Ongenoegen Parlementslid Yung van rentetarief herfinanciering Corona-leningen
Parlement van Curaçao – Fractie Movementu Futuro Kòrsou (MFK)
Ramon A. Yung
Wilhelminaplein #4
Willemstad, Curaçao
Het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
T.a.v. de Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties, Mevrouw Alexandra van Huffelen
Postbus 20011
2500 EA Den Haag
Willemstad, 12 oktober 2023
Betreft: Ongenoegen Parlementslid Yung van rentetarief herfinanciering Corona-leningen
Geachte mevrouw Van Huffelen,
Met verbazing en diepe teleurstelling neem ik kennis van de recente beslissing van de Nederlandse regering om de Corona-leningen aan Curaçao te herfinancieren tegen een rentetarief van 5.1%. Deze beslissing heeft mij ten zeerste verontrust, aangezien deze in strijd is met de belangen van Curaçao en de intenties zoals geuit in de brief van de regering van Curaçao van 10 oktober jongstleden.
Ik wijs u erop dat vertegenwoordigers van Curaçao reeds op 18 juli jl. bij rijksambtenaren hebben gewezen op de onredelijke voorwaarden die werden gesteld met betrekking tot de Ennia-lening. Op 23 juli jongstleden zag de regering van Curaçao zich genoodzaakt om schriftelijk een beroep te doen op de Nederlandse regering om een redelijkere oplossing te zoeken. Ondanks verschillende pogingen om alternatieve oplossingen te bespreken, zijn deze tot op heden zonder succes gebleven. Bovendien heeft u de herfinanciering van de Corona-leningen gekoppeld aan een oplossing voor de Ennia-kwestie vóór 10 oktober 2023.
Deze gang van zaken roept bij mij herinneringen op aan de onderhandelingen tussen de regering van Curaçao en uw voorganger, de heer Knops, waarbij er druk werd uitgeoefend om de Rijkswet COHO te aanvaarden. Dit terwijl zowel de Raad van State als de Raad van Advies van Curaçao een afwijzend advies hadden uitgebracht ten aanzien van deze voorwaarden. Hoewel begrijpelijk is dat de Nederlandse regering, mede als gevolg van eerdere regeringen van Curaçao, voorwaarden heeft gesteld aan de herfinanciering van de Corona-leningen, roept deze situatie vragen op met betrekking tot de autonomie van de eilanden.
De Covid-19-pandemie heeft een ongekende crisis veroorzaakt, met wereldwijde gevolgen voor zowel menselijk leed als economische ontwrichting. In deze uitdagende tijden was het van cruciaal belang dat wij als Koninkrijkspartners samenwerkten om de getroffen Koninkrijksgemeenschappen te ondersteunen en hun lijden te verlichten.
Nederland heeft financiële hulp geboden om Curaçao te helpen bij de gevolgen van de pandemie. Deze steun was van groot belang en heeft geholpen om de meest dringende behoeften aan te pakken. Echter, had ik niet verwacht dat Nederland aanzienlijke rentetarieven zou opleggen aan Curaçao, rekeninghoudend met het feit dat het om leningen gaat die van HUMANITAIRE AARD zijn.
Het lijkt tegenstrijdig om dergelijke hoge rentepercentages op te leggen aan het Curaçaose volk, dat al zwaar is getroffen door de economische gevolgen van de pandemie. We zijn allemaal Nederlandse staatsburgers, en ik waardeer de solidariteit en banden die ons verenigen. Het is echter van essentieel belang om te onthouden dat de humanitaire aard van deze hulp impliceert dat het bedoeld is om het leed te verlichten, niet om extra lasten op te leggen aan degenen die het al moeilijk hebben.
Ik wil graag benadrukken dat ik begrijp dat verantwoord financieel beheer van essentieel belang is. Ik steun het idee van leningen met redelijke voorwaarden om ervoor te zorgen dat we onze financiën op orde houden. Echter, de huidige rentetarieven lijken onredelijk en buitensporig en leggen een onevenredige last op de inwoners van Curaçao, die nota bene allen NEDERLANDERS zijn.
In uw brief aan de Tweede Kamer van 4 april 2022 benadrukte u zelf de kwetsbaarheid van de kleinschalige en vaak eenzijdige economieën van de autonome landen, die door de coronapandemie nog duidelijker aan het licht is gekomen. U sprak bezorgdheid uit over armoede en bestaanszekerheid en benadrukte het belang van het centraal stellen van het perspectief van de inwoners. Tevens riep u op tot samenwerking op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid, met aandacht voor staatkundige verhoudingen en lokale uitdagingen en kansen. U verklaarde dat concrete resultaten voor de inwoners alleen bereikt kunnen worden door nauwere samenwerking en wederzijdse verantwoordelijkheden.
Desalniettemin lijkt een lening van 660 miljoen euro voor een doorstart van Ennia aanzienlijke potentiële gevolgen te hebben voor Curaçao en het land financieel-economisch en sociaal-maatschappelijk uiterst kwetsbaar te maken. Het College financieel toezicht (Cft) heeft herhaaldelijk gewaarschuwd tegen het aangaan van deze Ennia-lening. Dit lijkt haaks te staan op de wens in uw brief van 4 april 2022 om de sociaal-economische situatie van de inwoners van de autonome landen merkbaar en duurzaam te verbeteren.
Onlangs heeft u namens Zijne Majesteit de Koning en de regering van Nederland excuses aangeboden voor de wijze waarop Tula zijn leven verloor in zijn strijd tegen slavernij, en hem nu aankondigt als nationale held van Curaçao. Het is echter teleurstellend dat deze nobele woorden binnen een week hun waarde lijken te verliezen door aangekondigde “oplossingen” die slechts verdeeldheid lijken te zaaien en niet in het belang zijn van de bewoners van de autonome landen.
Ik verzoek u vriendelijk om deze kwestie serieus te overwegen en te streven naar een eerlijke en constructieve oplossing die in lijn is met de belangen van Curaçao en de geuite intenties in uw eerdere communicatie door middel van een constructieve dialoog. Ik kijk uit naar uw reactie en uw inspanningen om de belangen van alle betrokkenen te dienen.
Met hoogachting,
Ramon Yung


