Symposium ‘De relatie tussen de EU en de Nederlandse Landen en Gebieden Overzee na 2020’

logo-transparant-2

Symposium ‘De relatie tussen de EU en de Nederlandse Landen en Gebieden Overzee na 2020’

University of Curacao, vrijdag 21 oktober 2016

Tijd: 11.00 tot 15.30 uur, aula University of Curacao

Dit symposium vindt plaats de dag na de oratie van prof dr Flora Goudappel getiteld ‘Curacao en de EU na 2020’ en zal wetenschap, beleid en politiek samenbrengen om de toekomstmogelijkheden voor de relatie tussen de EU aan de ene kant en de zes Nederlandse LGO’s aan de andere kant in kaart te brengen. De basis van de regeling ligt in het Verdrag inzake de Werking van de Europese Unie, met een nadere uitwerking in het LGO-besluit. Hoewel het huidige LGO-besluit geen einddatum bevat, is de financiering van de erin neergelegde regeling voor een groot deel afhankelijk van de Europees Ontwikkelings Fonds (EOF). Deze financiering hangt direct samen met de Cotonou-afspraken en eindigt daarmee in 2020. Vanaf dat moment zal het relevante deel van de inhoud van het LGO-besluit automatisch veranderen of zelfs niet meer gelden. 2020 wordt daarmee een moment om de relaties te herzien.

Het symposium zal bestaan uit een inleiding en twee thematische sessies. Er zal uitgebreid de mogelijkheid zijn voor discussie, de sprekers in de thematische sessies zullen de aanzet geven hiertoe.

—- voorlopig programma —— 11.00- 11.30 uur Inleiding Een overzicht van de huidige problematiek. Wat is de stand van zaken en welke opties voor de toekomst staan ter discussie?

Voorzitter: prof dr Arjen van Rijn

Prof dr Flora Goudappel, UoC Mr Marion Bense, Ministerie van BZK

11.30-13.00 uur Thematische sessie 1: inhoudelijke keuzes Naast de meer constitutionele keuze voor een status binnen de EU, dient er ook naar de inhoud te worden gekeken. Momenteel bevatten Verdrag en Besluit twee hoofdelementen: enerzijds een beperkte gelding van de regels voor de interne markt en anderzijds een beperkte toegang tot Europese fondsen. De nadruk ligt in de praktijk op het tweede maar er zijn recent enkele rechtszaken rond het vrij verkeer van personen en kapitaal geweest. Is de regeling voor de interne markt wel passend voor de LGO’s? Voor de fondsen geldt dat vooral gebruik gemaakt wordt van het EDF. Is dit voldoende voor de toekomst? Hoe kunnen de Nederlandse LGO’s optimaal

gebruik maken van de relatie met de EU in deze? Daarbij wordt er stil gestaan bij de inhoud van de buitenlandse betrekkingen van de overzeese gebieden: in hoeverre past de relatie met de Europese Unie hier in?

Voorzitter: dr Viola van Bogaert, UA Prof dr Jaap de Zwaan, Haagse Hogeschool en emeritus ESL Dr Joke de Wit, ESL

13..00-14.00 uur lunch

14.00-15.30 uur Thematische sessie 2: status binnen het Europese bestel Momenteel zijn alle zes de eilanden (landen en BES-eilanden gelijk) zogenaamde Landen en Gebieden Overzee (LGO). Het VWEU-Verdrag biedt echter ook de mogelijkheid om van status te veranderen naar Ultraperifeer Gebied (UPG). In juni jl heeft Ronald Plasterk, Minister van BZK, aangegeven dat hij bereid is mee te werken aan de wens om van status te veranderen. Dit is een daarom een goed moment om de institutionele voor- en nadelen op een rijtje te zetten.

Voorzitter: dr Glenn Thodé, UA Prof dr Laurens-Jan Brinkhorst Prof dr Flora Goudappel, UoC

15.30 uur Afsluiting

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

error: Content is protected !!
%d bloggers like this: