VONNIS Hogere celstraf voor tussenpersoon liquidatie Penstraat

Hogere celstraf voor tussenpersoon liquidatie Penstraat

Willemstad – Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft vandaag de 39-jarige man
S.M.A. C uit Curaçao in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 jaar voor
zijn essentiële rol als tussenpersoon in het slagen van de liquidatie aan de Penstraat op 5
februari 2017. In eerste aanleg kreeg de man 16 jaar opgelegd. De opdrachtgever, de 70-jarige
R.R. R. uit Curaçao, kreeg, net als in eerste aanleg, 18 jaar gevangenisstraf opgelegd en een
derde verdachte, de 22-jarige M.M. V. uit de Dominicaanse Republiek, kreeg voor zijn
aandeel 8 jaar cel in plaats van de aan hem opgelegde 16 jaar in eerste aanleg.
De schutter, de 27-jarige S.J.E. M. uit Curaçao, kreeg eerder al 18 jaar gevangenisstraf
opgelegd, maar ging – ondanks zijn ontkenning te hebben geschoten – daartegen niet in
hoger beroep. Wel werd hij door het Hof ter terechtzitting als getuige gehoord in de zaak van
de anderen.
De 40-jarige G.H. N werd op 5 februari 2017 op klaarlichte dag in zijn woning aan de Penstraat
doodgeschoten. Twee mannen drongen zijn woning binnen en vrijwel onmiddellijk werd hij in
zijn slaapkamer doodgeschoten. Het Hof acht bewezen dat sprake was van een pure liquidatie.
De opdracht daartoe kwam van R.R. R.. Hij heeft S.M.A. C. benaderd om twee mannen bereid te
vinden deze klus te klaren. Voorts werd C. door R. gevraagd een rol te spelen bij de betaling
zodra het werk zou zijn gedaan in ruil voor een deel van het uit te betalen geldbedrag. C. heeft
hieraan gehoor gegeven en S.J.E. M. een aantal dagen voor de liquidatie benaderd. M. heeft
deze klus aanvaard en de verdachte M.M. V. erbij betrokken. Tegen V. was door M. echter
gezegd dat het om een ripdeal zou gaan. Voor V. was het dus een verrassing dat, toen hij de
bewoners in de woonkamer onder schot hield, M. door rende naar de slaapkamer om het
slachtoffer te liquideren. Daarom acht het Hof voor hem geen moord, maar medeplegen
doodslag bewezen. M. had immers wel rekening moeten houden met het feit dat door zijn
mededader geschoten zou kunnen worden. Hij wist immers dat ook hij gewapend was. Dat het
Hof tot doodslag en geen moord komt voor V. verklaart de veel lagere straf dan de straf die hij
in eerste aanleg heeft gekregen.
Het Hof is echter met eenparigheid van stemmen van oordeel dat C. als tussenpersoon een
hogere straf verdient dan in eerste aanleg aan hem is opgelegd. Het Hof overwoog in dit
verband dat C. de anderen tot in detail in de gelegenheid heeft gesteld het feit te kunnen
plegen. Hij overhandigde de vuurwapens, een vluchtauto, kleding, de brandstof om de
vluchtauto naderhand in brand te steken en verschafte voorafgaand aan de schietpartij
relevante informatie over waar de slaapkamer van het slachtoffer zich bevond in de woning.
Tevens had hij zijn stiefzoon laten nagaan of het slachtoffer thuis was die bewuste middag. Na
afloop haalde hij M. en V. op, bracht hen naar een veilig onderkomen, knipte hij de haren van V.
en fungeerde hij als tussenpersoon bij de betaling de volgende dag door R.. Hij betaalde hen
USD 12.000,00 voor de moord.
Het Hof overweegt ook nog dat de opdrachtgever R. als uitlokker een hogere straf verdient dan
18 jaar, maar dat zijn relatief hoge leeftijd meebrengt dat de straf tot 18 jaar moet worden
gematigd.
De verdachten en het openbaar ministerie hebben 14 dagen de tijd om beroep in cassatie bij de
Hoge Raad in Nederland in te stellen.

 

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Contact us



Connecting...
created by TelegramWordpress.com
error: Content is protected !!
%d bloggers like this: