KIKO TA PASANDO

E uniko kaminda ku bo ta haña tur informashon kompletamente gratis. Klik anto lesa. Manda tur loke bo ke pa wordu publika i invitashon pa kubri rueda di prensa na e Email: kikotapasando@outlook.com

NOTISIA POLISIAL

Advies AG aan Hoge Raad: veroordeling voor onder meer verkrachting van twee minderjarige meisjes in Schiedamse kelderboxen in 2010 kan in stand blijven

Advies AG aan Hoge Raad: veroordeling voor onder meer verkrachting van twee minderjarige meisjes in Schiedamse kelderboxen in 2010 kan in stand blijven

25 augustus 2026

De veroordeling van een verdachte door het hof Den Haag uit april 2025 voor de verkrachting van twee minderjarige meisjes en voor de poging tot aanranding van een derde minderjarig meisje in kelderboxen in Schiedam in 2010 kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Van Kampen de Hoge Raad in haar conclusie van vandaag.

De zaak

Het hof heeft het volgende vastgesteld. De verkrachtingen van een (toen) 13-jarig en een 15-jarig meisje vonden plaats in 2010, binnen een periode van drie weken. Een man volgde de meisjes op de fiets naar hun flat en is mee naar binnen gegaan naar de (afgesloten) ruimte waar zich de kelderboxen van hun flats bevonden. Hier heeft hij de meisjes hun kelderboxen in gedwongen en onder bedreiging met een mes verkracht en andere seksuele handelingen met hen verricht. Ook een ander (toen) 15-jarig meisje werd op dezelfde dag als een van de verkrachtingen door de verdachte achtervolgd tot in de kelderbox van haar flat, maar zij wist te ontsnappen.

Ondanks uitvoerig onderzoek werd in 2010 en de jaren daarna geen verdachte gevonden. In 2020 werd het onderzoek overgedragen aan een cold case-team. Met nieuwe beeldtechnieken werd een hologram van de dader gemaakt dat werd getoond in de media en publieke ruimten. Hierdoor kwamen er honderden tips binnen, waaronder een tip van een voormalige collega die de verdachte meende te herkennen. Vervolgens werden ongeveer honderd mannen – onder wie de verdachte – benaderd voor een vrijwillige afname van DNA-materiaal. Uit dit onderzoek bleek dat het DNA van de verdachte overeenkwam met het DNA uit sporenmateriaal dat eerder bij de meisjes was veiliggesteld.

Het gerechtshof oordeelde in april 2025 op basis van de uitkomsten van het DNA-onderzoek, de overeenkomende werkwijze van de verdachte in de drie zaken en de opgegeven signalementen dat de verdachte degene is geweest die de twee verkrachtingen en de poging tot aanranding heeft gepleegd. Het hof legde voor deze drie feiten een gevangenisstraf op van zeven jaar. De verdachte stelde tegen de uitspraak van het hof beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

Cassatieklachten

De advocaat van de verdachte vraagt de Hoge Raad de veroordeling te vernietigen. In cassatie zijn verschillende klachten naar voren gebracht. Er is onder meer geklaagd dat het hof niet (volledig) heeft gerespondeerd op het standpunt van de verdediging dat er onvoldoende bewijs is voor de twee verkrachtingen en voor de poging tot aanranding.

Conclusie AG

De AG vindt dat de cassatieklachten niet slagen. Ten aanzien van de twee verkrachtingen heeft de advocaat aangevoerd dat in de procedure bij het hof onderbouwd naar voren is gebracht dat en waarom er onvoldoende objectief bewijs is voor het seksueel binnendringen van de slachtoffers en dat het DNA-onderzoek hiervoor onvoldoende doorslaggevend is. Volgens de AG miskent de advocaat dat het hof de bewezenverklaring van het seksueel binnendringen niet heeft gebaseerd op DNA-onderzoek, maar op de verklaringen van de beide slachtoffers die door de verdediging niet worden betwist. Ook de cassatieklachten over vermeende onregelmatigheden bij het DNA-onderzoek en de door het hof aangenomen overeenkomende werkwijze van de verdachte in de drie zaken slagen wat de AG betreft niet. Volgens de AG heeft het hof tot slot kunnen oordelen dat de specifieke gedragingen van de verdachte ten aanzien van het meisje dat wist te ontsnappen, een begin van uitvoering van (ten minste) een aanranding opleveren.

De AG adviseert de Hoge Raad dan ook de veroordeling van de verdachte en de opgelegde gevangenisstraf in stand te laten.

Uitspraak Hoge Raad

De uitspraak van de Hoge Raad is (voorlopig) bepaald op 3 november 2026.

Een conclusie bevat een onafhankelijke analyse van en oordeel over een zaak waarover de Hoge Raad moet beslissen. Daarbij gaat het om voorlichting en advisering van de Hoge Raad. In een conclusie wordt een zaak vaak uitvoeriger en vanuit een breder perspectief besproken dan in de uitspraak van de Hoge Raad. Daarmee dient de conclusie niet alleen de kwaliteit van de rechtspraak in de concrete zaak, maar ook de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Een conclusie wordt meestal genomen door een van de advocaten-generaal in het parket, namens de procureur-generaal. De advocaten-generaal zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud van hun conclusies.

Publicatie op rechtspraak.nl

ECLI:NL:PHR:2026:802

 

639114718427035"
639114718427035"