Hoge Raad: verkapte differentiatie van ozb-tarief is niet toegestaan
Hoge Raad: verkapte differentiatie van ozb-tarief is niet toegestaan
Gemeenten kunnen onroerendezaakbelasting (ozb) heffen van drie categorieën eigenaren en gebruikers van onroerend goed. De tarieven mogen per categorie verschillen, maar niet binnen een categorie. Een door de Gemeente Súdwest-Fryslân gesubsidieerde stichting verleende aan bepaalde ondernemers binnen één categorie een teruggave van een gedeelte van de geheven ozb. Dat mag niet volgens de Hoge Raad omdat daardoor in feite verschillende tarieven gelden binnen een categorie.
De zaken
De Gemeente Súdwest-Fryslân heeft sinds 2016 het tarief voor de onroerendezaakbelastingen verhoogd met een opslag van 0,033 procent voor eigenaren en 0,027 voor gebruikers van onroerend goed. De opbrengst van de opslag geeft de gemeente jaarlijks als subsidie aan een stichting waarmee zij een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten. Met behulp van de subsidie geeft de stichting aan twee groepen ondernemers een teruggave ter grootte van de door de gemeente van die ondernemer geheven opslag. Agrariërs komen automatisch in aanmerking voor de teruggave. Andere ondernemers komen daarvoor in aanmerking als de ondernemersvereniging of de meerderheid van de ondernemers in een bepaald gebied daartoe besluit.
In totaal 17 belanghebbenden die niet in aanmerking komen voor de teruggave zijn het hiermee niet eens. Dat de opslag aan sommige ondernemers wordt teruggegeven en aan andere niet, vinden zij een vorm van tariefdifferentiatie die niet is toegestaan.
Beslissingen rechtbank en gerechtshof
De rechtbank en het gerechtshof stelden de belanghebbenden in het gelijk.
Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad is het daarmee eens. Artikel 220f, lid 1, van de Gemeentewet kent drie categorieën onroerendezaakbelastingen. De tarieven tussen die categorieën mogen verschillen. Binnen een categorie mag het tarief echter niet verschillen. Bij de beoordeling van het tarief moet volgens de Hoge Raad niet alleen gekeken worden naar de belastingverordening. Andere verbindende voorschriften of besluiten van de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders zijn ook van belang. De wijze waarop de regeling over de teruggave tot stand is gekomen, leidt in dit geval in feite tot een verboden differentiatie van tarieven. De belastingverordening van de gemeente is daarom onverbindend voor zover die de opslag betreft. De 17 belanghebbenden hoeven de opslag niet te betalen.
Andere gemeenten
Deze uitspraak kan van belang zijn voor gemeenten die een vergelijkbare regeling kennen als de Gemeente Súdwest-Fryslân. Het kan zijn dat ook die regeling in feite leidt tot een vorm van tariefdifferentiatie die niet is toegestaan.
