KIKO TA PASANDO

E uniko kaminda ku bo ta haña tur informashon kompletamente gratis. Klik anto lesa. Manda tur loke bo ke pa wordu publika i invitashon pa kubri rueda di prensa na e Email: kikotapasando@outlook.com

NOTISIA POLISIAL

Toespraken installatiezitting Sint Maarten

Toespraken voor de installatiezitting die vandaag om 16:00 uur plaatsvindt in het Courthouse te Sint Maarten.

–           Toespraak van mr. Mauritsz de Kort, President van het Gemeenschappelijk Hof

–           Toespraak van mr. Guillano Schoop, Procureur-Generaal van het Openbaar Ministerie

–           Toespraak van mr. Caroline van Hees, Deken van de Orde van Advocaten

 

Your Excellencies:
Your Excellency Governor of Sint Maarten, Mr. Baly,
Your Excellency, Prime Minister, Mr. Mercelina,
Your Excellency, Justice Minister, Mr. Lewis,
Your excellency, Finance Minister, Ms. Gumbs,
Madam President of the Parliament of Sint Maarten, Mrs.
Wescot-Williams,
Your Excellency Minster for Digitalisation & Kingdom
Relations, Mr. Szabo
Your Honorable, the Attorney General, Mr. Schoop,
Your Honorable, The Head Prosecutor, Mrs. Buist,
Your Honorable, Deputy Member of the Constitutional Court
of Sint Maarten, Mrs. Arduin,
Your Honorable, President of the Social and Economic Council,
Mr. Doran,
Your Honorable, President of the Integrity Chamber, Mr.
Bergman,
Dean of the Bar Association of Sint Maarten, Mrs. Van Hees,
(Please allow me to continue in Dutch)
Waarde collega’s van het Hof, de beheerraad, advocaten,
deurwaarders, notarissen, genodigden – en in het bijzonder
de familieleden en vrienden van Brenda Martinez-Hammer
en Ronald van Vuure.
Van harte welkom bij deze bijzondere zitting van het Hof.
Ik geef het woord aan de Procureur-Generaal voor zijn
requisitoir.
[…]
Het woord is nu aan de griffier voor een voordracht uit het
Koninklijke Besluit.
[…]
Ik verleen akte van de voorlezing. Hiermee is de installatie
van mr. Brenda Martinez-Hammer een feit. Van deze
gelegenheid wordt tevens gebruik gemaakt om mr. Van
Vuure aan u voor te stellen. Hij is eerder al op Curacao
geïnstalleerd. Hij is immers al eerder op Curaçao
geïnstalleerd.
Ik stel deze collega ´s graag aan u voor.
Brenda Martinez-Hammer is getrouwd en moeder van twee
kinderen. Ze studeerde Nederlands Recht aan de Erasmus
Universiteit Rotterdam en volgde haar raio-opleiding bij de
Rechtbank Den Haag en deed daar ook brede ervaring in
verschillende rechtsgebieden. Niet alleen als Bestuurs- en
Strafrechter, maar ook op het gebied van zorgrecht en het
jeugdrecht. Ze is zeer betrokken bij kinderrechten en is
bovendien gecertificeerd opleider voor rechters in
opleiding. Daarnaast heeft Brenda ervaring als persrechter en
als gastdocent aan de Universiteit Leiden. Sportief en
liefhebber van Frankrijk – wat ook goed uitkomt aangezien
haar man Julien een Fransman is– kan ze op Sint Maarten
blijven genieten van haar passies. Haar eerste indruk van ons
Hof is dat iedereen zeer betrokken en verbonden met elkaar
is. Ze werd warm ontvangen door haar directe collega’s op
Sint Maarten, met zelfs een ontvangstcomité op het
vliegveld. Brenda en echtgenoot Julien zijn met hun twee
zoons, Jevan (16) en Javier (10), naar Sint Maarten verhuisd
en genieten volop van alle nieuwe ervaringen en de
schoonheid van het eiland. Brenda is werkzaam zowel als
rechter-commissaris in strafzaken als bestuursrechter.
Ronald (voluit Ronald Marcel) van Vuure werd geboren in
Heiloo en studeerde in 1989 af in de Rechtsgeleerdheid aan
de Vrije Universiteit Amsterdam. Na een korte loopbaan als
ambtenaar op het ministerie van Justitie voltooide hij de raioopleiding en werkte als officier van justitie in Zwolle én op
Aruba. Hij kent het Hof en de Caribische eilanden dus heel
goed. In 2004 keerde hij terug naar Nederland en werkte nog
6 jaar als Officier van Justitie. In 2010 werd hij Strafrechter in
Leeuwarden en later ook Bestuursrechter en rechtercommissaris bij de Rechtbank Overijssel. Ook is hij
persrechter en praktijkopleider. Twee jaar geleden vertelde
Ronald in een interview voor ons jaarverslag dat hij zich als
rechter-commissaris soms op afstand voelde en ernaar
verlangde om zijn collega’s beter te leren kennen. Inmiddels
is daar verandering in gekomen. Na zijn werk als rechtercommissaris in strafzaken op Curaçao, is hij in februari 2024
met zijn vrouw Diana verhuisd naar Sint Maarten, waar hij nu
actief is als strafrechter. Deze nieuwe stap heeft hem niet
alleen professioneel uitgedaagd, maar hem ook dichter bij
zijn collega’s en de gemeenschap gebracht. Helaas vertrekt
Ronald in de zomer van 2025 terug naar Nederland.
Beste Brenda en Ronald, nogmaals van harte welkom bij the
Courthouse. Van harte gefeliciteerd en veel succes en
werkplezier toegewenst op The Friendly Island! Ook alle
familieleden en vrienden: van harte gefeliciteerd en welkom!
Your Excellencies, Ladies and gentlemen,
Dames en heren,
In deze zitting zie ik mensen met heel diverse achtergronden
bij elkaar.
Dit Hof dient de samenlevingen van zes Caribische eilanden
binnen het Koninkrijk.
En daarmee is het Hof, zoals ik eerder heb gezegd, zélf ook
een koninkrijk in miniverband.
We ervaren elke dag de voordelen en de kansen van de
samenwerking binnen dit Koninkrijksverband.
En we ervaren – in alle eerlijkheid – ook de onderlinge
verschillen, zoals de disbalansen, en de dilemma’s die het
ons soms oplevert.
Dat hoort erbij, als je met elkaar, en vóór elkaar werkt.
Deze innige samenwerking zorgt er ook voor dat we elkaar
scherp kunnen en moeten houden.
Want we hebben elkaar allemaal nodig om samen de
rechtsorde, de rechtsstaat en de rechtsbescherming op ál
onze eilanden – in al onze landen – hoog te houden.
Wat Sint Maarten op rechtsgebied uniek maakt binnen het
Koninkrijk, is bijvoorbeeld het eigen Constitutionele Hof: een
speciaal Hof dat wet- en regelgeving toetst aan de
Staatsregeling.
De Nederlandse regering is voornemens om ook
constitutionele toetsing in te voeren.
Nederland kan in dat proces dus leren van de praktijk hier op
Sint Maarten.
Op andere punten kan Sint Maarten weer leren van andere
Koninkrijkslanden.
Zoals u weet inventariseert dit Hof regelmatig welke
wetgeving in onze landen een aanpassing of update kan
gebruiken.
Een van de punten waarover ik al eerder mijn zorg heb
uitgesproken, is het ontbreken van een
Deurwaarderslandsverordening.
In essentie hebben deurwaarders op Sint Maarten al sinds 10
oktober 2010 geen goede rechtspositie meer, als enige land
binnen ons Koninkrijk.
Gelukkig werkt de regering al even aan een Bailiff’s
Ordinance. Door diverse omstandigheden duurt dit proces
iets langer dan iedereen had gehoopt.
Maar ik hoop uiteraard op een spoedige behandeling en
goedkeuring in de Staten.
Zodat de rechtsbescherming van zowel de inwoners als de
deurwaarders van Sint Maarten zelf snel beter gewaarborgd
kan worden. Want de rechtspraak doen wij niet alleen als
Hof, maar ook tezamen met de deurwaarders.
Wij weten allemaal dat wetten en regels niet meer zijn dan
letters op papier, als ze niet levend gehouden worden in ons
gedrag.
Dat geldt niet alleen voor deurwaarders, maar voor iedereen
die in de rechtspleging een rol heeft: advocaten, rechters,
juridisch en administratief ondersteunend personeel,
notarissen et cetera.
Het is daarom belangrijk voor onze professionaliteit als
collega’s binnen het justitieel domein om ons werk te doen
aan de hand van duidelijke en herkenbare criteria.
Daarvoor volgen we opleidingen, laten we ons bijscholen en
kunnen anderen zien of we aan de vereisten voldoen om op
te kunnen treden als advocaat of rechter, deurwaarder,
notaris officier en ook andere functies binnen het justitieel
domein.
In dat opzicht valt het op dat er voor deurwaarders op alle
Caribische eilanden binnen het Koninkrijk geen wettelijke
opleidingseisencriteria voor geschiktheid gelden.
Er zijn ook geen verplichte opleidingscriteria die als
voorwaarde kunnen gelden voor de toelating van aspirantdeurwaarders.
Deze situatie geldt dus niet alleen op Sint Maarten
(daargelaten dat Sint Maarten ook niet eens een
deurwaarderslandverordening heeft).
Het gebrek aan opleidingseisen criteria geldt ook op Aruba en
Curaçao.
Deze landen hebben weliswaar een eigen
deurwaarderslandsverordening, maar zonder wettelijke eisen
aan professionaliteit en opleiding.
En het geldt net zo goed op Bonaire, Sint Eustatius en Saba,
waar de Nederlandse BES-wetgeving ook niet voorziet in
deze criteria.
Om die reden heeft dit Hof alle vier de Justitieministers
binnen het Koninkrijk gevraagd om deze criteria te gaan
vastleggen.
Zodat iedereen straks duidelijke antwoorden heeft op vragen
als; wanneer wordt je precies als (aspirant-)deurwaarder
toegelaten?
Aan welke eisen moet je voldoen, als het gaat om
permanente educatie en bijscholing?
Want nu ben je als deurwaarder zelf verantwoordelijk voor
de keuzes die je hierin maakt en is er niemand die jou kan
inschatten of beoordelen aan de hand van objectieve criteria.
De kwaliteit van je werk kan dus alleen op incidentele,
subjectieve basis worden ingeschat.
Dat is zonde en het is ontzettend jammer door de
scheefgroei die dan kan gaan ontstaan.
Laat ik hiervan een voorbeeld noemen:
Zonder duidelijke criteria loopt je het gevaar dat sommige
deurwaarders alleen maar gevraagd worden
voor ‘lichtere’ zaken en andere alleen maar voor de ‘grotere’,
lastige zaken die voorbijkomen.
Puur en alleen omdat er teveel ongelijkheid is ontstaan op
het gebied van borging van de professionaliteit.
Zonder een duidelijke standaard groeit ongelijkheid en dat
remt de ontwikkeling van professionals.
En het schaadt bovendien de professionele reputatie van het
vak.
Als we daar binnen het Koninkrijk dus een gezamenlijke,
heldere lijn in gaan hanteren, komt dat de kwaliteit van uw
en ons werk elke dag ten goede.
Ik vergelijk het graag met mijn collega’s bij het Hof.
Wij vragen Hofmedewerkers om op het gebied van scholing
punten te halen door het volgen van opleidingen, cursussen
of trainingen via onze eigen Hof Academy.
Op die manier geven we onze eigen mensen de kansen waar
ze recht op hebben en vragen we hen tegelijk om zich te
blijven ontwikkelen en professionaliseren.
En zo werken we ook aan het verbeteren van de service en
de rechtsbescherming die de inwoners van onze eilanden
verdienen.
We versterken daarmee onze gezamenlijke democratische
rechtsorde, stapje voor stapje.
Wat voor medewerkers van het Hof geldt, is ook van
toepassing op andere beroepen in ons werkveld.
Ook van een deurwaarder mag je verwachten dat hij of zij de
executies en betekeningen goed zal doen.
Dat hij of zij vakontwikkelingen bijhoudt en zich qua
professionaliteit en vakbekwaamheid kan meten met alle
collega’s binnen het Koninkrijk.
Op Sint Maarten kunnen advocaten gelukkig al jaren terecht
voor scholing en ontwikkeling bij de Stichting
Beroepsopleidingen Advocatuur, wel met dien verstande dat
dit op dit moment op eigen initiatief en geheel vrijwillig
gebeurd, hoe dan ook, Ik zie daar een mooie kans voor
uitbreiding en verbreding.
Wat te denken van een eigen Stichting Beroepsopleidingen
Rechtspraktijk, waar ook notarissen, deurwaarders en
misschien zelfs makelaars bij terecht kunnen.
Daarmee versterkt de sector zélf de kwaliteit in de volle
breedte van het juridische werkveld. Zeker gelet op onze
kleinschaligheid, is samenwerking op het gebied van
opleiding bijna vanzelfsprekend.
Wellicht kunt u zich hierbij laten inspireren door onze
collega’s uit Suriname.
Daar functioneert het zogenaamde Centrum voor
Democratie en Rechtspleging (CDR) al jaren als brede
aanbieder van opleidingen voor praktijkjuristen.
Dit is misschien een verre toekomstbeeld, maar toch wil ik dit
ideaal delen; dat in elk van de landen een eigen, vergelijkbaar
instituut hebben, ter versteviging van de professionaliteit,
kwaliteit en betrouwbaarheid van alle functies in de
rechtspraktijk.
Als partner in de justitieketen denkt het Hof daarin graag met
u mee. En wellicht is het ook voor de Sint Maarten Bar
Association een goede kans om met de andere
beroepsgroepen een grotere bijdrage te leveren aan een
goed georganiseerde, zelfbewuste en integere rechtspraktijk.
Ik dank U voor de aandacht.
Dit gezegd hebbende, geef ik het woord aan de Procureur
Generaal.
[…]
Het woord is nu aan de Deken van de Orde van Advocaten
van Sint Maarten, mw. Van Hees.
[…]
Tenslotte is het woord aan mr. Martinez-Hammer.
[…]
Daarmee komen we aan het einde van deze zitting.
Nog een huishoudelijke mededeling:
Zodra ik de zitting sluit, verzoek ik u te blijven zitten totdat de
rechters en de griffier de zaal hebben verlaten.
Daarna bent u van harte welkom op het erf bij het annex
gebouw, waar u mrs. Marinez-Hammer en van Vuure in
persoon kunt verwelkomen. Tevens kunt u van de
gelegenheid gebruik maken om onze jubilarissen mw.
Jacqueline Evers en mw. Sharon Simmons te feliciteren

