Minister Shalten Hato DESISHON DI WES ENKUANTO ”INBEWARINGSTELLING” DI INDOKUMENTADO

Het Gerecht heeft het verzoek van de 3 personen om hun inbewaringstelling op te heffen dan wel te schorsen, afgewezen. Het Gerecht is tot deze uitspraak gekomen omdat er een geldige titel bestaat voor de inbewaringstelling van de verzoekers.
Ingevolge paragraaf 10.5 van de HIG dient de inbewaringstelling redelijkerwijs niet langer te duren dan de tijd die nodig is om de vreemdeling daadwerkelijk te verwijderen. Het uitgangspunt in de HIG en bestendige jurisprudentie is dat wanneer na zes maanden nog geen verwijdering heeft plaatsgevonden, in beginsel wordt aangenomen dat geen zicht op verwijdering bestaat en dat de bewaring dan dient te worden opgeheven.
Het Gerecht heeft geoordeeld dat de termijn van zes maanden in casu nog niet verstreken is en dat wij voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat er in casu sprake is van zicht op verwijdering. De bewaring van de verzoekers kan gelet op het voorgaande worden voortgezet.
Voor wat de detentieomstandigheden van de verzoekers betreft, heeft het Gerecht geoordeeld dat de verzoekers niet onderbouwd hebben weersproken dat momenteel sprake is van verbeterde detentieomstandigheden doordat de vreemdelingen in het nieuwe vreemdelingendetentiecentrum een dagprogramma hebben, zicht hebben op de buitenwereld en toegang hebben tot diverse sportmogelijkheden.
Gelet op al het voorgaande is het Gerecht tot het oordeel gekomen dat voortzetting van de inbewaringstelling voor verzoekers niet een zodanig nadeel meebrengt dat sprake is van onevenredigheid aan het belang van de Minister om de inbewaringstelling voort te zetten.
Het onderhavige verzoek om opheffing dan wel schorsing van de inbewaringstelling is gelet op al het voorgaande afgewezen.
Share this page to Telegram

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers like this: