TOESPRAAK TER GELEGENHEID VAN DE OPENING VAN HET INTERPARLEMENTAIRE KONINKRIJKSOVERLEG (IPKO) Gisèlle Mc William

s2320001

TOESPRAAK TER GELEGENHEID VAN DE OPENING VAN HET INTERPARLEMENTAIRE KONINKRIJKSOVERLEG (IPKO)
Curaçao – januari 2017

Geachte leden van de Eerste Kamer van de Staten Generaal,
Geachte leden van de Tweede Kamer van de Staten Generaal,
Geachte leden van de Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten,

Mede namens de hele delegatie van Curaçao, dhr. Davelaar, thans ook Voorzitter van de Staten, en de overige commissieleden, mevr. Alcalá-Wallé, dhr. Pisas, dhr. Ribeiro, dhr. Cijntje, mevr. Moses, mevr. Leeflang en dhr. Braam, heet ik u allen van harte welkom op onze “dushi Kòrsou”. Ik hoop dat u met een warm onthaal bent ontvangen en dat u in de komende dagen, samen met ons, zal genieten van uw verblijf en vooral zal kunnen bijdragen aan een vruchtvolle uitwisselingen van kennis, ervaring en informatie die vooral zal moeten bijdragen aan beter begrip voor elkaar, binnen hetzelfde Koninkrijk.
Dit IPKO draagt een bijzonder karakter. In de aanloop hiernaartoe, hebben wij meerdere malen moeten twijfelen aan het al dan niet doorgaan van het IPKO op Curaçao. De laatst gehouden verkiezing op Curaçao bracht met zich mee dat veel kenners van het IPKO-dossier, de Staten van Curaçao moesten verlaten. Desalniettemin ben ik ervan overtuigd dat de nieuw aangetreden leden die leegte op korte termijn zullen gaan invullen. Het is dan ook niet voor niets dat dit IPKO in het teken staat van persoonlijke ontmoetingen.
Curaçao staat aan het voorportaal van belangrijke en positieve veranderingen. Om die veranderingen te kunnen begrijpen, is het van belang dat men deze probeert te bezien vanuit de verschillende invalshoeken, zoals de verschillende culturele achtergronden, de sociale situatie waarin wij leven en de economische perspectieven. De persoonlijke ontmoetingen, die juist in dit IPKO centraal staan, moeten ertoe kunnen bijdragen dat over en weer, de verschillende parlementen binnen het Koninkrijk, samen de weg zoeken naar vruchtvolle samenwerking, die de verschillende bevolkingen die zij vertegenwoordigen, vooruit helpen. Zo gezien moeten de aanstaande veranderingen dus niet benaderd worden vanuit de gedachte van een dreiging, maar juist benaderd worden als zijnde een middel om naar elkaar toe te groeien, elkaar te ondersteunen en elkaar te machtigen, zodat de burgers en de landen samen kunnen blijven groeien binnen het Koninkrijk. Die groei is vooral van belang als we bezien welke richting de rest van de wereld uitgaat. Geen groei en stilstaan zal betekenen dat wij als Koninkrijk achteruitlopen in vergelijking met andere mogendheden. En de groei van het Koninkrijk wordt niet alleen bepaald vanuit het Europese deel, maar ook en zeker niet in minder belangrijke mate vanuit het Caribische deel. Het is daarom van belang dat wij samen vooruit gaan, samen groeien.
Eén van de onderwerpen die de aandacht krijgt in dit IPKO is “Het ideale Koninkrijk in 2040”. Dat onderwerp past perfect in het licht van hetgeen ik hiervoor heb geschetst. Het gaat daarbij, in mijn opvatting, niet om een droom, maar om het uitstippen van een concreet pad om met elkaar naartoe te werken. Ook daarvoor hebben wij elkaar nodig.
Binnen het Koninkrijk bestaat een verdeeldheid en verschillende meningen over visies en missiebepaling per land.
De missie en de visie beschrijven de bestaansreden van het Koninkrijk en een gemeenschappelijk toekomstbeeld.
Momenteel ontbreekt een gemeenschappelijke toekomstvisie binnen het Koninkrijk. Dit is zeer belemmerend voor het ‘samengroeien en samen reageren’ op ontwikkelingen buiten het Koninkrijk die van invloed kunnen zijn op de toekomst.
Het gebrek aan een gemeenschappelijke toekomstvisie is te herleiden aan de ‘repressieve en controlerende’ houding van o.a. limitatief opgestelde rijkswetten.
Groeibeperkingen, eerst via Rijkswetten en nu consensus-Rijkswetten, hebben veel schade toegebracht aan een gezamenlijke strategische keuze binnen het Koninkrijk.
De Caribische landen werden en worden nog steeds niet gezien als gelijke partners. Nederland benadrukt het grootste land te zijn met de meeste inwoners en economische macht, maar vergeet het belang van de geografische ligging van de Caribische landen en interlandelijke connecties met het Latijns-Amerikaanse continent.
