Advies AG aan Hoge Raad: veroordeling voor moord op ex-partner in Rotterdam in stand laten
Advies AG aan Hoge Raad: veroordeling voor moord op ex-partner in Rotterdam in stand laten
De veroordeling van een verdachte voor de moord op zijn ex-partner, door het hof aangemerkt als femicide, in de woning van het slachtoffer in Rotterdam op 18 januari 2022 kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Van Kampen de Hoge Raad in haar conclusie van vandaag.
Het oordeel van het hof
Het hof was van oordeel dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld en dat daarmee sprake was van moord. Volgens het hof had het slachtoffer in de periode voorafgaand aan de gebeurtenissen tegen de verdachte gezegd dat zij de relatie met hem wilde beëindigen. De verdachte heeft haar toen meerdere keren gezegd dat hij haar zou doodmaken wanneer zij de relatie daadwerkelijk zou beëindigen. Volgens het hof heeft de verdachte op 18 januari 2022 niet gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, maar in lijn met zijn eerder genomen besluit om het slachtoffer van het leven te beroven wanneer zij de relatie met hem zou beëindigen. Het hof zag in het handelen van de verdachte tijdens het steken een bevestiging van het oordeel dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld.
Het hof heeft de moord aangemerkt als femicide en legde een gevangenisstraf op van zeventien jaar en zes maanden en tbs.
Cassatieklachten
De advocaat van de verdachte vraagt de Hoge Raad de veroordeling te vernietigen. In cassatie zijn verschillende klachten naar voren gebracht over de bewezenverklaring door het hof van ‘voorbedachte raad’.
Ook namens twee benadeelde partijen is een cassatieklacht ingediend. Deze klacht betreft de niet-ontvankelijkverklaring van deze benadeelde partijen in een gedeelte van van hun vorderingen tot vergoeding van immateriële schade.
Advies AG
De AG concludeert dat de namens de verdachte voorgestelde cassatieklachten niet kunnen slagen. Volgens haar heeft het hof kunnen oordelen dat bij het handelen van de verdachte sprake was van voorbedachte raad. Het hof heeft dat oordeel volgens de AG ook toereikend gemotiveerd.
Ook de cassatieklacht van de benadeelde partijen slaagt volgens de AG niet.
De AG concludeert dan ook tot verwerping van het cassatieberoep. Dit brengt met zich dat de veroordeling en de opgelegde straf en tbs-maatregel wat de AG betreft in stand kunnen blijven.
Uitspraak Hoge Raad
De uitspraak van de Hoge Raad is (voorlopig) bepaald op 5 januari 2027.
Een conclusie bevat een onafhankelijke analyse van en oordeel over een zaak waarover de Hoge Raad moet beslissen. Daarbij gaat het om voorlichting en advisering van de Hoge Raad. In een conclusie wordt een zaak vaak uitvoeriger en vanuit een breder perspectief besproken dan in de uitspraak van de Hoge Raad. Daarmee dient de conclusie niet alleen de kwaliteit van de rechtspraak in de concrete zaak, maar ook de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Een conclusie wordt meestal genomen door een van de advocaten-generaal in het parket, namens de procureur-generaal. De advocaten-generaal zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud van hun conclusies.
