Hoge Raad: veroordeling voor onder meer verkrachting van twee minderjarige meisjes in Schiedamse kelderboxen in 2010 blijft in stand
Hoge Raad: veroordeling voor onder meer verkrachting van twee minderjarige meisjes in Schiedamse kelderboxen in 2010 blijft in stand
De veroordeling van een verdachte door het hof Den Haag uit april 2025 voor de verkrachting van twee minderjarige meisjes en voor de poging tot aanranding van een derde minderjarig meisje in kelderboxen in Schiedam in 2010 blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.
De zaak
Het hof heeft het volgende vastgesteld. De verkrachtingen van een (toen) 13-jarig en een 15-jarig meisje vonden plaats in 2010, binnen een periode van drie weken. Een man volgde de meisjes op de fiets naar hun flat en is mee naar binnen gegaan naar de (afgesloten) ruimte waar zich de kelderboxen van hun flats bevonden. Hier heeft hij de meisjes hun kelderboxen in gedwongen en onder bedreiging met een mes verkracht en andere seksuele handelingen met hen verricht. Ook een ander (toen) 15-jarig meisje werd op dezelfde dag als een van de verkrachtingen door de verdachte achtervolgd tot in de kelderbox van haar flat, maar zij wist te ontsnappen.
Ondanks uitvoerig onderzoek werd in 2010 en de jaren daarna geen verdachte gevonden. In 2020 werd het onderzoek overgedragen aan een cold case-team. Met nieuwe beeldtechnieken werd een hologram van de dader gemaakt dat werd getoond in de media en publieke ruimten. Hierdoor kwamen er honderden tips binnen, waaronder een tip van een voormalige collega die de verdachte meende te herkennen. Vervolgens werden ongeveer honderd mannen – onder wie de verdachte – benaderd voor een vrijwillige afname van DNA-materiaal. Uit dit onderzoek bleek dat het DNA van de verdachte overeenkwam met het DNA uit sporenmateriaal dat eerder bij de meisjes was veiliggesteld.
Het gerechtshof oordeelde in april 2025 op basis van de uitkomsten van het DNA-onderzoek, de overeenkomende werkwijze van de verdachte in de drie zaken en de opgegeven signalementen dat de verdachte degene is geweest die de twee verkrachtingen en de poging tot aanranding heeft gepleegd. Het hof legde voor deze drie feiten een gevangenisstraf op van zeven jaar. De verdachte stelde tegen de uitspraak van het hof beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Cassatieklachten
De advocaat van de verdachte vroeg de Hoge Raad de veroordeling te vernietigen. In cassatie zijn vier klachten naar voren gebracht. Er is onder meer geklaagd dat het hof niet (volledig) heeft gerespondeerd op het standpunt van de verdediging dat er onvoldoende bewijs is voor de twee verkrachtingen en voor de poging tot aanranding.
Conclusie advocaat-generaal (AG)
De AG vond dat de cassatieklachten niet slagen. De AG adviseerde de Hoge Raad(verwijst naar een andere website) de veroordeling van de verdachte en de opgelegde gevangenisstraf in stand te laten.
Oordeel Hoge Raad
Met verwijzing naar de conclusie van de AG oordeelt de Hoge Raad dat de cassatieklachten niet slagen en heeft de klachten zonder inhoudelijke motivering afgedaan omdat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kunnen leiden en geen juridisch belangrijke nieuwe vragen oproepen die moeten worden beantwoord.
Met de uitspraak van de Hoge Raad zijn de veroordeling en de opgelegde gevangenisstraf definitief.