Gebonden aan de ‘statische’ Statuutregeling vanaf 1954 is hierdoor geen ‘dynamiek’ ontwikkeld binnen het Koninkrijk. Zo zijn veel mogelijke rijkdommen ontnomen aan de Caribische partners. Te denken valt aan het ontnemen van de offshore sector van Curaçao en de beperking van import- en exportmogelijkheden vanuit de Latijns-Amerikaanse primaire goederenstroom.
Zolang wij als Koninkrijk een controlerend-repressieve beleid aanhouden ten opzichte van onze “ Caribische partners”, wordt de autonome economische groei van deze landen geschaad op zodanige wijze, dat ze waarschijnlijk nooit meer of zeer beperkt kunnen participeren in wereldontwikkelingen, voornamelijk in de economische ontwikkelingen vanuit het Latijns-Amerikaanse continent. Dit moet direct worden gestopt en aan de orde worden gesteld binnen de Koninkrijksrelaties.
Onze autonomie bestaat alleen op papier. In de praktijk is het een situatie van ‘checks without balances’.
Curaçao is al druk bezig om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Dat vergt enorme inspanningen, vooral van onze burgers die het al niet makkelijk hebben. Het noodzakelijke herstelproces, dat reeds in gang is gezet, zal weliswaar worden voortgezet, echter op een meer verantwoorde en gebalanceerde wijze waarbij in het bijzonder rekening zal worden gehouden met de sociaal zwakkeren in onze samenleving. Anderzijds zal ook flink worden geïnvesteerd in economische stimuleringsmaatregelen. Dat vergt commitment, niet alleen van bestuurders, ondernemers, maar van de gehele bevolking. Iedereen moet zijn steentje bijdragen. De overheid heeft daarbij een belangrijke rol, namelijk het kweken en het verder stimuleren van dat verantwoordelijkheidsbesef.
Als Curaçaoënaars oftewel ‘Yunan di Kòrsou’ zijn wij trots op onze nationale identiteit. Het is nu belangrijk om die identiteit te gebruiken als ‘kompas’ voor een betere toekomst binnen het Koninkrijk.
Daarom zal Curaçao kiezen voor een intensivering van haar autonomie binnen het Koninkrijk en tegelijkertijd ook voor een verdere ontwikkeling van de onderlinge samenwerking tussen de landen. Om die samenwerking vruchtbaar te laten zijn, is een herziening noodzakelijk van de onderlinge verhoudingen tussen de landen en tussen de landen en de organen van het Koninkrijk.
Er zijn positieve redenen voor Curaçao om aan dit IPKO deel te nemen. In de eerste plaats is dit een goede kans om van gedachten te wisselen met de andere landen over mogelijke onderwerpen die van gemeenschappelijk belang zijn, voor een “samenwerkende Koninkrijk in 2040”.
In de eigen woorden van Ephraim ‘Fein’ Jonckheer, een van onze voorvechters van autonomie:
“Wat Curaçao wil is een werkelijk democratische bestuursvorm. En dit zal alleen met Nederland mogelijk zijn wanneer eindelijk besloten wordt dit gebied volledige autonomie te geven
En ‘doktor’ Moises da Costa Gomez:
“De wens voor autonomie is in ons hart. Dan hoeven we ons advies niet te gaan halen bij een commissie.”
Beschouwt mijn voordracht niet als een ‘sluitstuk’, en ook niet als een begin ervan, maar als een continu proces in de dynamische ontwikkeling van onze autonomie en ook van het Koninkrijk.
Het programma staat verder ook in het licht van belangrijke en interessante werkbezoeken,zoals het bezoek aan het in aanbouw zijnde ziekenhuis,de haven en Oostpunt.
Op donderdagavond is er een afscheidsdiner. De bijzondere locatie van het diner is zorgvuldig gekozen. Het instituut NAAM (National Archeological Anthropological Memory Management) staat thans in het teken van “100 years refinery in Curaçao”. Diverse belangrijke passages uit de geschiedenis van Curaçao worden daar uitgebeeld, waarbij de raffinaderij in het middelpunt staat. Wanneer men inzicht krijgt in die geschiedenis, verwerft men daarmee gelijk inzicht in de samenstelling van het volk, de manier van denken en doen, de kunst etc. etc. Ik zal nu niet meer van verklappen, maar nodig u van harte om dit hoogtepunt te beleven.
Laten wij het overleg gebruiken om van elkaar te leren en elkaar te ondersteunen en de hand te reiken.
Met deze insteek wens ik alle delegaties een vruchtbare en succesvol IPKO toe.

De Voorzitter van de Commissie Rijksaangelegenheden, Interparlementaire Relaties en Buitenlandse Betrekkingen van Curaçao,

Gisèlle Mc William

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Contact us



Connecting...
created by TelegramWordpress.com
error: Content is protected !!
%d bloggers like this: