Toespraken Installatiezitting ARUBA 16 September 2022

Toespraak waarnemend Procureur-generaal (wnd. PG) mr. Patrick van der Biezen ter
gelegenheid van de buitengewone zitting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie ter
gelegenheid van de installatie van mrs. T.A.M. Tijhuis, W.C.E. Winfield en J.A. van
Voorthuizen en tot de herinstallatie van mrs. A.J. Martijn en U.I.D. Luydens, tot leden van het
Gemeenschappelijk Hof.
Noord, 16 september 2022
Excellenties,
De Gouverneur,
De Minister-President
De minister van Justitie,
De voorzitter van de Staten
Militaire, consulaire en burgerlijke autoriteiten,
Leden van de Balie en het Notariaat
Collega’s en medewerkers van het Gerecht en het Parket,
dames en heren,
Bon tardi,
Het is voor mij een eer en een waar genoegen om de zojuist geïnstalleerde rechters mevrouw
Tijhuis, de heer Winfield en de heer Van Voorthuizen te mogen feliciteren met hun installatie.
Voor rechters mevrouw Martijn en mevrouw Luydens geldt dat zij als reeds in het verleden
geïnstalleerde leden van het Hof, vandaag wederom geïnstalleerd zijn maar dan als vanuit
Curaçao permanent naar Aruba overgeplaatste leden van het Hof. Dit laatste maakt deze
buitengewone zitting van het Gemeenschappelijk Hof extra feestelijk. Aruba krijgt niet één, maar
twee Arubaanse rechters erbij. Señora Martijn y señora Luydens, bon bini bek na cas y masha
pabien!
Een installatiezitting of presentatiezitting is voor alle betrokkenen een feestelijke gelegenheid.
Het is gebruikelijk bij gelegenheid van zo’n feestelijke zitting dat de PG iets zegt over een
onderwerp dat voor het openbaar ministerie van belang is.
Vandaag wil ik – net als de president van het Hof, en dat is niet helemaal toevallig – iets zeggen
over de pers en de media.
Naast de wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht uit de Trias Politica van
Montesquieu, wordt de pers ook wel als de vierde macht aangeduid. Het Europees Hof voor de
Rechten van de Mens (EHRM) heeft de pers dikwijls een “publieke waakhond” genoemd. De
pers speelt zonder meer een cruciale rol in onze democratische samenleving. Zij heeft tot taak
om maatschappelijke misstanden aan te kaarten. Verder is het de pers die ervoor moet zorgen dat
de samenleving juiste en betrouwbare informatie ontvangt. De rol van communicatiekanaal geeft
de pers dus een machtige sluisfunctie.
Het openbaar ministerie is zich zeer goed bewust van de belangrijke rol die de pers heeft. Door
misstanden aan het daglicht te brengen, levert de pers een belangrijke bijdrage aan een veilige en
rechtvaardige samenleving.
Ook het openbaar ministerie, samen met de politie en andere opsporingsinstanties, heeft de
verantwoordelijkheid om een effectieve bijdrage te leveren aan een veilige en rechtvaardige
samenleving. Om dit waar te kunnen maken dienen onze interventies zichtbaar, merkbaar en
herkenbaar te zijn voor slachtoffers, daders en hun omgeving. Het openbaar ministerie, de politie
en andere opsporingsinstanties moeten daarbij open zijn over hun afwegingen. Het uitgangspunt
van het openbaar ministerie, de politie en andere opsporingsinstanties is dat wij actief en gericht
voorlichting aan de samenleving geven. De samenleving heeft immers recht op juiste en tijdige
informatie over het werk van het openbaar ministerie in het algemeen en over de ontwikkelingen
in concrete (opsporings)onderzoeken en strafzaken in het bijzonder.
Regelmatig wordt door het openbaar ministerie op facebook of op de website gepubliceerd welke
onderzoeken wij aan het doen zijn. Ook informeren wij via die kanalen het publiek of in het
kader van die onderzoeken verdachten zijn aangehouden dan wel doorzoekingen zijn verricht.
Het openbaar ministerie streeft naar een integere, objectieve, onpartijdige en zo volledig
mogelijke informatieverstrekking aan het publiek. Daarbij geldt als uitgangspunt dat aan alle
media een gelijke kans wordt geboden tegelijkertijd over dezelfde informatie te beschikken.
Bij voorlichting over (opsporings)onderzoeken en strafzaken is het van groot belang dat de juiste
balans wordt gevonden tussen openheid en transparantie enerzijds en de belangen van een
eerlijke procesgang, het opsporingsbelang en de privacy van betrokkenen anderzijds. Het
openbaar ministerie heeft ook de opdracht om toe te zien op het waarborgen van die belangen,
waarbij de rollen van de rechter en de advocaat worden gerespecteerd. Dit betekent dan ook dat
in ieder geval een belangenafweging dient te worden gemaakt tussen enerzijds openheid en
transparantie en anderzijds het onderzoeksbelang. Het uitgangspunt hierbij is: transparantie
wanneer het mogelijk is en terughoudendheid wanneer het nodig is.
Bij de opsporing en vervolging van strafbare feiten en verdachten is de waarheidsvinding de
primaire taak en het uiteindelijke doel. Het verstrekken van informatie aan de media kan het
onderzoek naar de ware toedracht schaden, daarom kan het onderzoeksbelang een reden zijn om
bepaalde informatie gedurende een bepaalde periode niet of niet volledig openbaar te maken.
Als publieke waakhond, in het bezit van de machtige sluisfunctie zoals eerder aangehaald, draagt
de pers een autonome en ook zware verantwoordelijkheid over wat voor soort informatie zij aan
het publiek verstrekken en hoe zij dat doen.
Criminaliteit in het algemeen is een onderwerp waarover graag wordt geschreven en
gepubliceerd. En het publiek leest ook graag over criminaliteit. In het huidige tijdperk wordt niet
veel meer geschreven, maar worden eerder video’s en foto’s gemaakt. Beelden die het publiek
graag en veel tot zich neemt. Hoe verhoudt dit zich echter tot de onschuldpresumptie? Ligt trial
by media dan niet op de loer? En hoe zit het met de belangen van slachtoffers en/of
nabestaanden? En de belangen van hulpverleners of handhavers wiens beelden en uitspraken
ongevraagd via social media en het internet verspreid worden?
Allemaal vragen om bij stil te staan, maar vandaag is niet de gelegenheid om dat te doen. Wel
wil ik, namens het openbaar ministerie, het volgende meegeven. Onschuldpresumptie is een
norm primair bedoeld voor de autoriteiten, in het bijzonder voor de officier van justitie en
uiteraard de rechter. Ik meen echter dat de pers en media ook hun verantwoordelijkheid hierin
mogen en kunnen nemen en dus uiterst behoedzaam behoren om te gaan met hun “macht”.
Respect voor de medemens siert ons allemaal, tenslotte.
Mijnheer de president, dank u voor het woord en u allen dank voor uw aandacht.

Share this page to Telegram

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers like this: