Hoge Raad: veroordeling voor moord op partner in Rotterdam blijft in stand
Hoge Raad: veroordeling voor moord op partner in Rotterdam blijft in stand
De veroordeling van een verdachte door het hof Den Haag uit april 2025 voor de moord op zijn partner op 22 juli 2022 in Rotterdam blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.
De zaak
Het hof heeft over de feiten het volgende vastgesteld. De verdachte en het slachtoffer hadden in de vroege ochtend van 22 juli 2022 ruzie in hun woning. Toen het slachtoffer de verdachte te kennen gaf dat ze hem uit huis wilde hebben, heeft verdachte haar gezegd dat hij haar ging afmaken/vermoorden, en daarna zichzelf. Hij probeerde vervolgens haar te wurgen en toen dat niet lukte, probeerde hij haar keel door te snijden met een stanleymes. Hij heeft dat zodanig gedaan dat een verwonding van 13 centimeter dwars op de hals werd toegebracht. Het slachtoffer slaagde er echter in verdachtes hand te pakken en deze met het mes erin op het bed te drukken, waarbij het breekmesje van het stanleymes is afgebroken. De verdachte rende toen naar de keuken om een kapmes te halen. Bij terugkomst in de slaapkamer kon hij het slachtoffer niet meer vinden. Nadat de verdachte uit het raam keek, zag hij het slachtoffer bloedend op straat liggen. Het hof heeft uit de bewijsmiddelen afgeleid dat het slachtoffer via het slaapkamerraam op de tweede verdieping aan de verdachte heeft willen ontkomen. Zij is daarbij op het trottoir terecht gekomen en heeft dodelijk letsel opgelopen.
Het hof oordeelde dat de dood van de vrouw redelijkerwijs aan de verdachte toe te rekenen is, dat de verdachte bij zijn handelen om de vrouw te doden met voorbedachte raad heeft gehandeld en dat daarmee sprake is van moord. Het hof legde de verdachte een gevangenisstraf op van zestien jaar.
De verdachte stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Cassatieklachten
De advocaat van de verdachte vroeg de Hoge Raad de veroordeling te vernietigen. In cassatie is geklaagd over de bewezenverklaring van moord, in het bijzonder over het oordeel van het hof dat de verdachte heeft gehandeld met voorbedachte raad.
Advies advocaat-generaal (AG)
De AG adviseerde de Hoge Raad(verwijst naar een andere website) op 25 augustus 2026 de veroordeling in stand te laten.
Uitspraak Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelt dat de cassatieklacht niet slaagt en heeft de klacht zonder inhoudelijke motivering afgedaan omdat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kan leiden en geen juridisch belangrijke nieuwe vragen oproept die moeten worden beantwoord.
Met de uitspraak van de Hoge Raad zijn de veroordeling en de opgelegde gevangenisstraf definitief.
Publicatie op rechtspraak.nl