 


 

Installatiezitting 13 november 2024
Locatie: Court House,
Philipsburg, Sint Maarten
Toespraak: Guillano Schoop, PG OM Carib
Thema: Onderwijs
Requisitoir
Dank u wel mijnheer de Voorzitter,
Ik heb de eer en het genoegen vanmiddag te mogen rekwireren tot
de installatie van:
– mevrouw mr. Hammer;
tot lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba,
Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
verzoek u akte van mijn requisitoir.
Dank u.
Voordracht
Zoals men dat heel mooi in het Engels uitdrukt, ‘as protocol has
already been established’, zal ik thans volstaan met:
Excellenties, andere hoogwaardigheidsbekleders, zeer geachte
aanwezigen, goedemiddag.
Een kleine maand terug, om precies te zijn op 17 en 18 oktober
respectievelijk, verschenen er in het Antilliaans Dagblad en op de
website van Curacao.nu twee artikelen die relateren over een
onderzoek dat onlangs op Sint Maarten is gehouden om het niveau
van het onderwijs op de basisscholen te bepalen. Het artikel in het
Antilliaans Dagblad kopte: Niveau leerlingen Sint Maarten kan beter;
het artikel op Curacao.nu was getiteld: Veel basisschoolleerlingen
Sint Maarten onder niveau.
De twee titels spreken voor zich. Uit het onderzoek dat namens de
overheid van Sint Maarten uitgevoerd is door het National
Recovery Program Bureau in samenwerking met het Ministerie
van Onderwijs, Cultuur, Jeugd en Sport, is gebleken dat de lees- en
rekenvaardigheden van basisschoolleerlingen op Sint-Maarten
beneden het gewenste niveau zijn. Een deel van het onderzoek
werd verricht onder de leerlingen van groep drie (First Grade), dus
jongens en meisjes tussen de 6 en 8 jaar, op 17 basisscholen in Sint
Maarten.
De testen die afgenomen zijn, hebben zich gericht op
basisvaardigheden in rekenen, zoals optellen, aftrekken en
probleemoplossing, terwijl de zogeheten EGRA-testen gericht
waren op letter- en woordherkenning, leesbegrip en het begrijpen
van klanken.
In het artikel op de pagina van Curacao.nu is onder meer het
volgende terug te lezen:
‘Uit de resultaten (van het onderzoek red.) bleek dat veel leerlingen
(in de derde groep van de basisschool red.) onder de
beheersingsdrempel presteren. Slechts zes procent van de
leerlingen behaalde beheersing in vloeiend hardop lezen, terwijl de
norm op vijftig procent ligt. Daarnaast bereikte elf procent het
beheersingsniveau in rekenen, vergeleken met de norm van 56
procent’.
Dit betekent dat 1 op de 9 leerlingen het gewenste rekenniveau
heeft en 1 op de 17 leerlingen het gewenste leesniveau heeft. Dit is
op z’n minst gezegd: zorgwekkend.
Het is dan ook meer dan logisch en terecht dat de huidige Minister
van Onderwijs, Cultuur, Jeugd en Sport meteen heeft aangegeven,
dat de overheid de gegevens van het onderzoek zal gebruiken om
de toekomst van het basisonderwijs vorm te geven.
Er is daarbij haast geboden.
Als er niet snel wat gedaan wordt, zal een grote groep leerlingen
het eind van de rit niet halen. Het is een gegeven en een feit van
algemeen bekendheid, dat zelfs personen die een diploma op zak
hebben, soms moeilijk aan een baan komen, laat staan personen die
buiten de boot zijn gevallen, de zogeheten ‘drop-outs’.
De werkloosheid die zal ontstaan (lees: toenemen) als er in het
onderwijs niet snel actie wordt ondernomen, zal niet alleen gaan
drukken op ’s Lands kas i.v.m. bijvoorbeeld meer
bijstandsuitkeringen die uitbetaald moeten worden, maar ook
i.v.m. hogere uitgaven aan en voor politie, het gevangeniswezen
en de magistratuur, nu toenemende werkloosheid ook een
toename van de criminaliteit met zich mee zal brengen.
De beste preventie tegen criminaliteit, is onderwijs. Onderwijs is
de sleutel voor de ontwikkeling van een kind én van een
samenleving. Een kind dat goed onderwijs krijgt, krijgt kansen
voor de toekomst. Zoals het ook staat geschreven in artikel 28 van
het Verdrag voor de Rechten van het Kind: een kind heeft recht op
onderwijs. En niet zomaar onderwijs. Gedegen onderwijs.
In een samenleving die eist dat alles steeds sneller gaat, een
maatschappij waar morgen alweer tot gisteren behoort en waarin
‘immediate gratification’ voorop staat; een maatschappij van
‘fastfood’, ‘instant noodles’ en waarin alles sneller moet, als het
gaat om de ontwikkeling van onze jeugdigen, onze jongeren, dan
