Advies AG aan Hoge Raad: veroordeling voor schuld aan dodelijk ongeval op boot in Bolsward in stand laten
Advies AG aan Hoge Raad: veroordeling voor schuld aan dodelijk ongeval op boot in Bolsward in stand laten
De veroordeling van de eigenaar van een botenverhuurbedrijf (hierna: de verdachte) voor schuld aan een dodelijk ongeval op een motorboot op 21 april 2021 in Bolsward kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Van Wees de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag. Door het ongeval kwamen twee personen om het leven.
De zaak
Het gerechtshof stelde in zijn uitspraak vast dat op 21 april 2021 de politie de melding kreeg dat er aan de Gleibakkerij te Bolsward twee personen onwel in de kajuit van een boot zouden liggen. Ter plaatse aangekomen roken de politieambtenaren bij de boot in kwestie een sterke rotte-eierenlucht dan wel rioollucht. Medewerkers van de brandweer betraden daarop met persluchtmaskers de boot en troffen in de achterkajuit twee personen aan. Nadat deze personen van boord waren gehaald, werd vastgesteld dat zij waren overleden.
De slachtoffers hadden samen met twee anderen de boot gehuurd bij een botenverhuurbedrijf. De verdachte is eigenaar van dit bedrijf. Bij het ophalen van de boot hadden de huurders bij de verdachte aangeven dat zij een rioollucht aan boord roken. De verdachte heeft op hun verzoek onderzoek gedaan naar de oorsprong van de geur, maar heeft deze niet kunnen achterhalen. Uit onderzoek bleek dat de slachtoffers zijn overleden door blootstelling aan waterstofsulfide. Waterstofsulfide is een zeer giftig gas met de geur van rotte eieren.
Het hof heeft geoordeeld dat de verdachte zodanig onvoorzichtig heeft gehandeld dat het aan zijn schuld is te wijten dat bij het laden van een defecte accu H2S (waterstofsulfide) is vrijgekomen in de achterkajuit van de boot waar de slachtoffers lagen te slapen, als gevolg waarvan zij zijn komen te overlijden. Het hof legde de verdachte een taakstraf op van 150 uur en wees de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade volledig toe. De verdachte stelde tegen deze uitspraak cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Cassatieklachten
De advocaat van de verdachte vraagt de Hoge Raad de veroordeling te vernietigen. In cassatie zijn verschillende klachten naar voren gebracht. Samengevat wordt in een aantal klachten bestreden dat het overlijden van het echtpaar aan de schuld van de verdachte te wijten was. Het belangrijkste argument is volgens de verdediging dat de verdachte niet kon voorzien dat de defecte accu waterstofsulfide zou uitstoten. Het hof heeft hem daarin gelijk gegeven, maar heeft toch geoordeeld dat hij schuld heeft.
Advies AG
De AG is van opvatting dat deze cassatieklachten niet slagen.
Het oordeel van het hof dat ondanks de niet-voorzienbaarheid van de uitstoot van waterstofsulfide de verdachte toch schuld heeft is volgens de AG niet in strijd met het recht en ook voldoende gemotiveerd.
Het hof zag als reden voor zijn oordeel dat de verdachte wel wist dat een defecte accu levensgevaarlijk kan zijn. De accu kan namelijk knalgas uitstoten waardoor een explosiegevaar ontstaat. Om die reden had de verdachte volgens het hof beter moeten onderzoeken of de geur het gevolg was van een defecte accu. Ook had hij de huurders van de boot beter moeten informeren en bij hen steeds moeten nagaan of de geur bleef hangen.
Om van ‘schuld’ in de zin van de wet te kunnen spreken, moet sprake zijn van een ‘verwijtbare, aanmerkelijke onvoorzichtigheid’. Of dat zo is, hangt onder andere daarvan af of de verdachte kon en moest voorzien dat een ander zou overlijden als hij niet anders zou handelen. In dit geval ontstond de plicht om anders te handelen al door de wetenschap dat een defecte accu levensgevaarlijk kan zijn. Voor de invulling van de genoemde onderzoeks- of informatieplicht maakt het niet uit of dat gevaar ontstond door waterstofsulfide of door knalgas.
Ook de andere cassatieklachten slagen volgens de AG niet. Hij adviseert de Hoge Raad dan ook de veroordeling en de opgelegde taakstraf in stand te laten.
Uitspraak Hoge Raad
De uitspraak van de Hoge Raad is (voorlopig) bepaald op 12 januari 2027.
Een conclusie bevat een onafhankelijke analyse van en oordeel over een zaak waarover de Hoge Raad moet beslissen. Daarbij gaat het om voorlichting en advisering van de Hoge Raad. In een conclusie wordt een zaak vaak uitvoeriger en vanuit een breder perspectief besproken dan in de uitspraak van de Hoge Raad. Daarmee dient de conclusie niet alleen de kwaliteit van de rechtspraak in de concrete zaak, maar ook de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Een conclusie wordt meestal genomen door een van de advocaten-generaal in het parket, namens de procureur-generaal. De advocaten-generaal zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud van hun conclusies.
