Hoge Raad: rechter moet naleving van informatieplichten bij op afstand gesloten schadeverzekeringsovereenkomsten uit eigen beweging onderzoeken
Hoge Raad: rechter moet naleving van informatieplichten bij op afstand gesloten schadeverzekeringsovereenkomsten uit eigen beweging onderzoeken
De Hoge Raad heeft vandaag prejudiciële vragen beantwoord over het door de rechter uit eigen beweging onderzoeken van informatieplichten van verzekeraars bij op afstand met consumenten gesloten overeenkomsten van schadeverzekering en heeft geoordeeld dat de rechter dit zogeheten ambtshalve onderzoek moet verrichten.
De prejudiciële vragen waren gesteld door de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam. De prejudiciële vragen bouwen voort op de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad in Arvato I(verwijst naar een andere website). In die zaak ging het om ambtshalve onderzoek naar de naleving van informatieplichten van bedrijven bij op afstand gesloten overeenkomsten met consumenten. Die beslissing ging niet over op afstand gesloten verzekeringsovereenkomsten.
Achtergrond
In deze zaak heeft een consument via internet (‘op afstand’) bij Achmea een autoverzekering afgesloten. Achmea heeft de kantonrechter gevraagd de consument te veroordelen tot betaling omdat de consument premiekosten en/of andere kosten niet heeft betaald. De consument is in de procedure bij de kantonrechter niet verschenen. De kantonrechter heeft in die procedure prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad.
Voor op afstand gesloten verzekeringsovereenkomsten gelden voor verzekeraars informatieplichten op basis van Europese regels. Deze informatieplichten zijn in Nederland opgenomen in het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (hierna: BGfo) dat is gebaseerd op de Wet financieel toezicht. De prejudiciële vragen gaan erover voor welke informatieplichten de rechter ambtshalve, dat wil zeggen uit eigen beweging en dus ook als de consument daarop geen beroep doet, moet onderzoeken of de verzekeraar eraan heeft voldaan en over de op te leggen sancties als aan een informatieplicht niet is voldaan.
Een prejudiciële vraag is een vraag van een rechtbank of gerechtshof aan de Hoge Raad over de uitleg van een rechtsregel. Daaraan kan behoefte bestaan, als de Hoge Raad over die vraag niet eerder heeft beslist. Wel moet het gaan om vragen die zich voordoen in een concrete zaak die bij een rechtbank of hof in behandeling is.
Conclusie plaatsvervangend Procureur-Generaal
De plaatsvervangend Procureur-Generaal nam zijn conclusie(verwijst naar een andere website) op 10 oktober 2025.
Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelt dat de rechter ook in zaken over op afstand gesloten schadeverzekeringsovereenkomsten een ambtshalve taak heeft om naleving van de relevante informatieplichten te toetsen. Het gaat om informatieplichten uit de Europese Richtlijn verkoop op afstand van financiële diensten (sinds kort opgenomen in de Richtlijn consumentenrechten) en de Richtlijn verzekeringsdistributie. Het gaat daarbij specifiek om informatieplichten die de wetgever in art. 6:193f onder e Burgerlijk Wetboek heeft aangemerkt als essentiële informatieplichten. Dit betreft bij schadeverzekeringen bijvoorbeeld informatie over het soort verzekering, een samenvatting van de verzekeringsdekking, de belangrijkste uitsluitingen, de verplichtingen van de consument, de looptijd van de overeenkomst en of de consument de overeenkomst binnen een bedenktermijn kan herroepen.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechter bij essentiële informatieplichten ambtshalve moet onderzoeken of uit de stellingen van de verzekeraar en de overgelegde stukken voldoende blijkt dat daaraan is voldaan. Daarbij moet de rechter, voor zover mogelijk, ook vaststellen of de informatie correct, duidelijk en niet misleidend is. De rechter hoeft niet ambtshalve te toetsen of ook is voldaan aan de verplichting om de informatie te verstrekken op een zogenoemde ‘duurzame drager’. Sinds kort geldt hierop echter een uitzondering: de rechter moet wel ambtshalve toetsen of over de mogelijkheid om de overeenkomst te herroepen informatie op een duurzame drager is verschaft.
De rechter heeft ook een ambtshalve taak om een sanctie op te leggen als de verzekeraar niet heeft voldaan aan een of meer essentiële informatieplichten, aldus de Hoge Raad. Hierbij moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij wat de Hoge Raad heeft beslist in Arvato I. Als sprake is van een voldoende ernstige schending van een of meer essentiële informatieplichten, kan de rechter de overeenkomst geheel of gedeeltelijk vernietigen. Gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst kan bestaan in een vermindering van de verplichtingen, met name de betalingsverplichtingen, van de consument. Als de wet voorziet in een specifieke sanctie bij niet naleving van een informatieplicht, past de rechter die toe. Dit staat volgens de Hoge Raad niet in de weg aan de mogelijkheid dat de rechter naast of – als toepassing van de specifieke wettelijke sanctie niet mogelijk of niet zinvol is – in plaats van de specifieke wettelijke sanctie overgaat tot (verdere) vermindering van de verplichtingen van de consument bij wijze van doeltreffende, evenredige en afschrikkende sanctie.
Art. 78 BGfo laat toe dat informatie pas wordt verstrekt tegelijk met de afgifte van de polis. De kantonrechter heeft gevraagd of dit voorschrift wel in lijn is met de Europese regels. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag niet, omdat de kantonrechter tot dusverre niet heeft vastgesteld dat de informatie pas is verstrekt tegelijk met de afgifte van de polis. Een antwoord op de vraag is dus vooralsnog niet nodig in deze zaak.
Hoe verder?
De kantonrechter zal de zaak nu voortzetten met inachtneming van de antwoorden van de Hoge Raad. Deze antwoorden zijn ook van belang voor rechters die in vergelijkbare zaken moeten beslissen.
