Twee deskundigenbijeenkomsten over aanpassing belasting in box 3
Twee deskundigenbijeenkomsten over aanpassing belasting in box 3
De commissie voor Financiën organiseerde dinsdag 19 mei 2026 twee deskundigenbijeenkomsten over de Wet werkelijk rendement box 3 (36.748). Dit wetsvoorstel werd door het kabinet-Schoof ingediend met als beoogde invoeringsdatum 1 januari 2028. Op 12 februari 2026 is het wetsvoorstel door de Tweede Kamer aangenomen. Het voorstel is momenteel in behandeling van de commissie voor Financiën, die deskundigen wilde horen over de impact van deze wet. De eerste deskundigenbijeenkomst ging over de fiscale uitwerking van het wetsvoorstel en dan vooral over welke belastingvorm rechtvaardiger is: vermogensaanwasbelasting of vermogenswinstbelasting. De tweede bijeenkomst ging over de uitvoerbaarheid voor en impact van het wetsvoorstel op burgers en bedrijven. Alle experts pleitten voor duidelijkheid en een lange termijnvisie.
Economisch superieur
Tijdens de eerste bijeenkomst waren er vijf sprekers. Hoogleraar fiscale economie Edwin Heithuis van de Universiteit van Amsterdam noemde als eerste spreker het voorliggende wetsvoorstel ‘een compromis’. Voor vastgoed en aandelen in start- en scale-ups geldt een vermogenswinstbelasting, voor alle andere beleggingen een vermogensaanwasbelasting. Een vermogensaanwasbelasting is economisch superieur, zei hij, maar belastingheffing moet ook rechtvaardig en neutraal zijn. Zijn voorkeur gaat daarom uit naar vermogenswinstbelasting. Heithuis benoemde verder de samenhang tussen box 3 en de eigen woning. Toen in 2001 de forfaitaire vermogensrendementsheffing in box 3 is ingevoerd, werd de eigen woning daarbuiten gelaten. De recente discussie over de hypotheekrenteaftrek verbaast de hoogleraar omdat we aan de vooravond staan van de hervorming van het box 3-stelsel.
Gelijke belasting
Ruud van den Dool, hoogleraar fiscale economie van de Nyenrode University, adviseerde om het wetsvoorstel aan te nemen. Het is in zijn ogen juridisch houdbaar, neutraler tussen vermogensvormen en bevordert de investeringsbereidheid. De voorgestelde systematiek vormt volgens hem een duidelijke verbetering ten opzichte van het huidige box 3-stelsel. Belastingplichtigen met een gelijk inkomen worden op dezelfde manier belast. Daarnaast worden alle soorten inkomen op dezelfde manier belast als waardestijgingen of een combinatie van reguliere inkomsten en waardestijging. Bij een vermogensaanwasbelasting deelt de overheid in winst en verlies. Dat stimuleert het doen van risicovolle investeringen.
Belastingderving
Volgens hoogleraar economie en overheidsfinanciën Bas Jacobs van de Vrije Universiteit Amsterdam kost vermogenswinstbelasting miljarden en zorgt het voor verlies van welvaart. Hij adviseerde het wetsvoorstel door te voeren maar de vermogensaanwasbelasting te behouden. Een vermogensaanwasbelasting is in zijn ogen beter in termen van doelmatigheid, rechtvaardigheid, rechtsgelijkheid, vermogensopbouw en portefeuillekeuzes, belastingopbrengst en uitvoerbaarheid. Een vermogenswinstbelasting is nadelig: niet alleen verlaagt dit de belastingdruk op mensen met meer vermogen, het discrimineert ook spaarders. Een vermogenswinstbelasting leidt volgens Jacobs tot miljarden euro’s aan belastingderving.
Houdbaar stelsel
Robert van der Jagt, gespecialiseerd in internationaal belastingrecht, sprak namens de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs. De orde ondersteunt invoering van wet, omdat het een rechtvaardiger stelsel is dan de huidige regeling. De NOB heeft een voorkeur voor een vermogenswinstbelasting, onder meer omdat het volgens hem rechtvaardiger is. Invoering van een vermogensaanwasbelasting zonder internationale afstemming kan leiden tot dubbele belastingen en concurrentienadelen. De NOB is tegen het belasten van tweede woningen bij eigen gebruik. Het gaat dan namelijk om consumptief gebruik, in tegenstelling tot verhuur waarmee wel inkomen wordt gegenereerd.
