Advies AG aan Hoge Raad: veroordeling voor doodsteken man in Nijmegen in stand laten
Advies AG aan Hoge Raad: veroordeling voor doodsteken man in Nijmegen in stand laten
De veroordeling van een verdachte voor het doodsteken van een man in Nijmegen op 27 juli 2023 kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Aben de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag.
De zaak
Op 1 augustus 2023 trof de politie een man dood aan in zijn woning in Nijmegen. Hij had twee messteken in zijn borst en buik. Daaraan is hij overleden. De politie hield hiervoor een 58-jarige man aan die regelmatig bij het slachtoffer in zijn woning verbleef. Uit onderzoek bleek dat de steekpartij al op 27 juli 2023 had plaatsgevonden.
De verdachte heeft tijdens het onderzoek en op de zittingen bij de rechtbank en het hof verklaard dat het slachtoffer zichzelf tijdens een ruzie met hem had gestoken en zodoende in zijn bijzijn suïcide had gepleegd.
Het hof stelde vast dat in het dossier aanwijzingen zijn te vinden dat het slachtoffer periodes kende waarin hij levensmoe was en euthanasie wenste, maar dat de wijze waarop het slachtoffer volgens de verdachte zichzelf om het leven zou hebben gebracht, niet past bij het beeld van zijn persoon en zijn gemoedstoestand dat door de hulpverlening en getuigen werd geschetst. Ook was volgens het hof gebleken dat de verdachte niet accepteerde dat het slachtoffer hem niet meer in zijn woning wilde hebben. Het slachtoffer had aan derden laten weten dat hij daarvoor wraak wilde nemen.
Het hof was verder van oordeel dat het door de verdachte geschetste alternatieve scenario waarin het slachtoffer zichzelf had gesuïcideerd niet aannemelijk was omdat de verklaringen van de verdachte over wat zich op en omstreeks 27 juli 2023 had afgespeeld onjuist en/of ongeloofwaardig waren, terwijl het bewijsmateriaal de ten laste gelegde gang van zaken ondersteunde. Het hof kwam tot het oordeel dat de verdachte het slachtoffer twee keer met een mes had gestoken met de bedoeling hem te doden en legde hem wegens doodslag een gevangenisstraf op van acht jaar en tbs. De verdachte stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Cassatieklachten
De advocaat van de verdachte vraagt de Hoge Raad de veroordeling te vernietigen. In cassatie zijn verschillende klachten naar voren gebracht. De klachten gaan over de weerlegging door het hof van dat alternatieve scenario en over de afwijzende beslissing van het hof op een (voorwaardelijk) verzoek dat strekte tot onderbouwing van het alternatieve scenario. Daartoe is door de verdediging op de zitting in feitelijke aanleg verzocht om het opvragen en het ter inzage verstrekken van het medisch dossier van het slachtoffer.
Advies AG
Volgens de AG slagen beide klachten niet.
De overwegingen van het hof over de onaannemelijkheid van het alternatieve scenario vindt de AG niet onbegrijpelijk en ook toereikend gemotiveerd.
Ten aanzien van de tweede klacht is de AG van opvatting dat aan de voorwaarden, waarvan het verzoek afhankelijk is gemaakt, niet is voldaan. Om die reden was het hof niet gehouden op het verzoek te beslissen. De beslissing die het hof niettemin op het verzoek heeft gegeven, moet dan ook volgens de AG als een overweging ten overvloede worden gezien, waarover in cassatie niet kan worden geklaagd.
De AG adviseert de Hoge Raad de veroordeling in stand te laten en de opgelegde gevangenisstraf in verband met de duur van de procedure in cassatie met de gebruikelijke maatstaf te verminderen. De tbs-maatregel kan ongewijzigd in stand blijven.
Uitspraak Hoge Raad
De uitspraak van de Hoge Raad is (voorlopig) bepaald op 5 januari 2027.
Een conclusie bevat een onafhankelijke analyse van en oordeel over een zaak waarover de Hoge Raad moet beslissen. Daarbij gaat het om voorlichting en advisering van de Hoge Raad. In een conclusie wordt een zaak vaak uitvoeriger en vanuit een breder perspectief besproken dan in de uitspraak van de Hoge Raad. Daarmee dient de conclusie niet alleen de kwaliteit van de rechtspraak in de concrete zaak, maar ook de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Een conclusie wordt meestal genomen door een van de advocaten-generaal in het parket, namens de procureur-generaal. De advocaten-generaal zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud van hun conclusies.