is daar geen snelle oplossing voor: …. It will take time.
Een probleem wat over generaties is ontstaan, zal niet binnen een
regeerperiode van vier jaren opgelost kunnen worden. Hier zal een
aantal generaties en regeringen over heen moeten gaan om
resultaat te zien. En wachten op resultaat, dat is de uitdaging. Een
uitdaging die wij, als maatschappij, als overheid, als Hof en als
OM, niet uit de weg moeten gaan. Maar hoe gaan wij dat doen?
Hoe zorgen wij ervoor dat onze toekomstige samenleving veiliger
wordt en hoe voorkomen we dat we vooral jongeren in de
rechtszaal tegenkomen?
Door nu, per direct, te beginnen met investeren in de jeugd. Het
kind moet centraal komen te staan. Het gaat daarbij niet alleen om
onderwijs. Het moet gaan om het opvoeden en vormen van een
kind. Dat betekent dat naast goed onderwijs ook naar de
gezinssituatie gekeken moet worden. Er moet zorg worden
gedragen voor sociaal economische stabiliteit en sociale zekerheid.
Het is dus niet alleen investeren in stoelen, banken en computers.
Het is ook investeren in menselijk kapitaal, waarvan de rijkdom
zich niet in drie of vier jaar uitbetaalt. Dit is een lange termijn
investering.
Het bestuur moet beseffen dat het vandaag investeren in menselijk
kapitaal, er niet voor gaat zorgen dat het meer stemmen gaat
behalen bij de volgende verkiezing, omdat de resultaten na vier
jaar nog niet te zien zullen zijn. Het gaat er wel voor zorgen dat op
lange termijn je gemeenschap gaat bestaan uit adequaat opgeleide
personen, die ieder in hun eigen kracht op hun benen kunnen staan
en samen weer de gemeenschap gaan vormen welke nodig is.
Maar hier is niet alleen de overheid voor verantwoordelijk. Het is
een gedeelde verantwoordelijkheid. Wij allen maken onderdeel uit
van de maatschappij. Wij met z’n allen hebben een rol te vervullen.
Wij als gemeenschap, voeden kinderen op. Wij als gemeenschap
begeleiden de jongeren. Wij als gemeenschap nemen de jeugd in
bescherming. Het is niet voor niets dat men zegt: ‘it takes a village
to raise a child’.
Tot slot.
Gedegen onderwijs is niet alleen van belang ter voorkoming van
criminaliteit onder de jeugd. Het zijn de jongeren die nu in de
schoolbanken zitten, die straks de hoeders van de rechtstaat
moeten worden en dit land moeten gaan leiden.
We zijn als Openbaar Ministerie, en ik meen in deze ook namens
het Hof te mogen spreken, blij en dankbaar dat we uitgezonden
rechters en officieren van justitie hebben, die bereid zijn om
tijdelijk afstand te nemen van hun vertrouwde omgeving om in het
Caribisch deel van het Koninkrijk aan de slag te gaan als
magistraten. Maar hoe mooi zou het toch zijn om ook lokale
rechters te mogen installeren of Sint Maartense officieren van
justitie te mogen voorstellen aan de gemeenschap… Echte ‘sons
and daughters of the soil’ die verantwoordelijk zullen zijn voor de
rechtspleging hier in Sint Maarten.
Het is al weer bijna 10 jaar terug dat de voormalig Procureurgeneraal van Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint
Eustatius en Saba, mr. Guus Schram (vandaag hier aanwezig),
tijdens een installatiezitting als deze, met gepaste trots mevrouw
mr. Altagracia Martis aan de gemeenschap voorstelde. Zij doorliep
als eerste de interne opleiding tot officier van justitie en heeft
daarmee de weg vrijgemaakt voor andere Curaçaose en Sint
Maartense juristen die hetzelfde opleidingstraject hebben gevolgd,
dan wel op dit moment volgen.
Ik hoop en heb er alle vertrouwen in, dat het Openbaar Ministerie
bij de eerstvolgende installatiezitting die hier in Sint Maarten zal
plaatsvinden, een in Sint Maarten geboren en getogen officier van
justitie aan u kan voorstellen. Verder spreek ik de hoop uit, dat
daadwerkelijk geïnvesteerd gaat worden in het onderwijs, opdat
we in de toekomst meerdere Sint Maartense jongeren zullen
hebben die een magistratelijke functie bij het Gemeenschappelijk
Hof van Justitie of het Openbaar Ministerie Carib ambiëren en ook
kúnnen gaan bekleden. I plea to you all: … Please, let’s start today.
Mijnheer de voorzitter,
Rest mij nog om mevrouw mr. Hammer van harte te feliciteren met
haar installatie tot lid van het Hof en ik wens zowel mevrouw mr.
Hammer, als de heer mr. van Vuure, veel wijsheid en geduld, maar
vooral ook plezier toe in uw werk.
President, geachte aanwezigen… Dank voor u aandacht

