bereiken. Bij alles wat ik vandaag heb geschetst, besef ik hoeveel ik aan anderen te danken heb. Daarom wil ik tot slot graag enkele woorden van dank uitspreken. In de eerste plaats een woord van dank aan mijn collega-rechters die mijn voordracht in de Hof-vergadering hebben gesteund. De voordracht is via de Personeelsraad gevoed door de steun van mijn niet-rechtsprekende collega’s van het Hof. Jullie zijn mijn professionele familie. Dank voor jullie vertrouwen, steun en collegialiteit. Samen met jullie wil ik de rechtspraak in ons deel van het Koninkrijk iedere dag blijven dienen en versterken. Gelukkig zullen wij het in ons werk niet altijd met elkaar eens zijn. Maar laten we altijd vooral in gesprek blijven en elkaar met kracht van argumenten weten te overtuigen, want uiteindelijk streven wij allemaal linksom of rechtsom hetzelfde doel na, te weten: een rechtvaardige samenleving waarin kwalitatief goede rechtspraak onontbeerlijk is.
Een bijzonder woord van dank gaat ook uit naar de feestcommissie en alle collega’s die zich met zoveel inzet hebben toegelegd op de voorbereiding en organisatie van deze installatiezitting en de receptie. Ik noem geen namen, maar weet hoeveel werk en uitdagingen achter een dag als deze schuilgaan. Dankzij jullie zorg en toewijding kunnen we dit bijzondere moment vandaag samen beleven. Ik dank al mijn collega’s, familie en vrienden die onder meer uit Nederland, Aruba, Bonaire, Sint Maarten, Saba, Sint Eustatius en Suriname speciaal voor deze dag zijn overgekomen. Dank voor de steun die ik ook van jullie heb gekregen. Ik richt een bijzonder woord van dank tot mijn voorganger, onze Gouverneur Mauritsz de Kort. Excellentie, beste Mauritsz, mi ruman! Viereneenhalf jaar geleden zat jij zelf op deze stoel. Je sprak toen de belofte uit om te verbinden. Die belofte heb je waargemaakt: door mensen bij elkaar te brengen, ruimte te geven aan verschillende perspectieven en steeds oog te houden voor de mens achter de functie. Daarmee heb je het Hof en onze samenlevingen een grote dienst bewezen. Dat ik het presidentschap van jou mag overnemen, vervult mij met trots en dankbaarheid. Ik bouw graag voort op wat jij hebt bereikt en laat mij daarbij inspireren door jouw verbindende en menselijke benadering. Het was dan ook bijzonder om op 12 mei van dit jaar door jou te worden beëdigd. Ik weet dat het Hof ook in jouw nieuwe ambt op jouw blijvende betrokkenheid mag rekenen en dat je altijd een ambassadeur van onze organisatie zult blijven. Namens alle collega’s van het Hof wil ik je nogmaals bedanken voor alles wat je voor het Hof hebt betekend.
Tambe un danki spesial na tur mi amigunan aki presente. Ku algun di boso mi a lanta for di chikitu den bario i na skol. Manera boso sa nos lo por skirbi no un speech so, sino un buki di tur lokual nos a hasi i e aventuranan ku nos a pasa aden. Boso amistat, loyalidat i pasenshi ta inkondishonal. Boso a yuda formami. Semper boso ta para kla pa mi! Masha danki! Tot slot dank ik mijn familie voor hun onvoorwaardelijke steun en liefde. Jullie zijn mijn basis. Mama, tata, Naisha, Ceannah i Brennan: awe ta un dia grandi pa nos famia, un dia ku nos ta selebrá huntu. I wak kuantu hende tei pa selebra huntu ku nos. Mi ta profundamente agradesí di tin boso komo mi pilánan. Nos sa ku bida no semper ta fasil. Esnan ku konosé nos un tiki mas di aserka, sa ku awe falta un hende pa selebrá e dia aki ku nos. Pero mi sa ku kaminda e ta, e lo ta orguyoso di su ruman grandi. Semper lo bo tin un lugá spesial den mi kurason! Een bijzonder woord van dank gaat uit naar mijn vrouw, Taisa. Masha danki voor jouw liefde, vertrouwen, zorg en steun. Al in Nederland had je een inschrijfformulier voor de raio-opleiding voor mij meegenomen van een carrièrebeurs. Dat heb ik nooit ingevuld, want toen wilde ik graag advocaat worden in Curaçao. Jij werd ook advocaat. Op een dag kwam je thuis en vertelde mij dat een rechter zei dat wij moesten bepalen wie van ons de opleiding tot rechter zou gaan doen. Ik zei dat jij het moest gaan doen, want jij zou het zeker halen. Op jouw beurt zei jij tegen mij: “Sigmar, jij moet het doen. Jouw Nederlands is goed en jij schrijft beter.” Achter die woorden schuilde jouw vertrouwen in mij. Onze dochters weten inmiddels dat Mama nooit genoegen neemt met een “nee”. Semper bo a apoyami i sostenemi den mi karera. Ku awe mi ta sintá akinan, sigur ta danki na bo tambe!
En aan onze prachtige dochters Zinah en Zailey: boso ta papa su rayonan di solo, muchanan dushi di nan papa. Boso ta papa su alegria, papa su tur kos! Kada dia di nobo boso ta kontagia papa ku boso energia. Esaki ta e martin ku boso a trese pa mi dia ku nos a presenta na Gobernador. Boso por ta sigur ku mi lo husa e martin aki ku integridat i ku e koutela nesesario. Hoeveel verantwoordelijkheid mijn werk ook met zich brengt, bij jullie ben ik gewoon papa, en enkele gekke namen die jullie mij soms geven. Toen ik afgelopen dinsdag thuis vertelde dat jullie vandaag op de tweede rij gingen zitten, diende Zinah mij nog van repliek: “Meneertje, ik moet op de eerste rij zitten, want ik ben een special guest.” No ta maak uit na unda boso sinta, mi dushinan, sowieso boso ta papa su special guests. Naast het rechterschap en het presidentschap, is het voorrecht dat ik jullie papa mag zijn één van de mooiste rollen in mijn leven! Dames en heren, Daarmee zijn we aan het einde van deze bijzondere zitting gekomen. Ik wil u allen hartelijk bedanken voor uw aanwezigheid en uw aandacht en zie u allen zo op de receptie. Na het sluiten van de zitting wachten wij tot de Gouverneur de zaal heeft verlaten, waarna de Hof-leden zullen volgen. En daarna kunnen wij ons begeven richting Museo di Kòrsou, het Curaçaosch Museum. Daar is alle gelegenheid voor felicitaties, om even bij te praten en om deze mooie dag samen verder te vieren. Te mas akiratu! Ik sluit hierbij de zitting!