Integrale vermogensbelasting
Peter Essers, hoogleraar belastingrecht aan de Tilburg Universiteit en voormalig senator, stond stil bij de historie van de box 3-regeling. Het hybride stelsel zal door de combinatie van een vermogensaanwas- en vermogenswinstbelasting leiden tot extra complexiteit. Hij heeft voorkeur voor een vermogenswinstbelasting met gerichte uitzonderingen voor onbedoeld uitstelgedrag. Op korte termijn moet een carry backregeling voor verliezen worden ingevoerd en is een verruiming nodig van de definitie van start-ups en scale-ups. Meteen daarna zal invoering van een integrale vermogensbelasting een einde moeten maken aan het hybride stelsel van vermogensaanwas- en vermogenswinstbelasting. Ook de resterende spanningen en verschillen tussen de drie boxen zullen moeten worden opgelost, zei hij.
Vastgoedbijtelling
De tweede deskundigenbijeenkomst ging dieper in op de impact van de aanpassing van box 3 op burgers, beleggers en bedrijven, en de gevolgen voor het investeringsklimaat in Nederland. Fiscalist Cor Overduin zei namens Vastgoed Belang dat vastgoed binnen het wetsvoorstel op een andere manier zou moeten worden belast. Hij adviseerde de vastgoedbijtelling te schrappen: een wet die werkelijk rendement belast, moet situaties van leegstand en eigen gebruik niet alsnog belasten alsof er wel rendement is gerealiseerd. Daarnaast wil Vastgoed Belang ruimte geven aan tegenbewijs voor de instapwaarde van verhuurde woningen. Zo’n tegenbewijsregeling is nu niet voorzien. Ten slotte moet er volgens Overduin duidelijkheid komen over de aftrekbare kosten.
Oproep tot niet behandelen
Lucien Burm, voorzitter van de Dutch Startup Association, zei dat de overheid grote risico’s neemt met dit wetsvoorstel. Hij riep de Eerste Kamer op deze wet niet verder te behandelen. Volgens de Dutch Startup Association zijn de gevolgen voor onder andere ondernemerschap en de internationale concurrentiepositie onvoldoende doordacht en neemt de overheid grote risico’s met dit wetsvoorstel. Vermogenswinst zou volgens deze organisatie niet op basis van papieren aanwas moeten worden belast. Een stelsel dat niet-gerealiseerde waardestijging belast, creëert bij illiquide en niet-verhandelbare belangen grote problemen. Daarvan ondervinden vooral startups nadelen en ondermijnt het wetsvoorstel het vertrouwen in het vestigingsklimaat.
Beleggers
Hanneke Kroonenberg, hoofd Kenniscentrum bij Van Lanschot Kempen, lichtte de gevolgen toe voor de belegger. Het perfecte box 3 stelsel bestaat niet, zei ze, het is een politieke keuze. Het wetsvoorstel is na tien jaar discussie in 2025 in de Tweede Kamer aangenomen, maar meteen erna was er discussie over verzachting van de vermogensaanwasbelasting en een ontwikkeling richting vermogenswinstbelasting. Voor beleggers is die onzekerheid funest, investeringen in niet-beurs genoteerde bedrijven zijn tien jaar of langer niet verhandelbaar. Volgens de bank is duidelijkheid en een lange termijnvisie noodzakelijk.
Draagvlak
Strategisch beleidsadviseur Strijker sprak namens werkgeversorganisatie VNO-NCW. Hij pleitte voor een vermogenswinstbelasting in box 3 omdat dit aansluit bij de systematiek van box 1 en 2 waarbij gerealiseerd inkomen wordt belast. Daarnaast zou Nederland met vermogensaanwasbelasting internationaal afwijken en expats het risico lopen dat ze dubbel worden belast. Deze vorm ondermijnt volgens VNO-NCW ook draagvlak: belasting op ongerealiseerde winst kan verkoop van vermogen afdwingen. Op lange termijn zou vermogenswinstbelasting meer vermogensgroei en daarmee meer belastingopbrengst genereren. De discussie zou volgens Strijker moeten gaan om de hoogte van de heffing en minder over de systematiek.
Vragen senatoren
Senatoren vroegen onder meer of de kapitaalvlucht die sommige deskundigen voorspelden is te kwantificeren. Welk systeem zou het beste uitvoerbaar zijn voor zowel klanten als de banken? Wat zou de politiek moeten doen om het maatschappelijke gesprek over box 3 weer op de rails te krijgen? Ook vroegen senatoren of het overslaan van de nu voorliggende tussenstap mogelijk zou zijn, of daarmee weer andere belangen zouden worden geschaad. De commissieleden vroegen verder naar de benodigde minimale aanpassingen aan de belastingheffing in box 3 om de problemen in het belastingstelsel goed op te lossen.