 


 

Protocol having been established, Good afternoon, ladies and gentlemen.
Let me begin by extending a warm welcome to Judge Brenda Hammer,
who recently joined our legal community on Sint Maarten. Judge Hammer
comes to us from The Hague, accompanied by her husband and two sons.
It is my understanding that her husband is French, which makes her a
perfect match for this island because she already knows how to share a
place with the French. Although she has only been here for a few months
now, because of her active lifestyle I am quite sure that she discovered a
lot of the beauty this island has to offer. I am confident that she will find
her tenure here both fulfilling and rewarding. Already, I have heard nothing
but positive accounts about her professionalism and commitment and I
am sure she will contribute significantly to making justice on Sint Maarten
more equitable and accessible.
In the past one of my predecessors gave a welcome speech to a new
judge in which he gave recommendations for good lunch restaurants on
Sint Maarten. He did this out of his own interest, because he had found
research that showed that judges are more inclined to issue a favorable
ruling after lunch. This apparently is called the irrational hungry judge
effect. Mrs. Hammer: after this session I am more than happy to give you
a few lunch place recommendations.
On occasions like this it is traditional for the dean of the Bar Association
to address issues that are considered socially relevant. On previous
occasions, we tackled important topics such as the importance of
including the English language alongside Dutch in our courtrooms and the
pressing need for the Court of Appeals to hand down judgments more
expediently. Today however I would like to talk about myself. Don’t worry
I will not bore you with stories about padel and I am not going to start
showing pictures of my cats.
Today I would like to talk about myself as an attorney and my role as Dean
of the Bar Association. The mission of the Sint Maarten Bar Association is
to promote justice and legal certainty. This includes protecting the
professional and social interests of attorneys, fostering public confidence
in our legal system, and strengthening the rule of law. We try to
accomplish this through organizing professional training and advocating
for the integrity and competence of the legal community in Sint Maarten,
we for instance have regular discussions with the Court. However, despite
these efforts, our Association lacks formal authority as well as the
manpower to really be able to introduce meaningful reforms. The legal
framework within which we operate, the National Ordinance for Attorneys,
is majorly outdated. Did you know that only about one third of the attorneys
on Sint Maarten are members of the Association? That is because to this
date, membership to the Association remains optional. This weakens our
capacity to effect real change and diminishes our collective voice.
About a decade ago a new National Ordinance for Attorneys was drafted.
This legislation would allow us to combat some of the challenges we are
now facing. The draft legislation would include mandatory Bar Association
membership for all attorneys and would give us limited regulatory authority
to promote the proper practice of law. Unfortunately, the draft National
Ordinance has been gathering dust somewhere on a shelf in government
building.
The National Ordinance would allow the Bar Association to gain more
responsibility in the field of education. Under the proposed National
Ordinance, the Bar Association would regulate trainee education, setting
standardized requirements for curricula, examinations, and associated
fees. This measure aims to close educational gaps and ensure that all
new attorneys, regardless of specialization or prior academic background,
enter the profession with a consistent foundation of knowledge. That being
said, in recent years, we were able to significantly professionalize attorney
education in Sint Maarten, with regular courses being offered for both
experienced and junior attorneys. The National Ordinance would however
allow us to establish a formal standard, ensuring that all attorneys remain
well-equipped to provide high-quality legal services. Until then, attorneys
bear their own responsibility to maintain their education. When we look to
the Netherlands, where mandatory continuing education holds the
profession accountable, we see a model that maintains high standards of
public trust. Though Sint Maarten’s legal community is distinct, we can
draw inspiration from this approach and work towards a similar standard.
By mandating Bar Association membership and establishing a regulatory
framework for education, disciplinary standards, and professional
conduct, we can bring Sint Maarten’s legal community in line with the
standards that our society expects and deserves. The ordinance would
also introduce modifications to the disciplinary system. Complaints
against attorneys would first be addressed by the Dean of the Bar
Association, who would have the authority to mediate where appropriate.
Mandatory membership would also make it easier for us to update the
Code of Conduct for attorneys and the association’s articles of
incorporation. These are also majorly outdated, as I believe both were
drafted when I was still in primary school.
While this National Ordinance is indeed a substantial step forward, we
need to bear in mind that it was drafted more than ten years ago and thus
it is essential to evaluate whether this long-standing draft still aligns with
the unique needs of our jurisdiction. Given our relatively small legal
community, we must ask ourselves whether our current resources can
sustain a more active Bar Association with expanded powers. The
sustainability of these efforts depends on active involvement from
attorneys and perhaps assistance from the legislature. For the moment
involvement in the Bar Association, including the function of Dean, is on a
purely voluntary basis and must to be performed in addition to our already
busy jobs.
So today, I make two appeals.
My first appeal is to every attorney: I encourage each of you to become
actively involved in the Bar Association. Whether you are a seasoned
practitioner or new to the profession, your engagement will strengthen our
collective impact and pave the way for the Bar Association to achieve a
stronger position. Significant progress has already been made, and we
are currently in the process of forming a new board. So please, keep an
eye on your inbox for an invitation to the upcoming meeting. I also urge
all attorneys to review the draft National Ordinance and provide
constructive input so that we can approach the legislature with a unified
position and work toward its adoption. ‘speech van holiday’
My second appeal is to our legislature: I urge you to prioritize constructive
dialogue with the Bar Association to expedite the adoption of the new, and
possibly revised, National Ordinance for Attorneys. With a newly elected
government, we have a unique opportunity to bring this ordinance into
focus and, ultimately, into effect.
Before concluding, I would like to take a moment to recognize the recent
passing of our dear colleague, Melinda Hoeve. Melinda will be deeply
missed, not only for her contributions to our profession but also for her
kindness and integrity.
In closing, let us commit ourselves to the work ahead. Real change
demands a united front and hard work. I am confident that we are ready
to take this step together and that in doing so we will bring positive change
to our legal community

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Discover more from KIKO TA PASANDO

Subscribe now to keep reading and get access to the full archive.

Continue reading