Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

 

De heer Pisas, mevrouw Larmonie

Geachte heer Pisas, geachte mevrouw Larmonie,
Goed dat wij op 30 april 2021 op politiek niveau konden overleggen en onder
meer hebben stilgestaan bij uw brieven van 19 en 26 april 2021. Dank ook voor
uw aanvullende brief van 5 mei 2021. Graag wil ik middels deze brief hierop
reageren.
Nederland en Curagao zijn een niet vrijblijvende samenwerking aangegaan en
mede op basis daarvan heeft Nederland omvangrijke liquiditeitssteun verstrekt.
Dit was een onverplicht aanbod, waar Curagao mee heeft ingestemd. De daarover
gemaakte afspraken zijn en blijven voor Nederland het uitgangspunt. Deelname
aan de Rijkswet COHO is een voorwaarde voor het verkrijgen van steun vanuit
Nederland. Hierover heb ik vanaf ons eerste kennismakingsgesprek op 1 april jl.
geen enkel misverstand laten bestaan.
In uw brieven onderschrijft u de noodzaak voor structurele aanpassingen om te
komen tot duurzame economische groei, welvaart, welzijn en gezonde
overheidsfinanciën. In de doelstellingen van het landspakket Curagao en het
advies van de Raad van State van het Koninkrijk over de Rijkswet COHO kunt u
zich grotendeels vinden. U mist goede financieel-economische doorrekeningen en
stelt voor het landspakket te structureren in een aanpassingsprogramma, door
het Internationaal Monetair Fonds (IMF) te vragen een hervormingsprogramma te
maken, te begeleiden en te monitoren.
Het belang van de door u genoemde goede financieel-economische
doorrekeningen heeft mijn steun en ik zie mogelijkheden om daar binnen de
context van de hervormingsentiteit nadere invulling aan te geven. Het IMF zou
daar een partner bij kunnen zijn, bijvoorbeeld voor het doen van (macroeconomische) doorrekeningen. Dit zou verder verkend moeten worden. Ook heeft
het IMF reeds een rol bij thema D van het landspakket (financiële sector). Het is
denkbaar dat het IMF ook bij andere thema’s wordt betrokken en technische
assistentie zal verlenen.
Ik benadruk daarnaast het belang dat u deelneemt aan de gesprekken die
gevoerd worden over de vormgeving van de Rijkswet COHO en hoe de
uitvoeringsorganisatie gestalte krijgt, zodat uw inbreng daarbij zal worden
betrokken. Demissionair minister-president Rhuggenaath heeft toegezegd
daarvoor ambtelijke ondersteuning te willen faciliteren. Ook van de zijde van het
ministerie van BZK is die ambtelijke ondersteuning al enige weken voor u
beschikbaar, maar tot nu toe werd daar geen beroep op gedaan.
In uw brief van 5 mei jl. lijkt u te suggereren dat u niet wilt deelnemen aan het
COHO. Indien dit zo is en u niet deelneemt aan de gesprekken over het nader
rapport COHO, dan vervalt daarmee, zoals gezegd, ook de steun vanuit Nederland
aan Curacao. Dit betekent dat de liquiditeitssteun zal worden stopgezet, evenals
het nog niet verplichte deel van de eenmalige investeringen in
onderwijshuisvesting en economie (€ 29,5 mln. resp. € 20 mln. euro). Daarnaast
zullen de verstrekte liquiditeitsleningen (stand 7 mei 2021: € 333,5 mln.) vanaf
april 2022 moeten worden afgelost en ook de openstaande pre-COVID
bulletleningen aan het einde van de looptijd moeten worden terugbetaald.
Graag verneem ik van u de bevestiging dat hetgeen wat in de RMR van 30
oktober 2020 is afgesproken door u wordt nagekomen, waarbij ik graag met u in
gesprek ga over de precieze vormgeving van de Rijkswet COHO en eventuele
inzet van het IMF in de uitvoering van het landspakket, dan wel een bevestiging
van uw wens om de gemaakte afspraken op te zeggen. Vanzelfsprekend is het
aan Curaçao zelf om deze keuze te maken.
De staat cretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

error: Content is protected !!
%d bloggers like this: