Veroordeling Schiphol-pastor voor bezit en verwerven kinderporno definitief
Veroordeling Schiphol-pastor voor bezit en verwerven kinderporno definitief
De veroordeling door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 11 juni 2024 van een verdachte die in Cambodja werd aangehouden en werkzaam was als pastor op de luchthaven Schiphol, voor het (gewoonte maken van het) bezit en het verwerven van kinderporno blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.
De zaak
Op 19 april 2017 ontving de politie Midden-Nederland van een politieattachée uit Zuidoost Azië een bericht waarin werd aangegeven dat op 18 april 2017 een Nederlandse man was aangehouden in Cambodja die in het bezit was van een laptop met daarop een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal. Hij werd daarnaast verdacht van seksueel misbruik van minderjarige jongens.
Naar aanleiding van deze informatie is op 19 april 2017 de woning van verdachte in Nederland doorzocht, evenals het luchthavenpastoraat op Schiphol waar verdachte werkzaam was. Op beide locaties zijn gegevensdragers waaronder usb-sticks in beslag genomen waarop een groot aantal afbeeldingen met kinderporno is aangetroffen.
Het hof vond bewezen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het (gewoonte maken van het) bezit en het verwerven van pornografie waarbij jonge kinderen waren betrokken. Het hof legde 241 dagen gevangenisstraf op, waarvan 240 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uur. Het hof heeft daarbij ook rekening gehouden met de eerdere detentie van 2 jaar van de verdachte in Cambodja. Daarnaast beval het hof de onttrekking aan het verkeer van een aantal geheugenkaarten, usb-sticks, computers, een telefoon en andere aanverwante voorwerpen. Dit ziet niet op de USB-sticks waarop het kinderpornografisch materiaal is aangetroffen, van die USB-sticks had de verdachte afstand gedaan.
De verdachte ging tegen de uitspraak van het hof in cassatie bij de Hoge Raad.
Cassatieklachten
De advocaat van de verdachte vroeg de Hoge Raad de uitspraak van het hof te vernietigen. In cassatie zijn verschillende klachten naar voren gebracht. Ten eerste is geklaagd over de verwerping door het hof van het verweer dat de resultaten van de doorzoeking van de woning van de verdachte onrechtmatig zijn verkregen wegens het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld hetgeen zou moeten leiden tot bewijsuitsluiting. Ten tweede is geklaagd dat het bewezenverklaarde opzettelijk bezit van kinderporno en daarvan een gewoonte maken niet goed is gemotiveerd en het bewijs daartoe onvoldoende redengevend is. Ten derde is geklaagd over de beslissing van het hof tot de onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen gegevensdragers.
Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad is van oordeel dat de eerste twee cassatieklachten niet slagen en heeft deze klachten zonder inhoudelijke motivering afgedaan omdat ze niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kunnen leiden en geen juridische belangrijke nieuwe vragen oproepen die moeten worden beantwoord.
De klacht over de onttrekking aan het verkeer van een aantal inbeslaggenomen voorwerpen slaagt wel. Het oordeel van het hof dat die voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking is ontoereikend gemotiveerd. De Hoge Raad wijst de zaak alleen op dit punt terug om opnieuw te worden berecht en afgedaan.
In verband met de duur van de procedure in cassatie vermindert de Hoge Raad de opgelegde taakstraf tot 228 uur. De door het hof opgelegde gevangenisstraf van 241 dagen waarvan 240 dagen voorwaardelijk blijft ongewijzigd in stand.
